navigeren werkw. Uitspraak: [ navi'xerə(n) ] Afbreekpatroon: na·vi·ge·ren Vervoegingen: navigeerde (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft genavigeerd (volt.deelw.) uitzetten en afleggen van een route van waar je bent naar waar je naartoe wilt Voorbeelden: 'navigeren op de sterren' , 'Met een webbrowser kun je webpagina's weergeven en ... Gevonden op https://woorden.org/woord/navigeren
Het kiezen van verwijzingen, informatie ophalen en bekijken van verschillende websites op het Internet met behulp van een zogeheten browser, bijvoorbeeld Internet Explorer of Netscape. Syn.: (Net)Surfen Gevonden op https://iak.be/new/iakdownloads/internetglossarium.doc
Navigeren is laveren op weg naar een bestemming. De vis laveert op weg naar een bestemming dus laveren = bewegen [basiswoordenlijst groep 6] Gevonden op https://wikikids.nl/Navigeren
(Eng: to navigate) 1. Het volgen van een uitgezette koers of een gedefinieerd pad, zoals het geprogrammeerde pad van een autonome robot. 2. Het volgen van een logisch pad door een gegevensstructuur, een menu of de hiërarchische organisatie van een database. Gevonden op https://www.angelfire.com/ca/vlietstra/KNSTINTL.pdf
1> besturen, varen , in het bijzonder; gericht ergens naar toe varen. 2> dat gene wat men onderneemt om de positie, richting, en/of snelheid van het schip (op groot water ) te bepalen. Gevonden op https://www.binnenvaarttaal.nl/zoek.php?woord=navigeren