Kopie van `PhotoPlaza - Fotografische Begrippen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


PhotoPlaza - Fotografische Begrippen
Categorie: Sport, welzijn en vrije tijd > Fotografie
Datum & Land: 10/03/2007, NL
Woorden: 78


Aberratie(Afwijking)
De ideale fotografische lens levert een beeld op met de volgende kenmerken:
.... 1. Een punt wordt weergegeven als een punt.
.... 2. Een vlak (zoals een muur) loodrecht op de optische as, wordt weergegeven als een vlak.
.... 3. Het beeld dat door de lens wordt weergegeven, heeft dezelfde vorm als het gefotografeerde object.
Bovendien moet een lens de kleuren van het object zo getrouw mogelijk weergeven, zodat het uiterlijk van het beeld en het gefotografeerde object overeenstemmen. Wanneer er alleen lichtstralen worden gebruikt die de lens dicht bij de optische as binnenvallen, en als het licht monochromatisch is (een specifieke golflengte heeft), is het mogelijk om bijna ideale lensprestaties te bereiken. Met echte fotografische lenzen, waarbij een groot diafragma wordt gebruikt om voldoende helderheid te bereiken, en de lens niet alleen licht moet convergeren dat vlak bij de optische as binnenvalt, maar licht moet convergeren van alle gebieden van het object, is het zeer moeilijk om de hierboven aangegeven ideale omstandigheden te evenaren wegens de volgende verstorende factoren:
--- * Aangezien de meeste lenzen alleen worden samengesteld uit lenselementen met sferische oppervlakken, worden de lichtstralen die afkomstig zijn van één punt op het gefotografeerde object, in het beeld niet als een perfect punt weergegeven. (Een onontkoombaar probleem bij sferische oppervlakken.)
--- * De positie van het brandpunt is verschillend voor verschillende lichtsoorten (golflengten).

Analoge fotografie
Bij klassieke toestellen wordt alle beeldinformatie die als licht de lens passeert opgeslagen op een lichtgevoelige film. Deze film moet eerst chemisch bewerkt worden, waarna de foto`s via een nieuwe stap, weer met een chemisch proces, kunnen worden afgedrukt. Dit ingewikkelde proces is meestal een klus voor een professionele afdrukcentrale, niet in de laatste plaats omdat er veel chemicaliën bij gebruikt worden.
Het belangrijkste verschil met digitale fotografie is de gevoelige laag die bij analoog chemisch is, en bij digitaal electronisch.
Lees ook hier: Dit Artikel op PhotoPlaza.

APO
Apochromaat
Apochromatisch
Speciaal glaselement voor correctie van chromatische abberatie (zie bij de C.) bij objectieven van het merk Sigma.
Iedere kleur wordt op een bepaalde manier gebroken als een lichtstraal door een lens valt. Bij objectieven kan een mate van onscherpte ontstaan, doordat kleuren door verschillende breking niet precies op dezelfde punt op de beeldsensor samenvallen. Dit wordt in een apochromatische lens gecorrigeerd, waardoor een scherper beeld ontstaat.
Zie ook Lenzen op Fotopedia.

ASA
American Standards Association: een serie getallen die de snelheid van een film aangeven. Een stop meer gevoeligheid betekent een verdubbeling van het ASA getal. Het ASA systeem is inmiddels vervangen door het ISO systeem. (zie bij de I.)

Asferisch
Lens, objectief met een niet in alle richtingen gelijke kromme.
Licht dat door het midden van een lens naar binnen valt wordt op een andere manier gebroken dan licht dat verder naar de zijkant van de lens binnenkomst. Hierdoor kan enige mate van onscherpte ontstaan. Asferische objectieven corrigeren dit verschijnsel. Hierdoor ontstaat een scherper beeld.

Buffer
Een ruimte, tijdelijk geheugen, om tijdelijke gegevens op te slaan, gewoonlijk om verschillen in snelheid tussen apparatuur op te heffen. Een camera kan meestal sneller de foto maken dan dat er op de geheugenkaart opgeslagen kan worden en daarom slaat de camera de gemaakte foto`s tijdelijk in een buffer op zodat je toch achter elkaar foto`s kan blijven maken.

