Kopie van `Digischool Begrippenlijst `Ruimtelijke ordening``

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.
Categorie: Mens en samenleving > Ruimtelijke ordening
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 163


achterland
Het gebied dat door een haven of vliegveld van goederen en- of passagiers wordt voorzien.

achterstandswijken
In sommige wijken in de grote steden stapelen de problemen zich op: slechte woningen, matige woonomgeving, vaak een hoge werkloosheid onder de autochtone en vooral de allochtone bevolkingsgroepen. De overheid heeft voor deze wijken daarom speciaal beleid ontwikkeld, gericht op verbetering van de woningen, woonomgeving en bestrijding van de werkloosheid.

agglomeratie
De stad die met de aangrenzende gemeente(n) aan elkaar is gegroeid tot een stedelijk geheel.

agglomeratie-effect
Een zichzelf versterkende concentratie van mensen, economische aktiviteiten en infrastructuur in grotere stedelijke gebieden.

agglomeratievoordelen
Voordelen van grote stedelijke gebieden voor de locatie van bedrijven, vooral door de goede infrastructuur, grote en gevarieerde arbeidsmarkt, aanwezigheid van andere bedrijven enz.

allochtoon forensisme
Zie forensisme

Amsterdamse Zuid-as
Het gebied langs de zuidelijke ringweg van Amsterdam, een belangrijke verbinding richting Schiphol, waar langs de weg en spoorweg (stations Zuid+World Trade Centre) grootschalige kantoorontwikkeling plaatsvindt.

annexeren
Het overnemen van meestal kleinere gemeenten door aangrenzende grote gemeenten. Vooral bij gebrek aan bouwgrond in de grote gemeenten.

autochtoon forensisme
Zie forensisme.

bebouwingsdichtheid
Het gemiddeld aantal gebouwen (vaak woningen) per oppervlakte-eenheid. (meestal hectare)

beheersovereenkomst
Een overeenkomst tussen agrariers en de provinciale overheid. Een boer verplicht zich om zijn land anders te bewerken en te onderhouden. B.v. niet maaien in de broedtijd, geen bestrijdingsmiddelen gebruiken etc. Kortom zijn productiemethoden moeten milieuvriendelijker en meer gericht zijn op landschapsbehoud en-of herstel.

bestemmingsplan
Een gemeentelijk plan voor een klein deel van de gemeente en bindend voor de burgers, waarin de ruimtelijke inrichting heel precies (in voorschriften en op een plankaart) is vastgelegd. Op grond van bestemmingsplannen kan worden onteigend.

bestuurlijke indeling
In elk land bestaat een bepaalde bestuurlijke indeling op verschillende schaalniveaus. In Nederland onderscheiden we: 1.gemeenten: ongeveer 600 stuks. Dit worden er door samenvoegingen en annexaties steeds minder. Ze worden hierdoor wel steeds groter. 2.stadsprovincies: een aantal gemeenten draagt bepaalde bevoegdheden over aan de stadsprovincie. Zie aldaar 3.provincies: 12 stuks 4.rijk of nationale overheid.

Betuwelijn
Een goederenspoorlijn vanuit het westelijke puntje van het Rijnmondgebied langs Rotterdam, Dordrecht, door de Betuwe naar Duitsland. Deze lijn moet o.a. zorgen voor goede verbindingen naar Oost- en Zuid-Europa. De druk op het autowegennet moet hierdoor afnemen.

bezwaarschrift
Elke burger kan tegen plannen op het gebied van de ruimtelijke ordening, zoals b.v. het bestemmingsplan, bezwaar maken. Een schriftelijke verzoek om plannen te wijzigen of niet uit te voeren.

bodemsanering
In Nederland zijn veel bodems vervuild. Vaak door vroegere industriele akviteiten. Deze kunnen gevaar opleveren voor de gezondheid als er b.v. woningen op worden gebouwd. Voordat er wordt gebouwd moet de bodem schoongemaakt (gesaneerd) worden. Pas dan krijgt de eigenaar een zogenaamde schone grond verklaring en kan hij zijn grond verkopen.

