[Let op: Spelling en uitleg uit 1890] (Latijn), knoop, Frans noeud. Verdikte band in 't midden van den voet van een miskelk. Deze vorm komt voor bij de Romaansche en Gothische kelken. Gevonden op https://dbnl.org/tekst/beer004woor01_01/beer004woor01_01_0018.php
Let op: Spelling van 1858 knoop, een hard jichtgezwel aan de gewrichten. Nodus Gordius. Zie Gordiaansche knoop Gevonden op https://dbnl.org/tekst/weil004kuns01_01/
een korte maar stevige dwarsader, die van de voorrand van de vleugel naar achteren loopt bij de odonata. De plaats van de nodus wordt aangegeven door een zwakke indeuking in de costale rand. Gevonden op https://encyclo.nl/lokaal/10775