Bulb
Belichtingstijd of sluitertijd, waarbij de sluiter zo lang open blijft staan als de ontspanknop wordt ingedrukt. Op de meeste camera’s heet dit de B-stand. Op die manier zijn dus ook belichtingstijden van seconden of zelfs minuten mogelijk. Dan moet de camera natuurlijk wel op statief en het beste werkt het met een draadontspanner met een vast-zet-knop.

CCD-sensor
Charged-Coupled Device: een chip die opgebouwd is uit lichtgevoelige receptoren. Op de CCD-chip zit een kleurenfilter, zodat elke receptor slechts één van drie primaire kleuren rood, groen en blauw registreert. De informatie die de CCD-chip opvangt, wordt door de software in de camera geconverteerd tot een digitaal beeldbestand dat bestaat uit pixels.
Daarbij wordt de primaire kleur die een receptor heeft opgevangen, aangevuld op basis van beide andere primaire kleuren die door de omliggende receptoren werden opgevangen - een proces dat als demosaicing bekend staat.

Centrumgerichte meting
Manier van lichtmeting waarbij de belichting wordt gebaseerd op de hoeveelheid licht in en rond het midden van het beeld.

Circle of Confusion
Verstrooiingscircel. Wanneer je een objectief scherp stelt op een bepaald punt zal alles wat verder weg of dichterbij ligt in het beeld een kleine onscherpe circel vormen
Scherptediepte is het gebied in de object ruimte (de dingen die je fotografeert) waarbinnen de afbeelding op de foto scherp genoemd wordt. Dat `scherp` is een afspraak gebaseerd op hoe een puntbron (zoals een ster) afgebeeld wordt op de film of chip.
De doorsnede van het schijfje dat van die puntbron ontstaat is de `Circle of Confusion` en die heeft een bepaalde toelaatbare doorsnede bij een gegeven film of chip formaat.
Zie voor verdere uitleg:Artikel over scherptediepte in Fotopedia
Lees ook hier: Dit Topic op PhotoPlaza.

Close up
Bij een close up foto wordt een bepaald deel van het onderwerp heel erg sterk naar voren gehaald. De rest van de omgeving wordt genegeerd en alleen het onderwerp wordt sterk ingezoomd in beeld gebracht.

DDL
Door De Lens, zie ook TTL. Through The Lens

DSRL
Digital Single Reflex Lens.
Digitale Spiegelreflex camera.

DX-code
Afkorting van Data eXchange. De DX-code is de combinatie van zilveren en zwarte blokken op de zijkant van een kleinbeeld filmrolletje. Hiermee kan de camera automatisch de filmgevoeligheid aflezen.

Dynamisch bereik.
In de fotografie wordt vaak veel gesproken over het dynamische bereik van films en sensoren. Hoeveel stops aan belichting kan een sensor of film aan.
Het gaat dan om de breedte van informatie van licht naar donker. Het dynamisch bereik wordt gemeten van 0 (zuiver wit) tot 4,0 (zuiver zwart), maar geen enkele film of CCD is nog in staat om het hele bereik te omvatten. Een CCD of film met 0,3 DMin tot 3,5 DMax heeft een dynamisch bereik van 3,2 D.
Lees verder over: - stops en kleurdiepte van een monitor, een afdruk en het menselijk oog.
op PhotoPlaza.

F-getal (Met hoofdletter)
Het F-getal of openingsverhouding is een begrip dat in de optica, fotografie en astronomie gebruikt wordt. Het F-getal van een lens of telescoop is gelijk aan de brandpuntsafstand van de lens (f) gedeeld door waarde van het diafragma (D) en staat voor de diameter van de diafragma-opening in millimeters
Een schaal van getallen die de grootte van het diafragma aangeven, bijvoorbeeld F2.8, F4, F5.6, F8 etc. Een aantal stapjes van een diafragma getal naar een andere wordt ook wel stops genoemd. Het getal is afgeleid van de lensopening. Hoe groter het F-getal, hoe kleiner de opening en hoe minder licht er op de film valt.
De brandpuntafstand van een lens wordt ook wel met een f-getal aangeduid (kleine letter).

Focus
1] Brandpunt.
2] Focussen: de camera scherpstellen.
Focus is het scherpstellen van een camera op een bepaald onderwerp wat zich in het beeld bevindt. Dit zal scherp worden afgebeeld op de foto en de rest eromheen zal minder scherp te zien zijn op de uiteindelijke afdruk.

Foto
1] Fotografische opname
2] Afdruk van een fotografische opname
Een vereeuwiging van een plaats, persoon, situatie of dergelijke vastgelegd op een visuele beeldhoudende drager.