bufferzone
Gebieden tussen grote stedelijke gebieden in vooral de Randstad. Ze hebben als doel het voorkomen van het aaneengroeien van deze gebieden. Vaak hebben ze een agrarische, recreatieve of natuurfunctie.

cbs
C.B.S.: Centraal Bureau voor de Statistiek: een landelijke overheidsdienst belast met tellingen en statistisch onderzoek. O.a. voor de RO.

centralisatie
Dit is een politiek proces. Niet te verwarren met concentratie. Als bevoegdheden van lagere niveaus overgenomen worden door hogere niveaus dan is er sprake van centralisatie. Er is een verschuiving van macht. Het tegenovergestelde proces noemen we decentralisatie.

city
Het centrale deel van een stad dat gekenmerkt wordt door een concentratie van hoogwaardige dienstverlenende functies, zoals banken, verzekeringsbedrijven, hotels, restaurants, bioscopen, schouwburg, etc. Meestal wonen er nog maar heel weinig mensen.

city marketing
Elke zichzelf respecterende gemeente probeert zichzelf zo goed mogelijk te verkopen. Door allerlei reclame en andere activiteiten probeert ze zoveel mogelijk bedrijven en instellingen naar haar grondgebied te lokken. Vooral om de werkgelegenheid te bevorderen. Zie ook regionale beeldvorming.

city-vorming
Een proces waarbij de woonfunctie in de binnenstad wordt verdrongen door de werkfunctie. Woningen worden omgebouwd (of gesloopt) en er komen kantoren e.d. voor in de plaats.

clustering
De ruimtelijke concentratie van gelijksoortige acviteiten. In winkelcentra zie je b.v. allerlei winkels die eten verkopen in een hoek bij elkaar.

co2
CO2:Koolzuurgas. Een gas dat vrijkomt bij verbranding van fossiele brandstoffen. Een van de grote boosdoeners bij het broeikaseffect.

collectieve mentale beelden
Dit zijn visies op de ruimtelijke werkelijkheid die functioneren als sociale norm voor individuen.

commerciele dienstverlening
Alle vormen van dienstverlening waarbij de prijs tot stand komt via het marktmechanisme. B.v.: bank- en verzekeringswezen, horeca, reclame etc.

compacte stad
Het overheidsbeleid, vooral vanaf de VINEX, gericht op een intensiever gebruik van de stedelijke ruimte en gericht op een versterking van de stedelijke functies. (vooral de woonfunctie).

compartimentering
De verdeling van b.v. het landelijk gebied in duidelijke afgegrensde deelgebieden, waarin een bepaalde functie overheerst.

concentratie
Concentratie is een ruimtelijk proces. Mensen, gebouwen, activiteiten komen op een bepaalde plaats, in een bepaalde regio dichter, d.w.z. op kortere afstanden, bij elkaar te zitten. Het komt vooral door verplaatsingen, migraties van mensen en-of activiteiten. Het tegenovergestelde proces noemen we deconcentratie.

congestie
Letterlijk betekent dit dichtslibben. Hier wordt bedoeld het overvol raken van wegen, spoorwegnet en luchtruim. Hierdoor steeds meer files en bereikbaarheidsproblemen.

container
Grote metalen dozen met een standaard hoogte, lengte en breedte. Men onderscheidt: 20 feet (voet) en 40 feet containers. Voordelen van containers zijn: 1.laden en lossen kost minder tijd. 2.minder menskracht nodig, dus kostenbesparing. 3.kans op schade kleiner. 4.kans op diefstal kleiner.

containerhaven
Een deel van de haven waar uitsluitend containers worden gelost en geladen. Het gebeurt bijna geheel automatisch. Er werken bijna geen mensen.

corporatie
Zie woningbouwvereniging.

cultuurlandschap
Een landschap waarop de mens zijn stempel heeft gedrukt door het in gebruik te nemen als agrarisch, industrieel, of stedelijke productie- en woongebied.

decentralisatie
Zie centralisatie.

deconcentratie
Zie concentratie.

distributie
Het rondbrengen van goederen in een gebied.

distributiecentrum
Verzamelpunt, goederen worden hier eerst verzameld en dan naar de klanten gebracht.

drempelwaarde
Het aantal klanten-gebruikers dat minimaal nodig is om een dienstverlenend bedrijf of instelling in stand te houden.

