wippen werkw. Uitspraak: [ ˈwɪpə(n) ] Afbreekpatroon: wip·pen Vervoegingen: wipte (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft gewipt (volt.deelw.) 1) op een wip (1) spelen Voorbeeld: 'Wil je schommelen of wippen?' 2) heen en weer bewegen Voorbeeld: 'De mees wipte van de ene tak naar de andere.' 3) je sto... Gevonden op https://woorden.org/woord/wippen
1) Afzetten 2) Op en neer gaan 3) Neuken 4) Kaartspel 5) Ontslaan 6) Springen 7) Huppelen 8) Licht springen 9) Snel op en neer gaan 10) Een lichte sprong maken 11) Wiebelen 12) Ten val brengen Gevonden op https://mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/Wippen/1
1> zaken uit/van het schip halen en buitenboord brengen. Min of meer dus gelijk aan lossen , maar meestal betrekking hebbend op snelle bewegingen. Thans nog in gebruik in: Iets overboord wippen : iets even snel van boord zetten. Vanzelfsprekend is de verwantschap van deze term met wippen in de zin van een snelle op- en neergaande beweging. Men v...... Gevonden op https://www.binnenvaarttaal.nl/zoek.php?woord=wippen
Speeltoestellen die bestaan uit een plank van ongeveer 3 tot 5 m lang die in het midden wordt gesteund en in balans gehouden en waarop twee kinderen, één aan ieder uiteinde, op en neer kunnen wippen. Categorie: Ontspanningsmiddelen > speeltuinapparaten. Gevonden op https://encyclo.nl/lokaal/10491