GIF
Een bestandsindeling voor het opslaan van afbeeldingen in digitale vorm.
GIF is de afkorting van Graphics Interchange Format, een grafische bestandsindeling met pixels. GIF ondersteunt kleuren, verschillende resoluties, animatie en een transparante achtergrond. Het aantal kleuren in een GIF-bestand is beperkt tot maximaal 256 (door het gebruik van 8 bits), die elk wel uit 262.144 verschillende gekozen kunnen worden.
Lees ook: GIF- animatie op Fotopedia.

High-key
High Key is het omgekeerde van Low Key.
Term waarmee aangeduid wordt dat een afbeelding (meestal een foto) hoofdzakelijk lichte tinten bevat. Dat kan komen door de aard van het onderwerp, maar ook door kunstgrepen na de opname. Een foto van een ijsbeer in een sneeuwlandschap is high-key.
Lichte tinten zijn het belangrijkste. Lichte achtergrond, beperkte scherptediepte om je onderwerp met de achtergrond te laten versmelten, difuus licht (dus paraplutjes of soft boxen gebruiken), zodat er weinig schaduw valt.
Lees ook: Dit Topic op PhotoPlaza.

Highlights
Zie bij Hoge Lichten

Histogram
1] Grafische voorstelling van de frequentieverdeling d.m.v. rechthoeken => staafdiagram, staafgrafiek.
2] Op je beeldscherm kun je zelf zien of een foto goed belicht is. Een handig hulpmiddel hierbij is de functie Histogram. Dit is een grafische weergave van de verdeling van de helderheid van een foto. Het helderheidsbereik van een goed belichte standaardfoto strekt zich uit van geheel zwart naar geheel wit, met een maximum in het midden. Wordt niet het hele gebied van helderheid gebruikt of ligt de plek sterk aan de linker- (onderbelicht) of rechterkant (overbelicht), dan is de belichting vaak niet in orde. Voor een visuele beoordeling op de monitor moeten de helderheid en het contrast van de monitor goed ingesteld staan. Een hulpmiddel hiervoor is een blokjesbalk die verloopt van geheel zwart naar geheel wit. Bijna alle goede fotobewerkingsprogramma`s bieden de functie histogram aan.
Lees ook: Belichten met het Histogram op PhotoPlaza.

IF
Internal Focussing.
Scherpstelling bij objectieven met IF gebeurt volledig inwendig. Hij het scherpstellen heb je dus geen last meer van uitschuivende onderdelen.

Image stabiliser (Zie ook IS)
Techniek voor videocamera`s – en tegenwoordig ook voor fotocamera’s en –lenzen - om het effect van trillingen tegen te gaan. Een apparaat met beeldstabilisator maakt gebruik van gyroscopen om de lens snel te bewegen en zo de trillingen van de hand te compenseren.

Image-tank
Mobiele harde schijf.
Een mobiel opslagmedium waarop foto`s (en andere data) opgeslagen kunnen worden, door middel van het verplaatsen van data van een geheugenkaart naar de image-tank. Wanneer er bijvoorbeeld tijdens een vakantie zodanig veel foto`s zijn gemaakt, dat de geheugenkaarten vol zijn, kun je de data tijdelijk opslaan op een image-tank. De geheugenkaarten kunnen dan weer gebruikt worden voor het maken van nog meer foto`s. De image-tank heeft vaak de aansluitpunten voor diverse typen geheugenkaarten. Thuis kun je de afbeeldingen weer van de image-tank halen en ze bekijken op een computer.