duurzaam bouwen
Bij het bouwen van woningen en andere gebouwen let men er steeds meer op dat de woningen voor o.a. de verwarming weinig energie verbruiken, dat er materialen gebruikt worden die lang mee gaan en op een milieuvriendelijke wijze zijn geproduceerd. Ook probeert men op de bouwplaats zo zuinig en schoon mogelijk te werken.

duurzame ontwikkeling
Aangezien zuivere lucht , mooie recreatiegebieden, allerlei grond- en delfstoffen, open ruimte etc. schaars zijn of worden, vinden velen dat hiermee zuiniger en zorgvuldiger om moet worden gesprongen, zodat voor vele toekomstige generaties voldoende van voldoende kwaliteit overblijft. Dit betekent wel dat de inwoners van de rijke landen hun gedrag ingrijpend moeten veranderen.

ecologie
De wetenschap die elementen-onderdelen van ecosystemen onderzoekt. Centraal staat : 1. de onderlinge samenhang van deze biotische (levende) en a-biotische (niet-levende) elementen op verschillende schaalniveaus en 2.alle elementen spelen zich af in, en zijn afhankelijk van, hun omgeving-milieu.

ecosysteem
Men kan de aarde en alles wat zich hierop bevindt, incl. de dampkring beschouwen als een systeem wat bestaat uit levende (mensen, dieren,planten) en niet-levende (bodem, water, lucht) onderdelen. Tussen al deze onderdelen bestaan kringlopen en stromingen. Zolang de mens deze niet verstoort zijn ze in evenwicht. Vaak wordt de aarde verdeeld in vele grotere en kleinere onderling samenhangende ecosystemen en ecosysteempjes.

electronische snelweg
Tot distributie wordt ook gerekend het doorgeven van berichten via telefoon, computernetwerken, fax, enz. De infrastructuur die daarbij hoort, wordt wel de electronische snelweg genoemd.

emissie
Uitstoot van uitlaatgassen uit de motoren van vliegtuigen, auto`s etc. en de schoorstenen van huishoudens, fabrieken en elektriciteitscentrales.

forensisme
Het dagelijks op en neer reizen van beroepspersonen tussen woon- en werkplaats, waarbij een gemeentegrens wordt overschreven. Men onderscheidt allochtoon en autochtoon forensisme. Een allochtoon forens reist heen en weer tussen zijn huidige woonplaats en oude woonplaats. Hij werkt nog wel in zijn oude woonplaats. Hij is dus verhuisd. Een autochtoon forens reist ook heen en weer tussen woon- en werkplaats, maar is niet verhuisd.

gebundelde deconcentratie
Overheidsbeleid gerichting op een bundeling van de uit de stad afkomstige bevolking, werkgelegenheid en voorzieningen, in een beperkt aantal middelgrote nederzettingen (zie groeikernen) in de buurt van de vier grote steden. Dit beleid werd in de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening ingevoerd (1966) en in de Vierde Nota Extra (1989) beeindigd.

gentrification
Een proces waarbij stedelijke buurten voor het eerst of opnieuw worden bewoond door mensen met relatief hoge inkomens. Voorbeeld: in Amsterdam werden oude grachtenpand omgebouwd tot kantoorpanden (zie city-vorming). Nu worden deze weer omgebouwd tot dure appartementen voor kleine huishoudens zonder kinderen met hoge tot zeer hoge inkomens. Zie ook yuppen.

groeikern
Dit zijn gemeenten in de buurt van meestal de vier grote steden (Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag) die grote aantallen woningen moeten bouwen voor woningzoekenden uit deze grote steden. Voorbeelden zijn: Purmerend, Nieuwegein, Zoetermeer en Spijkenisse) Sinds 1989 is het groeikernenbeleid opgeheven.

groeistad
In de Derde Nota RO (1974-1979) werden behalve groeikernen ook groeisteden aangewezen. Deze hadden vooral een taak buiten de Randstad. Ze moesten extra hoeveelheden woningen bouwen voor de eigen gemeente en de regio. Ook moest in deze steden de werkgelegenheid worden gestimuleerd. Een nevendoel was het verder afnemen van de concentratie in de Randstad.

