
de havoër zelfst.naamw. (m.) Afbreekpatroon: ha·vo·er Verbuigingen: havoërs
scholier die op het havo zit of iemand die havo gedaan heeft Synoniemen: : havist, havoleerling
Gevonden op
https://woorden.org/woord/havoër
Geen exacte overeenkomst gevonden.