IS (Zie ook Image Stabiliser)
Image Stabilization (Ook VR- Vibratee Reductie van Nikkor en OS- Optische Stabilisatie van Sigma)
In het objectief ingebouwde beeldstabilisator om (beperkte) trillingen weg te werken.
Oftwel het stabiliseren van het beeld dat je bekijkt/opneemt. Eigenlijk niets meer en niets minder.
Bij grote zoomlenzen is de kans dat er bewegingsonscherpte op je foto ontstaat vrij groot. Dat ontstaat doordat je de camera (en dus de lens) enigsins beweegt (tenzij je een statief gebruikt). Doordat de brandpunts afstand van de lens groot is, is het bewegings effect ook groot. Vergelijk het maar met het heen en weer bewegen van een lucifer en een satestokje. De laatste beweegt bij een zelfde beweging van je vingers veel verder heen en weer.
Nu is door een aantal fabrikanten een systeem ontwikkeld waarbij de lens elementen `tegen bewegen` op de beweging van de camera en de lens. Hierdoor wordt het beeld uiteindelijk scherper.
Het gebruik van een IS/VR/OR lens kan een paar stops schelen in de belichting. Normaal geldt grofweg de stelregel 1/brandpunts afstand = sluitertijd (bijv voor een 300 mm lens is dat 1/300 wat dus betekent dat je een scherp beeld hebt bij 1/300 sec). Zou je echter een IS/VR/OR lens gebruiken, dan kan dit nog 1/150 of 1/100 seconde zijn. Dit kan in lichtzwakke situaties net zoveel schelen dat je de foto nog wel kunt maken.

ISO
ISO is een standaard van de International Standardisation Organisation die de lichtgevoeligheid van de beeldsensor van de camera weergeeft. Deze standaard is de opvolger van de oude ASA standaard. ISO 100 of ISO 200 is de meest gebruikte instelling. Bij digitale compact camera`s kan je vaak maar de ISO waarde tot 400 of 800 instellen. Bij digitale spiegelreflex camera`s heb je vaak een maximum ISO waarde van 1600 of 3200. Hoe hoger de gebruikte ISO-waarde, hoe minder licht de camera nodig heeft (kortere sluitertijd en/of kleiner diafragma). Het nadeel van een hogere ISO waarde is dat er vaak digitale ruis te zien is op de foto.
Zie voor meer uitleg: dit artikel in Fotopedia.

ISO-gevoeligheid
De lichtgevoeligheid van een chemische film wordt uitgedrukt in ISO-waarden (50, 100, 200 of 400) Hoe gevoeliger de film, hoe minder licht er nodig is om een goede opname te maken. De CCD-chip in een gewone digitale camera heeft een gemiddelde lichtgevoeligheid die equivalent is aan ISO 100.
Lees ook ISO-waarde.

ISO-waarde
Filmgevoeligheid
Filmsnelheid
De mate van gevoeligheid voor licht van de film wordt ook wel filmgevoeligheid genoemd. De waarde wordt uitgedrukt in ISO. Hoe hoger de waarde, hoe gevoeliger de film. De norm is vastgesteld door de International Standards Organization. Bij gevoelige films kun je voor de juiste belichting veel kortere sluitertijden gebruiken. Een laag getal betekent dat de film weinig lichtgevoelig is. Bij deze films heb je een langere sluitertijd nodig voor de juiste belichting.
Bij digitale camera`s is de ISO-waarde variabel in te stellen.

Isochromatisch
[foto.] kleurgevoelig.

Isofoot
[foto.] lijn van gelijke helderheid.

JPEG
De afkorting staat voor Joint Photographic Experts Group, de organisatie die dit digitale bestandsformaat ontwikkelde. JPEG comprimeert digitale beelden zodat die minder ruimte innemen, maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld TIFF-compressie gaat hierbij informatie verloren.
Elke keer als je een JPEG-beeld opent en bewerkt, wordt het opnieuw gecomprimeerd. Als je een beeld intensief wilt bewerken, bewaar het dan als TIFF of in RAW-formaat. Is de bewerking klaar, sla je het definitieve bestand daarna wel alsnog als JPEG op.
Lees ook hier: artikel over JPeg in Fotopedia.
en Dit topic op PhotoPlaza.

Kiekje
Amateurfoto, gelegenheidsfoto => snapshot.

Kikkerperspectief
Bij een foto in kikkerperspectief (kikker standpunt) wordt de foto van onderaf genomen. Het onderwerp van de foto bevindt zich hoger dan de maker van de foto. (Zoals een kikker omhoog kijkt tegen een mens).

Kitlens
Digitale spiegelreflexcamera`s worden vaak aangeboden met een kitlens. Deze objectieven blinken doorgaans niet uit qua scherpte of lichtsterkte, maar bieden de koper wel de mogelijkheid om voor relatief weinig geld in de wondere wereld van de spiegelreflexfotografie te stappen.
Als je echt voor de hoogste kwaliteit wilt gaan, kun je beter de kitlens laten schieten en meer geld investeren in een goede lens.