Groene Hart
Groene Hart: een nog enigszins open, landelijk gebied binnenin het hoefijzer van de Randstadring. Het moet open blijven en is daarom bestemd voor natuur, recreatie en landbouw. Zie ook Randstad.

grondspeculatie
In Nederland is grond schaars en dus duur. Personen of bedrijven kopen daarom (landbouw)grond die waarschijnlijk als bouwgrond gebruikt gaat worden. Ze hopen bij verkoop dan een veel hogere prijs te krijgen. Dit noemt men speculeren. Het grote nadeel hiervan is dat de grond en dus de woningen die er op worden gebouwd veel duurder worden.

Hanzelijn
Een spoorlijn die te zijner tijd aangelegd zal worden vanaf Amsterdam door de IJsselmeerpolders, langs Zwolle richting Duitsland en Denemarken.

hsl
HSL: hoge snelheidslijn. Een spoorlijn voor uitsluitend personenvervoer. Op een apart spoor waar snelheden boven de 200 km-u kunnen worden gehaald. Er is een beperkt aantal opstapplaatsen. Het moet een Europees netwerk worden. Een van de doelen is het beperken van het binnen-Europees vliegverkeer.

hsl-oost
HSL-Oost: een hogesnelheidsspoorlijn van Amsterdam, via Utrecht, Arnhem naar Duitsland. Zie ook HSL.

hsl-zuid
HSL-Zuid: een hogesnelheidsspoorlijn van Amsterdam, via Rotterdam, Brussel naar Parijs. Zie ook HSL.

huursubsidie
Huurwoningen zijn vaak te duur voor mensen met lage inkomens, zoals b.v. studenten en bejaarden. Om deze groepen toch in redelijke woningen te kunnen laten wonen, krijgen deze mensen een deel van hun huur vergoed door de gemeentelijke overheid.

infrastructuur
Alle middelen waarmee personen, goederen of informatie kunnen worden vervoerd. Zoals: autowegen, spoorwegen, waterwegen, maar ook telefoonnet, kabelnet etc.

inlandterminal
Een plek verder landinwaarts, b.v. bij de grens, waar de goederenstroom opgedeeld wordt naar verschillende richtingen en verschillende transportmiddelen.

inspraak
Inspraak: de mogelijkheid voor burgers om vooraf kenbaar te maken hoe zij denken over de plannen van de gemeentelijke, provinciale of nationale overheid.

kleine kernen
Dorpen (beter: gemeenten) met minder dan 5000 inwoners en een (te) beperkt aantal voorzieningen. We vinden ze vooral in de dunbevolkte landelijke gebieden. B.v. in N-Friesland. Zie Bartheliem.

koolzuurgas
Zie CO2

Kop van Zuid
Een grootschalig stadsvernieuwingsproject op de zuidoever van de Maas in Rotterdam. Het is uniek omdat het grootschalig is, vernieuwend is en de woonfunctie met andere functies combineert.

kosteneenheden
De hinder die geluid geeft wordt uitgedrukt in Kosten-eenheden, genoemd naar de hoogleraar die deze manier bedacht heeft.Hij keek hoe vaak vliegtuigen over een gebied vlogen, wat voor type vliegtuig dat was (in verband met de hoeveelheid geluid) en of er overdag of `s nachts gevlogen werd. (nachtvluchten tellen tien maal zo zwaar als nachtvluchten) Al deze gegevens samen geven een Ke -waarde.

kustlocatie Den Haag
Bouwgrond wordt in Nederland steeds schaarser. In plaats van b.v. het IJsselmeer verder droog te leggen, overweegt men om stukken van de Noordzee droog teleggen. O.a. voor de kust bij Den Haag-Scheveningen. Hier kunnen dan woningen en andere zaken worden gebouwd. Ook wel `Plan Waterman` genoemd.

kwartaire sector
Niet-commerciele dienstverlening: vooral de (semi-)overheid: onderwijs, gezondheidszorg, politie, leger, brandweer, ministeries, gemeenten etc.

landinrichtingswet
Landinrichtingswet: een wet waarin geregeld is op welke wijze, bij een herinrichting van een agrarisch gebied, naast de belangen van het agrarisch bedrijf ook aandacht is voor handhaving en verbetering van de natuurwaarden van het gebied en de recreatie.

leeftijdsopbouw
De samenstelling van de bevolking naar leeftijd en geslacht.

