Zoek op

tippelen

tippelen werkw.Uitspraak:   [ˈtɪpələ(n)] Verbuigingen:   tippelde (verl.tijd enkelv.) Verbuigingen:   heeft getippeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen 1) met kleine, vlugge pasjes lopen Voorbeeld:   `De jonge hondjes tippelden over h...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/tippelen

TIPPELEN

1) Banen 2) Flink op wandelen 3) Hoereren 4) Lopen 5) Vigileren 6) Wandelen
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/TIPPELEN/1

Tippelen

(Uit `De sociologische structuur onzer taal - De Jodentaal.`, 1914) (Joodsche volkst.): struikelen, over iets vallen, vallen. (Waarschijnlijk van Hebr. tippal: gij valt, van naphal: vallen)
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/ginn001hand02_01/ginn001hand02_01_0003.php

tippelen

(Bargoens, 1914) verdienen
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/ginn001hand02_01/ginn001hand02_01_0004.php

tippelen

de baan opgaan (van hoeren) - Jaar van herkomst: 1906 (MOO )
met korte pasjes gaan - Jaar van herkomst: 1840 (WNT )
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/colofon.php

tippelen

met kleine pasjes lopen; zich op straat prostitueren (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/tippelen
Geen exacte overeenkomst gevonden.