
inroepen werkw. Uitspraak: [ 'ɪnrupə(n) ] Afbreekpatroon: in·roe·pen Vervoegingen: riep in (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft ingeroepen (volt.deelw.)
1) verzoeken om (hulp) Voorbeelden: 'de hulp van de wegenwacht inroepen als je met pech langs de weg staat' , 'de bemiddeling van een vertrouwenspersoon inroepen als je baas...
Gevonden op
https://woorden.org/woord/inroepen

1) Verzoeken 2) Hulp vragen 3) Vindiceren 4) Vragen 5) Inschakelen 6) Inviteren 7) Een beroep doen op 8) Aanroepen
Gevonden op
https://mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/Inroepen/1
Geen exacte overeenkomst gevonden.