Leidse Rijn
Grootschalig nieuwbouwproject ten westen van de stad Utrecht. Aangezien Utrecht binnen haar eigen grenzen geen bouwgrond meer had, is ten westen van de stad een gemeente geannexeerd, zodat hier nu woningen voor met name inwoners van stad Utrecht worden gebouwd.

locatie- of vestigingsplaatsfactor
Alle factoren die de vestiginsplaats van een bedrijf beinvloeden.

locatiebeleid
Vanaf de vierde nota RO heeft de rijksoverheid een locatiebeleid. Nieuwe bedrijfsterreinen moeten goed bereikbaar zijn. De overheid streeft er naar om meer mensen uit de auto te krijgen en meer in het openbaar vervoer. A+B-locaties mogen alleen worden ontwikkeld als ze goed met openbaar vervoer bereikbaar zijn. Het aantal autoparkeerplaatsen wat is toegestaan is daarom beperkt. C-locaties moeten goed per (vracht)auto bereikbaar zijn en liggen daarom veelal langs snelwegen.

logistiek
Alle voorzieningen van de infrastructuur en alle regels en afspraken over transport.

Maasvlakte
Het westelijkste deel van het Rijnmondgebied. Grootschalig havengebied met o.a. olieopslag , containerhaven, electriciteitcentrale en opslag chemisch afval.

Maasvlakte II
Nog aan te leggen grootschalige uitbreiding van Rijnmond in westelijke richting. Grotendeels door het droogleggen en opspuiten van een deel van de Noordzee.

mainport
In Nederland zijn twee mainports: Schiphol (luchtvaart) en Rijnmond (scheepvaart). Een mainport is: A.Een plaats of gebied met knoopppunten van verschillende transportmiddelen (weg, water, rail, lucht) en waar wordt gezorgd voor samenwerking en afstemming van die transportmiddelen (24 uur per dag met hoge frequentie) en het is: B. Een knooppunt met een aansluiting op een intercontinentaal (ook Europees) verplaatsnetwerk en: aanwezigheid van logistieke centra en een goede telematica infrastructuur.

massagoederen
Dit zijn vaste stoffen (zand, graan, ertsen) of vloeistoffen (b.v. olie) die grote hoeveelheden worden vervoerd in bulkcarriers of tankers. Droge en natte bulk worden daarom wel massagoederen genoemd.

mer
MER: zie milieu-effectrapportage.

migratie
Dit is de verzamelnaam voor alle verhuizingen van personen of groepen over een gemeentegrens voor een langere periode. (veelal drie maanden of langer)

milieu -effectrapportage
Een wettelijk vereist rapport waarin, voordat een bepaald project uitgevoerd wordt (b.v. een autosnelweg) de gevolgen (effecten) voor ons milieu worden berekend en beschreven. Als de MER negatief uitvalt kan een plan uitgesteld worden of het moet worden veranderd. Eventueel kan het zelfs niet doorgaan.

milieugebruiksruimte
De mogelijkheden die natuur en milieu bieden aan de maatschappij zonder afbreuk te doen aan toekomstige gebruiksmogelijkheden. De milieugebruiksruimte (MGR) moet worden gedeeld met andere soorten, toekomstige generaties en met andere mensen binnen onze generatie.

mobiliteit
Letterlijk betekent dit beweeglijkheid. In de ruimtelijke ordening bedoelt men hier meestal de mogelijkheid om korte en lange afstanden via auto, openbaar vervoer, fiets etc. te overbruggen. In Nederland levert de mobiliteit problemen op door b.v. de vele files op de autowegen.

na-oorlogse wijken
Wijken die gebouwd zijn na de tweede wereldoorlog. Het zijn vaak laagbouw- of hoogbouwflats. Een deel er van moet nu reeds opgeknapt worden.

