(trambestuurder) Een trambestuurder moet voldoende zicht op de baan hebben om binnen comfortremafstand te kunnen stoppen voor een overstekende voetganger/fietser (of voor een die dat wil doen) of voor een eventueel obstakel op de baan voor zich. Gevonden op https://begrippen.crow.nl/thesaurus/nl/page/?uri=https%3A%2F%2Fdata.crow.nl