Kleur
1] De bijzondere eigenschap van dingen om van licht stralen van een bepaalde golflengte terug te kaatsen of door te laten, waardoor het oog een bepaalde indruk krijgt.
2] Kleur is een eigenschap van licht die wordt bepaald door zijn golflengte (of de samenstelling van verschillende golflengtes waaruit het licht is samengesteld).
De kleur op een foto hangt af van 3 dingen:
*a. De spectrale verdeling van de lichtbron (de zon midden overdag heeft het breedste spectrum en dus de meeste kleuren)
*b. De eigenschappen van het licht reflecterend oppervlak (een hele rij eigenschappen, zoals glans, absorptie etc.)
*c. De 3 of 4 karakteristieke curven van de gevoelige laag: hoe lopen die en in welk stuk gebruik je ze.
Lees verder: Dit Topic op PhotoPlaza.

Kleurdiepte
Zie: Bitdiepte
Het aantal bits per pixel (gewoonlijk per kanaal, soms voor alle kanalen samen) dat het aantal kleuren bepaalt dat een pixel kan weergeven. Acht bits per kanaal zijn minimaal vereist voor beelden van fotografische kwaliteit.

Kleurencontrast
Verhouding van de intensiteit van twee kleuren.

Kleurenfilter
Kleurfilters kunnen dienen om een subtiele verandering aan te brengen, zoals in het geval van kleurcorrectiefilters, of een dramatische zoals kleureffect filters.
Lees ook: Artikel over filters in Fotopedia.

Kleurmeter
In een digitale camera zit een automatische kleurmeter, die zo goed mogelijk inspeelt op de menselijke kleurgevoeligheid. Dit lukt doorgaans aardig, maar we kunnen de camera door het selecteren van de juiste `witbalans` helpen. Elke digitale camera heeft een aparte knop waarmee je kan aangeven bij wat voor soort lichtbron we fotograferen. Meestal kan je kiezen uit zonlicht, tl-licht, schaduw of kunstlicht.

Kleurprofiel
Zowel Windows als beeldbewerkingsoftware beschikt over een groot aantal kleurprofielen.
Lees hier meer over: Digidoc, kleurprofiel beeldscherm
en Digidoc, kleurprofielen.

Kleurverzadiging
Term uit de analoge fotografie: een aanduiding van de intensiteit van een kleur. Diep groen is verzadigd, een groene weide is onverzadigd groen.
Lees verder hier: topic kleurverzadiging op PhotoPlaza.

Kleurzweem
Een bepaalde tint die over de gehele afbeelding ligt. Kleurzwemen ontstaan vaak door scannen. Je kunt ze meestal met software voor het bewerken van foto`s verwijderen.

Klonen
In een beeldbewerkingsprogramma (zoals Photoshop) het dupliceren van pixels uit een bepaald deel van de afbeelding naar een ander deel.

ND Filter
Neutral Density, ook wel grijsfilter.
Absorbeert resp. 1, 2 of 3 stops. Zorgt voor uitgebanceerde belichtingen met behoud van scherptediepte-controle. Vermijd overbelichte `uitgevreten` opnamen.
Het vermindert het licht van alle golflengten en kleuren. Hierdoor krijgt de fotograaf meer mogelijkheden om het diafragma of de sluitertijd aan te passen.
Er zijn ook graduele ND (Neutral Density) filters. Die zijn er in een aantal sterktes
(stops) om meer of minder licht af te vangen. Welke het meest geschikt is hangt af van de contrastverschillen en de mate van overgang daarvan in het te registreren beeld.

Objectief
Lens of lenzenstelsel van een optisch instrument, dat het dichtst bij het voorwerp is gelegen
Lens van een camera.

Objectmeting
Een meting verrichten van een gemiddelde helderheid zoals een grijskaart. De belichtingswaarde (sluitertijd - diafragmacombinatie) wordt vastgehouden terwijl de compositie gemaakt wordt.

Oculair
Een oculair (of ooglens) is een lens of groep lenzen waarmee het door het objectief van een fototoestel gevormde beeld kan worden waargenomen met het oog.

Omnibounce
Een omnibounce, ook wel een diffuser genoemd, is een mat plastic kapje dat over de kop van een externe flitser wordt geschoven. Dit met het doel het flitslicht te verzachten, zodat er minder harde (scherpe) schaduwen ontstaan. Een omnibounce zorgt voor een betere verspreiding van het licht, dit gaat echter wel ten koste van de lichtopbrengst van de flitser.
Het meest voorkomende type is wit, er zijn echter ook licht bruine (gold) en groenige te krijgen. De eerste om foto`s een iets warmere kleur te geven en de groenige als men bij TL-licht fotografeert.
Bij het gebruik van een omnibounce moet de externe flitser in een hoek van 45 graden worden geplaatst om het beste resultaat te krijgen.

