Kopie van `De Taal van het Water`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.
Categorie: Transport en verkeer > Scheepvaart
Datum & Land: 13/03/2010, NL
Woorden: 3572


Aanmonsteren
In dienst nemen van schepelingen voor een reis. Daarbij wordt de monsterrol getekend en het monsterboekje overlegd. Zie ook afmonsteren.

Aanlopen
Horizontale knieën in het voordek, onder andere van een botter.

Aanleggen
Het klaarmaken van de netten en het overig vistuig.

Aanlandig
De wind waait naar het land toe.

Aanhangmotor
(1) Buitenboordmotor. (2) Marineterm voor verloofde of echtgenote.

Aangroeiwerende verf
Ook:anti-fouling. Verf die op scheepsrompen wordt aangebracht om de aangroei van bacteriën, algen, wieren, zeepokken, kokerwormen, mosselen en andere organismen te voorkomen. Wanneer deze verf giftige koper- of tinverbindingen bevat, die schadelijk zijn voor zout en zoet water, is het (sinds 1990) verboden haar te gebruiken op plezierjachten die kleiner zijn dan 25 meter.

Aangroeiing
Hechting van plantaardige (algen) en dierlijke (zeepok) organismen aan het zich onder water bevindende deel van de scheepsromp. Vindt hoofdzakelijk plaats in zout water, vooral wanneer het schip stil ligt. Dient periodiek te worden verwijderd (dit noemt men `knippen en scheren`), omdat de ruwe laag op de scheepshuid de snelheid nadelig beïnvloedt.

Aangezette kiel
Los onder de romp geplaatste vin.

Aangeven
Het aan de afslag doorgeven van de vermoedelijke hoeveelheid te verkopen vis.

Aangenomen waarnemer
(AW) Element om te berekenen of we ons op een cirkel buiten of binnen de hoogtekromme van de aangenomen waarnemer bevinden.

Aangeklede voorloop
Lang en mager persoon. Zie Voorloop.

Aan lij
Aan de kant waar de wind naartoe blaast.

Aan loef
Aan de kant waar de wind vandaan komt. Het oorspronkelijke gezegde luidt:
Aan loef loden en gissen
aan lij loggen en vissen
Ter wille van de hygiëne wordt `loggen en vissen` vaak veranderd in `kotsen en pissen`.

Aan de grond lopen
De boot raakt de grond in ondiep water en loopt vast.

Aan de wind
Onder een kleine hoek tegen de wind in, over bakboord of stuurboord. Zeil je `hoog aan de wind`, dan zeil je bijna recht tegen de wind in. Zie ook afb. 44.

Aalwant
Aalhoekwant

Aalzegen
Elke zegen waarvan de maaswijdte niet meer dan 25 millimeter en de lengte niet meer dan 40 meter bedraagt.

Aaltoeken
Met aalhoekwant op paling vissen.

Aalsgeweer
Visnet voor de aalvangst.

Aalkubbe
Het achterste deel van een fuik.

Aaljaagnet
Verboden vistuig. Rechthoekig net, bijvoorbeeld 5 meter lang en 1.50 meter hoog, waarvan de opstaande zijden aan stokken zijn bevestigd. Het wordt aan vier lijnen door het water getrokken.

Aalhoekwant
Vistuig met hoeken (haken) om paling te vangen.

Aalbootje
Wieringer bol.

Aak
Platbodemd vaartuig met brede boeg, zonder voorstevenbalk. Een aak met voorstevenbalk wordt stevenaak genoemd. Praamaken, zandaken, stevenaken en rijnaken zijn typische vrachtvaartuigen. Lemsteraken, boeieraken en wieringeraken worden nog wel gebouwd voor de watersport. Vroeger werden door hout- en rietvaarders grote, platte schouwen gebruikt (7 meter en langer), die door hen `aken` werden genoemd.

AAIC
Accounting Authority Identification Code. Ook : radio code, accounting code of verrekeningscode. Identificatiecode die bij de opgaaf van een telegram of aanvraag van een telefoongesprek aan een buitenlands kuststation moet worden opgegeven, om de kosten te kunnen verrekenen met de verrekeningsmaatschappij. Voor Nederlandse schepen is deze verrekeningsmaatschappij de PTT, in de hoedanigheid van het station Scheveningen Radio, dat bij buitenlandse kuststations bekend is onder de code NL01 (November Lima zero one). De Nederlandse marine maakt gebruik van de verrekeningscode NL04 (November Lima zero four).

ABS-keur
Keurmerk van het American Bureau of Shipping. Wanneer een schip is gebouwd volgens de richtlijnen van het ABS, wil dit nog niet zeggen dat het schip het keurmerk van de ABS heeft.

ABS
Kunststof materiaal dat onder andere wordt gebruikt voor de fabricage van surfplanken.

Aborderen
Enteren(2).

Abondonneren
Verlaten of in de steek laten van het schip.

