Zie ook:
kleed

kleden werkw. Uitspraak: [ ˈkledə(n) ] Afbreekpatroon: kle·den Vervoegingen: kleedde (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft gekleed (volt.deelw.)
kleren aandoen Voorbeelden: 'zich warm kleden in de winter' , 'smaakvol gekleed gaan' Synoniem: aankleden Zie ook: kleed Synoniemen: aandoen aankleden aantrekken uitdossen uitmonsteren zich t...
Gevonden op
https://woorden.org/woord/kleden

1) Goed staan 2) Uitmonsteren 3) Uitdossen 4) Dossen 5) Van kleding voorzien 6) Staan 7) Het lichaam bedekken 8) Kleren aandoen 9) Kleding aandoen 10) Bedekken 11) Aan het lichaam doen 12) Aandoen 13) Aandossen 14) Aankleden 15) Aantrekken
Gevonden op
https://mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/Kleden/1
kleren aan het lijf doen vb: kleed je maar netjes aan voor het concert!
Synoniem: aankleden
Tegenstelling: uitkleden
Gevonden op
https://mowb.muiswerken.nl/

• (meest: zich ~): met weefsel bedekken, van kleding voorzien •:"zij 'kleedt' zich altijd volgens de laatste mode" (+audio)
Gevonden op
https://nl.wiktionary.org/wiki/kleden

Kleden betekent kleren aantrekken.
[basiswoordenlijst groep 3]Gevonden op
https://wikikids.nl/Kleden

een voorwerp met ( zeildoek en) dun touw of dun staaldraad bedekken. Zie verder ook bekleden .
Gevonden op
https://www.binnenvaarttaal.nl/zoek.php?woord=kleden

Zware weefsels die worden gebruikt voor verschillende praktische doeleinden, meestal in de vorm waarin ze van het weefgetouw afkomen.
Categorie: Interieurinrichting > bedekkingen en voorhangen naar vorm.
Gevonden op
https://encyclo.nl/lokaal/10491
Geen exacte overeenkomst gevonden.