Ooghoogte
Bij een foto op ooghoogte bevindt het onderwerp van de foto zich op een gelijke hoogte zoals een normaal mens tegen het onderwerp aankijkt.

Overbelichting
Overexposure
Een foto is overbelicht wanneer deze te bleek is en te weinig details vertoont. Dit gebeurt als er te veel licht door de lens wordt doorgelaten. Overbelichting kan met opzet worden toegepast om een bepaald effect te krijgen.

RGB
RGB staat voor het kleurenmodel met de kleuren Rood, Groen en Blauw

Sensor
Beeldsensor
De beeldsensor van een digitale camera is het lichtgevoelige element waarmee het beeld wordt vastgelegd. Er zijn verschillende beeldsensoren:
-CCD (Charged Coupled Device) Zie ook bij de C.
-CMOS (Complementary Metal Oxide Semiconductor)
-Foveon heeft een X3-sensor, die als eerste de volledige RGB kleur met elke pixel kan vastleggen.

Sferische aberratie = afwijking.
Een lensfout die komt door het zuiver bolvormig slijpen van lensoppervlakken. Deze vorm is niet ideaal voor lenzen maar technisch makkelijker te maken dan asferische lenzen.
Optische afwijking, die meestal voorkomt bij grote diafragma`s van groothoekobjectieven, waarbij niet alle golflengten van het licht op hetzelfde punt gebundeld worden. Dit manifesteert zich als verzwakte scherpte in de hoeken van het beeld. Kan op verschillende manieren optisch gecorrigeerd worden, bijvoorbeeld met een asferisch lensoppervlak (in het onderwerp) en het gebruik van kleinere diafragma-openingen.
Lees ook: Lensfouten op Fotopedia.

Shiftobjectief
Zie ook TS lens Tilt/shift lens
Om een vertekening van het perspectief te voorkomen moet het filmoppervlak zich evenwijdig aan het onderwerp bevinden. Om dit te bereiken moet een deel van de camera of het objectief in een andere stand worden gezet. Met een shiftobjectief is dit zowel in horizontale als in verticale richting mogelijk. Meestal wordt het gebruikt om `achterovervallende` gebouwen recht te zetten en om de scherptediepte bij landschapsfoto`s zo groot mogelijk te maken.

Silica-gel
Vochtabsorberende kristallen. Ze worden gebruikt om een fotografische uitrusting in vochtige omstandigheden droog te houden.

Slave-ontsteking
Niet iedere camera heeft een aansluiting voor een losse flitser. Er bestaan flitsers met een slave-ontsteking, die reageert op het licht van de ingebouwde flitser. In dat geval kun je eventule schaduwen van de ingebouwde flitser ophelderen met een externe flitser.

Sluiter
1] Shutter, mechanisme dat de lensopening afsluit en de belichtingstijd regelt.
2] Mechanisme in het objectief dat ervoor zorgt dat het licht gedurende een bepaalde tijd op de film/sensor valt om een beeld tot stand te brengen. De sluiter gaat open om licht door het objectief te laten schijnen. Nadat de film/sensor belicht is, gaat de sluiter weer dicht. De tijdsduur van de sluiteropening is in te stellen.
Een centraal-sluiter zit in of bij de lens bij een camera met vaste lens. Een gordijnsluiter of spleetsluiter blijft voor de sensor of de film zitten, zodat we rustig lenzen kunnen verwisselen.

Sluitertijd
1] Shutter speed, tijd dat de sluiter geopend is, waardoor belichting mogelijk is.
2] De duur van het belichten van de film of sensor. Een korte sluitertijd zorgt ervoor dat de sluiter kort open is (bijvoorbeeld 1/2000 seconde). Bij een lange sluitertijd is de sluiter langer open (bijvoorbeeld 1/16 seconde).
Om een film goed te belichten is een hoeveelheid licht nodig. Daarom moet een langere sluitertijd worden gecompenseerd met een kleiner diafragma om een goed resultaat te behalen. Een korte sluitertijd moet gecompenseerd worden met een groter diafragma. Zie D: diafragma.
Sluitertijd wordt uitgedrukt in fracties van een seconde, bijvoorbeeld 1/25 voor sluitertijd van één vijfentwintigste seconde. Wanneer een camera `2000` aangeeft, wordt hiermee 1/2000 bedoeld (de 1/ is weggelaten).

