trouwen

trouwen werkw.Uitspraak:   [ˈtrɑuwə(n)] Verbuigingen:   trouwde (verl.tijd enkelv.) Verbuigingen:   is getrouwd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen voor de wet of de kerk beloven dat je gaat samenwonen en voor elkaar en je kinderen zult zorgen Voorbeeld:...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/trouwen

trouwen

Het aangaan van een officiële verplichting tussen twee personen om voor elkaar te zorgen.
Gevonden op http://www.woorden-boek.nl/woord/trouwen

trouwen

bruiloft vieren, een huwelijk sluiten, huwen, in de echt verbonden worden, in het huwelijk treden
Gevonden op http://www.woorden-boek.nl/woord/trouwen

trouwen

[regelmatig werkwoord]• iemand tot je wettige echtgenoot nemen
vb:hij trouwde met haar in de kerk
• zo zijn we niet getrouwd [dat hebben we niet afgesproken]

• daar ben je niet mee getrouwd [daar zit je niet aan vast]
synoniem: huwen
tegenstelling: scheiden
regelmatig werkwoor
Gevonden op http://oud.digischool.nl/ne/nt2/LTR_T/W2574.HTM

Trouwen

Trouwen, kijk voor meer informatie bij huwelijk.
Gevonden op http://www.encyclo.nl/lokaal/10788

trouwen

•het aangaan van een officiële verplichting tussen twee personen om voor elkaar te zorgen.
Gevonden op http://nl.wiktionary.org/wiki/trouwen

TROUWEN

1) Aan elkaar verbinden 2) Als vrouw nemen 3) Bruiloft 4) Echten 5) Huwen 6) In het huwelijk treden
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/TROUWEN/1

Trouwen

het ja woord geven aan elkaar waarna de bruid en bruidegom zich in de echt verbonden hebben
Gevonden op http://www.weddingwonderland.nl

trouwen

huwen (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/trouwen
Geen exacte overeenkomst gevonden.