vrolijk bijv.naamw. Uitspraak: [ 'vrolək ] Afbreekpatroon: vro·lijk 1) blij Voorbeeld: 'een vrolijke jongen' Synoniemen: : opgewekt, zonnig (2) je vrolijk maken over iets of iemand (iets of iemand uitlachen of bespotten) 2) als iets je vrolijk (1) maakt of waaruit blijkt dat je vrolijk (1) bent Voorbeeld: 'een vro... Gevonden op https://woorden.org/woord/vrolijk
in een goede stemming vb: mijn moeder is altijd vrolijk even vrolijk [alsof er niets gebeurd was] een vrolijke Frans [een zorgeloze pretmaker] vrolijk worden [een beetje dronken worden] zich ergens vrolijk over maken [erover spotten] Gevonden op https://mowb.muiswerken.nl/