Able Apogee 50
Comfortabele toerzeiler met vin--vleugelkiel en twee hutten. Materiaal: GRP + kevlar. L.O.A. 15,54 m., breedte 4,27 m., diepgang 1,80 m., grootzeil 52 m², genua-1 64 m², stagzeil 24 m².

Abandonee
Cessionaris.

Achtertros
Ook: hektros. Touw dat vanaf het achterschip naar achteren aan de wal is bevestigd. Zie ook Landvasten.

Achtertouw
Touw vanaf de achtersteven naar de dwarskuil.

Achtersteven
Achterkant van de boot.

Achterste hand
De hand die zich het dichtst bij de spiegel van de surfplank bevindt.

Achterspring
Touw dat vanaf het achterschip naar voren aan de wal is bevestigd. Zie ook Landvasten.

Achterstag
Ook: hekstag. Stag die van de bovenkant van de mast naar de achterkant van de boot loopt. Meestal op grotere boten en schepen. Zie ook Staand want.

Achterschip
Deel van het schip achter de grootste breedte, doorgaans achter de mast.

Achterpiek
De ruimte tussen achtersteven of spiegel en het achterste waterdichte schot.

Achtermiddag
Wachtvan twaalf tot vier uur `s middags.

Achterlijkstrekker
Koord waarmee het zeil wordt getrimd.

Achterlijker dan dwars
De wind valt in tussen haaks op de romp en de achterkant van het schip.

Achterlijk
De achterrand van een zeil.

Achterlastig
Heklastig. Zegt men van schip dat achter te diep steekt. Zie ook Boeglastig en Koplastig.

Achterkluiver
Binnenkluiver. Zie Kluiver. Zie ook afb. 20 en 52.

Achterkajuit
Hut onder het achterdek, achter de kuip. Op veel jachten is dit het gastenverblijf.

Achterhuisje
(1) Klein achterdekje waarin een kastje zit. (2) Met vaste of losse planken afgedekt achterste gedeelte van een vaartuig.

Achterin
Logiesvoor schipper en stuurman.

Achtergat
Stuurkuip van een hoogaars of hengst.

Achterend
Achterste deel van een botter.

Achterebbe
De ebstroom tegen laagwater; verder stroomafwaarts begint al vloed te lopen.

Achterduikroerganger
Functie van een matroos op een onderzeeër.

Achterdogt
Zeilbank aan de achterzijde van de roef van een hoogaars of hengst.

Achterboegie
Stuurboog.

Achille Lauro
(voorheen de Willem Ruys van de Kon. Rotterdamse Lloyd). Italiaans cruise-schip dat op 8 oktober 1985 werd gekaapt door een groep terroristen van de thans legale PLO. Voordat de kapers zich overgaven werd een invalide Amerikaanse passagier (in de film gespeeld door Karl Malden) vermoord en overboord gegooid. Op 30 november 1994 vloog het schip op de Indische Oceaan in brand en verging het voor de kust van Somalië. Van de bijna duizend opvarenden kwamen twee bejaarde passagiers om het leven.

Accommodatie
Benaming van de ruimten aan boord van het schip uitsluitend ten behoeve van de opvarenden.

Admiralty mile
(n)Zeemijl.

Admiralty charts
Zeekaarten uitgegeven door het Britse Hydrographic Department of the Admiralty. Zie ook ATT.

Admiraliteit
In de Republiek der Nederlanden een college dat het zeewezen beheerde.

Admiral Nachimov
Russisch passagiersschip dat op 31 augustus 1986 op de Zwarte Zee in aanvaring kwam met het Russische koopvaardijschip Pjotr Vasev. 398 opvarenden kwamen bij deze ramp om.

Admiraalzeilen
Manoeuvre van eskaders zeiljachten onder aanvoering van een gekozen `admiraal`. Vroeger een beveiligende konvooieringsmaatregel voor koopvaardijschepen. Wordt door tal van watersportverenigingen in ere gehouden als sportief evenement.

Admiraalsanker
Stokanker.

Admiraalsduiven
Zeemeeuwen.

Admiraalszwaai
(1) Met een overdreven bocht langszij komen. (2) Figuurlijk: met een grote boog om iets heengaan.

Admiraal
Van het Arabische `emir`. In theorie de hoogste officiersrang bij de Koninklijke Marine. Tevens de aanspreektitel van een luitenant-admiraal, de rang die in de praktijk het hoogst is.

Adjudant-kok
Hoogst in rang onder de koks aan boord van een marineschip, die steevast `chef` wordt genoemd.

ADF
Automatic Direction Finder. Automatische radiorichtingzoeker.

Ademhalingsautomaat
Ook: automaat. Onderdeel van een persluchtduikapparaat. Het apparaat zorgt ervoor dat de druk van de perslucht in de cilinders wordt teruggebracht en dat de duiker wordt voorzien van lucht waarvan de druk gelijk is aan de heersende druk op de diepte waar de duiker zich bevindt. Zie ook Backpack, Eerste trap, Tweede trap en Duikset.

