I schrepel bijv.naamw. Verbuigingen: schrepeler Verbuigingen: schrepelst 1) (personen of lichaamsdelen) mager, dor, schraal 2) schriel, kaal II de schrepel zelfst.naamw. (m.) Verbuigingen: schrepels Verbuigingen: schrepeltje een handwerktuig voor het wieden van onkruid Gevonden op https://woorden.org/woord/schrepel
Een 'schrepel' is een klein handwerktuig dat gebruikt wordt voor het wieden van onkruid in de tuin. Een schrepel is een kleine versie van de hak. Gevonden op https://nl.wikipedia.org/wiki/Schrepel
Handwerktuig dat op een krabber lijkt maar waarvan het dun scherp blad meestal niet symmetrisch is en de zwanenhalsschacht - met open dille of angel en korte (ca. 15 cm) houten steel - zich op het linkse of rechtse deel van het werkend deel bevindt. (MARDOC) Gevonden op https://thesaurus.cultureelerfgoed.nl/concept/cht:1320f9dc-a0b3-4107-871d-c