
Het Latijnse woord vicus betekent 'gehucht' of 'wijk'. In de betekenis 'gehucht' werd het gebruikt voor een dorp van vijfhonderd tot duizend inwoners. Een vicus was in de Romeinse tijd vaak een nederzetting bij een Romeins castellum (legerplaats) of een klein stadje dat op de kruising lag van belangrijke handelswegen en meestal een handelsplaats wa...
Gevonden op
https://kunstbus.nl/

'Vicus' (meervoud: 'vici') is een Latijns woord, waarmee in de Romeinse tijd verschillende soorten van nederzettingen werden aangeduid. Een vicus in de Romeinse tijd kon betrekking hebben op een nederzetting in een landelijk gebied ('pagus'), maar ook op een deel van een grotere nederzetting.
Gevonden op
https://nl.wikipedia.org/wiki/Vicus

Een vicus was in de Romeinse tijd vaak een civiele nederzetting met Handwerkers en handelaren bij een castellum (Romeins fort), of een klein stadje dat op de kruising lag van belangrijke handelswegen en meestal een handelsplaats was. In de middeleeuwen duidde het woord vicus op een kleine nederzetting die zelf vlak bij een stad lag, ook wel te verg...
Gevonden op
https://thesaurus.cultureelerfgoed.nl/concept/cht:2916ceb1-0f43-4460-9197-a
[Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] wijk, buurt, gehucht, straat
Gevonden op
https://www.encyclo.nl/Media/11698-Dumont-André.doc

Zowel oude Romeinse stedelijke woonwijken als Romeinse en Middeleeuwse handelswijken of dorpjes, die meestal buiten de muren van nabijgelegen militaire nederzettingen lagen
Gevonden op
https://www.encyclo.nl/lokaal/11605
Geen exacte overeenkomst gevonden.