Zoek op

schutteren

schutteren werkw. knoeien, aanrommelen, onbeholpen te werk gaan    Voorbeeld: `Hij schutterde nog een beetje verder todat de jurie er een einde aan maakte. ` tweede betekenisomschrijving    Voorbeeld: `Zin met het schutteren in de tweede betekenis erin. ` enz. Bron: WikiWoor...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/schutteren

schutteren

onbeholpen te werk gaan (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/schutteren

SCHUTTEREN

1) Draaien 2) Knoeien 3) Onbeholpen te werk gaan 4) Stuntelen 5) Zich onbeholpen gedragen
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/SCHUTTEREN/1
Geen exacte overeenkomst gevonden.