de rabbi zelfst.naamw. (m.) Verbuigingen: rabbi's Verbuigingen: rabbietje 1) rabbijn, een joods geestelijk leider 2) titel van een joodse geleerde uit vroeger tijd Synoniemen: rabbijn Gevonden op https://woorden.org/woord/rabbi
joodse godsdienstleraar die ook raadgever in een joodse gemeenschap en leider van een synagoge is; rabbijn Gevonden op https://anw.ivdnt.org/article/rabbi
Let op: Spelling van 1858 Rabbijn, heet zoo veel als meester, en is de eertitel eens uitleggers der Joodsche wet. Rabbinismus, de leer, de grondstellingen der rabbijnen Gevonden op https://dbnl.org/tekst/weil004kuns01_01/
(Uit `De sociologische structuur onzer taal - De Jodentaal.`, 1914) (Hebr.): letterl. mijn meerdere, mijn heer, mijn meester. Titel van een Joodsch geleerde. In het Nederl, taaleigen Rabbijn. In de volkstaal der Nederl. Hoogd. Joden; Rebbe; in die der Portug. Israël. Nederl. Joden Ribi en Ribbi; in die der Duitschsprekende Joden vaak het ko... Gevonden op https://encyclo.nl/lokaal/10740
Een Hebreeuws woord dat 'mijn meester' of 'mijn heer' betekent. Het was de aanspreektitel voor Joodse leraars (schriftgeleerden*).
Gevonden op https://www.encyclo.nl/lokaal/11071