de schoonmoeder zelfst.naamw. (v.) Uitspraak: [ ˈsxomudər ] Afbreekpatroon: schoon·moe·der Verbuigingen: schoonmoeders (meerv.) moeder van degene met wie je getrouwd bent Gevonden op https://woorden.org/woord/schoonmoeder
moeder van de echtgenoot of echtgenote van iemand iemand die zich, meestal steunend op echt of vermeend gezag, met alles bemoeit wat iemand of een vereniging onderneemt; instelling die zich, meestal steunend op echt of vermeend gezag, met alles bemoeit wat iemand of een vereniging onderneemt Gevonden op https://anw.ivdnt.org/article/schoonmoeder