de schoteldoek zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ 'sxotəlduk ] Afbreekpatroon: scho·tel·doek Verbuigingen: schoteldoeken (meerv.) lapje waarmee je het aanrecht, de gootsteen en het fornuis schoonmaakt Voorbeeld: 'na het eten de tafel opruimen en afvegen met een schoteldoek' Synoniem: vaatdoek Gevonden op https://woorden.org/woord/schoteldoek
doek die of doekje dat gebruikt wordt om aanrecht en fornuis mee schoon te maken; vaatdoek; vaatdoekje Wordt door Wikipedia gelijkgesteld met een theedoek, maar blijkt uit de aangetroffen voorbeelden toch zo goed als uitsluitend gebruikt te worden in de bovenstaande betekenis. Gevonden op https://anw.ivdnt.org/article/schoteldoek