Adelborst
Leerling van het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM).

Adviesjacht
Aviso.

Adventure
Schip van kapitein William Kidd (1645-1701), de bekende Engels-Amerikaanse piraat. Hij was door de Engelsen in dienst genomen om de zeeroverij tegen te gaan, maar al gauw ontdekte hij dat het veel lucratiever was om zich met piraterij bezig te houden dan haar te bestrijden. Op 23 mei 1701 werd kapitein Kidd in Londen opgehangen. Nog altijd zijn er op Gardiners Island, ten oosten van Long Island, mensen op zoek naar zijn schatten.

Aeolus
Heerser der winden, beroemd om zijn rechtvaardigheid, uit de Griekse mythologie.

Aegir
Heerser van de wereldzee, uit de Oudnoorse mythologie.

AEGIS
surface-to-air missile system Zie Kruiser (2).

Afnokken
Ophouden met werken. De nok van de laadboom in de mik laten zakken.

Afmonsteren
Het dienstverband op een bepaald schip beëindigen. Bij de afmonstering aan het einde van de reis wordt de gage uitbetaald.

Afmeren
Het degelijk bevestigen van de boot aan een steiger, kade of meerboei. `Meren` is niet juist.

Aflossing van de wacht
De chef van de wacht mag de wacht niet overgeven aan zijn aflosser wanneer hij reden heeft om aan te nemen dat deze op enigerlei wijze onbekwaam is om zijn taak te vervullen. Ook niet wanneer die aflosser de kapitein zelf is. De opkomende chef van de wacht mag de wacht niet overnemen voordat zijn ogen zich aan het donker hebben aangepast en hij zich persoonlijk op de hoogte heeft gesteld van de orders en bijzondere instructies van de kapitein met betrekking tot de navigatie; de positie, de koers, de vaart en de diepgang van het schip; de stromen, het weer, het zicht en de invloed daarvan op de koers en de vaart; de staat van alle hulpmiddelen voor de navigatie; de fouten van gyro- en magnetische kompassen; de aanwezigheid van schepen in de omgeving enzovoort. Mocht er tijdens het aflossen van de wacht een manoeuvre plaatsvinden ter vermijding van gevaar, dan moet de aflossing worden uitgesteld totdat de handeling is voltooid.

Afloop
Deel van de kust dat met laagwater droogvalt.

Aflandig
Zegt men van een wind die naar de zee of het water gericht is.

Afhouden
(1) Met handen en voeten voorkomen dat de boot een andere boot of de kade raakt. (2) Afvallen.

Afhouwertje
Leerling-matroos op een vissersboot.

Afgelasten
Een wedstrijd waarvan het wedstrijdcomité bepaalt dat deze niet meer zal worden gezeild.

Afflauwen
Krimpenvan de wind.

Afduwers
Familieleden die de bemanning van het schip uitzwaaien, het schip van de wal afduwen.

Afduwen
Een schip aan de kade uitzwaaien. `Veel afduwers deze reis, hè?`

Afdrogen
Iemand een pak slaag geven. Nadat iemand voor straf van de ra in het koude water was gegooid werd hij `afgedroogd` met honderd slagen.

Afdrift
Drift. Het zijdelings wegdrijven, veroorzaakt door wind of stroom.

Afdrijving
Verleieren. Zijdelingse verplaatsing van een vaartuig door de wind.

Afdraaien
Van koers veranderen.

Afdichtingsstrip
Rubber strip die de zwaardkast van de surfplank aan de onderkant afsluit wanneer het zwaard in de plank wordt weggeklapt.

Afdichtingsplug
Bestaat uit twee gelijke delen, met aan de buitenzijde een zaagtandvormig profiel en aan de binnenzijde een karteling, en wordt gebruikt voor het brandvast doorvoeren van leidingen door dekken.

Afdekkingskegel
De zone waarin de wind van een boot wordt afgedekt door de zeilen van een andere boot. Strekt zich ± zesmaal over de mastlengte van die boot uit en het is nagenoeg onmogelijk hier doorheen te breken.

Afdekken
Met jouw zeilen de wind van een tegenstander vangen, waardoor deze vaart verliest. Zie ook Close cover en Loose cover.

Afbrengen
Het schip van de plaats waar het aan de grond zit naar dieper water brengen, zodat het vlot raakt.

Afbreken
Een wedstrijd wordt afgebroken wanneer het wedstrijdcomité hem, op welk tijdstip na het startsignaal dan ook, ongeldig verklaart.

Afbranden
Een slechte beurt maken. `Ik moet me voorlopig gedeisd houden, want ik ben tot m`n enkels afgebrand.`

Afblazen
Urineren.

Afbijt
Eén van de twee soorten vieux aan boord van marineschepen halverwege deze eeuw. Zie ook Peut. De bijnamen geven een juiste weergave van de onderhavige kwaliteit.

Agger
Dubbel laagwater. Geringe rijzing van het water gedurende eb. Komt onder andere bij Hoek van Holland voor.