de zeekoe zelfst.naamw. (m./v.) Uitspraak: [ 'zeku ] Afbreekpatroon: zee·koe Verbuigingen: zeekoeien (meerv.) grote, log gevormde, in zee levende zoogdieren Voorbeelden: 'Zeekoeien zijn verwant aan slurfdieren op het land.' , 'Zeekoeien leven in de buurt van de kust en in zoet water.' Gevonden op https://woorden.org/woord/zeekoe
vrij groot zoogdier dat leeft aan de kusten en in het kustwater van Azië en Amerika, dat behoort tot de zeezoogdieren en dat herkenbaar is aan een cilindervormig lichaam, een stompe snuit, ledematen die nauwelijks verplaatsing aan land mogelijk maken en waarvan de voorste zich hebben ontwikkeld tot vinnen en de achterste volkomen gedegenereerd zij... Gevonden op https://anw.ivdnt.org/article/zeekoe
Zeekoeien (Sirenia) zijn een kleine orde van plantenetende, in zee levende zoogdieren. De groep werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Johann Karl Wilhelm Illiger in 1811. Zeekoeien worden tot de Afrotheria gerekend en zijn daarbinnen het nauwste verwant aan de slurfdieren. Naast de walvisachtigen en de zeeroofdieren zijn de zeekoeien... Gevonden op https://thesaurus.cultureelerfgoed.nl/concept/cht:743f0f4c-b73f-4d4c-8ebc-4