weglopen werkw. Uitspraak: [ 'wɛxlopə(n) ] Afbreekpatroon: weg·lo·pen Vervoegingen: liep weg (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: is weggelopen (volt.deelw.) 1) weggaan en niet meer terugkomen Voorbeelden: 'Onze kat is gisteren weggelopen.' , 'Op haar zestiende is ze van huis weggelopen.' , 'Hij is kwaad uit de vergadering weggelo... Gevonden op https://woorden.org/woord/weglopen
Onder 'weglopen' verstaat men in de volksmond het zonder toestemming verlaten van het ouderlijk huis of de wettelijke voogd, door een minderjarige of door een ander die geacht wordt niet op zichzelf te kunnen wonen. De meeste kinderen hebben weleens (in een ruzie of boze bui) gedreigd met weglopen. Gevonden op https://nl.wikipedia.org/wiki/Weglopen