nationaal milieubeleidsplan
nationaal milieubeleidsplan: zie NMP

natuurlandschap
Het oorspronkelijke door de natuur gevormde landschap. Niet door de mens veranderd. Het Nederlandse vasteland bestaat voor 100% uit cultuurlandschappen.

negentiende eeuwse wijken
Wijken die in Nederland gebouwd zijn tussen ongeveer 1860 en 1920, in de periode dat Nederland industrialiseerde . Wijken met zeer hoge woondichtheden. Een groot deel hiervan is inmiddels gesaneerd en-of gerenoveerd.

nimby
NIMBY: Not in My Backyard: niet in mijn achtertuin: de bezwaren die mensen hebben als er bij hen in de buurt iets wordt gebouwd of veranderd. Omdat deze bezwaren in ons dichtbevolkte land steeds vaker voorkomen is o.a. de Tracewet opgesteld. De meeste mensen hebben vaak geen bezwaar tegen veranderingen die verder van hun woning of woonomgeving plaatsvinden. Wel tegen veranderingen die dichtbij plaatsvinden. Zie Tracewet.

nimby-syndroom
De angst van mensen voor veranderingen bij hen in de buurt. Zie ook Nimby en Tracewet.

nota
In Nederland verschijnen voortdurende nota`s.Dit zijn verhalen waarin bedrijven of overheidsorganen vertellen wat ze de komende jaren van plan zijn te gaan doen. In Nederland zijn de bekendste nota`s de nota`s Ruimtelijke Ordening . Van nummer 1 tot en met 4 en de VINEX. Zie aldaar.

onteigenen
Soms heeft een gemeente bepaalde stukken grond heel hard nodig. Deze grond heeft meestal een eigenaar. Via vastgestelde bestemmingsplannen kan de gemeente grond en-of gebouwen van particuliere bezitters afnemen. Meestal wordt de grond -het gebouw vrijwillig verkocht, want dat is voor de verkoper financieel meestal aantrekkelijker. Zie ook voorkeursrecht.

ontvolking
De sterke afname van de bevolking in een bepaald gebied. We zien dit probleem vooral op het perifere platteland (b.v. N-Friesland) en in bepaalde wijken in de grote steden.

Oostflank van de Randstad
Het gebied tussen Almere en Amersfoort.

overloop
Het wegtrekken van huishoudens en bedrijven vanuit de Randstedelijke gebieden naar meer landelijke gebieden. Bijvoorbeeld van Amsterdam naar Purmerend, of van Rijnmond naar West-Brabant.

overslagpunt
Een plek waar goederen kunnen worden overgeladen. B.v. van vrachtauto in trein.

ozonlaag (aantasting)
De ozonlaag is een gedeelte van de dampkring die ons beschermt tegen de ultraviolette straling. Deze ozonlaag wordt dunner door o.a. drijfgassen uit spuitgassen en uitlaatgassen van vliegtuigen.

park- and ride
Voorzieningen bij spoorwegstations waar men auto of fiets kan parkeren en in de trein kan stappen.

pendel
Zie forensisme

perceptie
Dit begrip hoort bij het onderwerp regionale beeldvorming. Mensen hebben van personen of gebieden een bepaald (on)juist of (on)volledig beeld opgebouwd. Dit kan via de opvoeding, via de media etc. Hoe men tegen de maatschappelijke of ruimtelijke werkelijkheid aankijkt noemt men perceptie. Letterlijk betekent het: hoe neem je iets waar, hoe neem je iets in je op. B.v. een beeld van een regio.

perceptie-geografie
Deze tak van de aardrijkskunde onderzoekt hoe collectieve mentale beelden tot stand komen . En hoe je ze kunt veranderen of beinvloeden door reclame, informatie etc. Zie ook regionale beeldvorming.

pkb
PKB: Planologische KernBeslissing: een beslissing over zaken van nationaal belang (b.v. electriciteitsvoorziening, een tweede Schiphol?, uitbreiding Maasvlakte), die op rijksniveau wordt genomen en op het terrein van de RO ligt. Het parlement beslist na inspraak over de PKB.

planologie
De wetenschap die ontwikkelingen op ruimtelijk gebied onderzoekt. Onderzoek naar het overheidsbeleid en effecten daarvan spelen een grote rol binnen deze wetenschap.