de tramrail zelfst.naamw. (m./v.) Uitspraak: [ 'trɛmrel, 'trɑmrel ] Afbreekpatroon: tram·rail Verbuigingen: tramrails (meerv.) rail van een trambaan Voorbeeld: 'met je fietswiel in de tramrail terechtkomen en een flinke smak maken' ... Gevonden op https://woorden.org/woord/tramrail