Sluitertijdvertraging
De tijd die verstrijkt tussen het indrukken van de ontspanner en de afgeronde opnamen. Waarden van 0,15 tot 0,3 seconden zijn snel genoeg om snapshots te makien. Bij waarden boven de 0,5 seconde wordt het lastiger om bewegende onderwerpen op de foto te zetten.

SmartMedia
Een type verwijderbare geheugenkaart. Verkrijgbaar in versies van 8, 16, 32, 64, en 128 MB. Ze zijn dunner en lichter dan CompactFlash-kaarten.

SPI
Samples Per Inch
Eenheid waarmee de resolutie van digitale afbeeldingen in samples wordt uitgedrukt. Scanners en camera`s nemen van een af te beelden scène een bepaald aantal samples per inch. Op een beeldscherm worden die samples vertaald naar pixels, in een afdruk naar dots.

Spiegelreflex
Spiegelreflex is een ingebouwd systeem in een camera, waarbij je als je door de zoeker kijkt, door middel van spiegels in de camera die reflecteren wat er op de lens valt, hetgeen ziet wat eigenlijk door de lens gezien wordt.
Een spiegelrefex camera voor 35 mm film wordt ook wel kleinbeeldreflex genoemd.

Spiegelreflexcamera
1] SLR; Single Lens Reflex.
2] Een camera met een uitgebreid sluiter en spiegelmechaniek. Wanneer je door de lens kijkt, vlak voor je afgedrukt, reflecteert de spiegel het licht naar boven, gaat door het (penta-) prisma (hierdoor wordt het omgekeerde beeld rechtop gezet) en zie je het onderwerp, precies zoals dat op de film wordt vastgelegd.
Zodra je de ontspanknop licht indrukt, meet de lichtcel de hoeveelheid licht en vertaalt dat naar een diafragma/ sluitertijdcombinatie. En als je doordrukt springt het diafragma op de gemeten waarde, klapt de spiegel omhoog en wordt de opname gemaakt doordat de sluiter gedurende de gemeten tijd open gaat.
Realiseer je dat je door de opgeklapte spiegel dus eigenlijk nooit ziet wat je fotografeert op het moment van de opname. Als tijdens de opname de spiegel is opgeklapt en het diafragma gesloten is tot op de ingestelde waarde, gaat de sluiter open en wordt hiermee de daarachter liggende film belicht.
Heb je een flitser aangesloten en ingesteld, dan zal die op dit moment afgaan. Hierna klapt de spiegel weer terug en is de opname gemaakt. Het zal nu ook duidelijk zijn waarom dit type camera een `spiegelreflex` wordt genoemd.
Lees ook: De klap van de spiegel op PhotoPlaza.

Spiegelvergrendeling
Bij sommige spiegelreflexcamera`s kan de spiegel opgeklapt worden en in die stand vergrendeld worden terwijl de belichting plaatsvindt. Hierdoor ontstaan er minder interne vibraties door de beweging van de spiegel. Deze techniek is alleen vereist bij sterke uitvergrotingen van het onderwerp en bij lange sluitertijden (meestal vanaf 1/15 seconde en langer).

Spotmeting
Een manier van lichtmeten waarbij alleen de lichtintensiteit van een heel klein onderdeel van een onderwerp wordt gemeten. Deze functie is ingebouwd in sommige camera`s, maar komt ook voor in de vorm van een losse lichtmeter. Voor voorspelbare belichting is ervaring vereist in het bepalen van de helderheidsnuances.

SV
Scheidend vermogen.
De mate waarin een film of objectief kleine details duidelijk kan weergeven. Filmfabrikanten drukken dit meestal uit in lijnparen per millimeter: een hoger getal betekent een hoger SV. Laaggevoelige films hebben doorgaans een hoger SV dan hooggevoelige films.
Synchronisatie op het tweede sluitergordijn
Sommige camera`s bieden de functie synchronisatie ( in de tijd laten samenvallen) op het tweede sluitergordijn. Hierbij gaat bij langere belichtingstijden de flitser pas af vlak voordat de sluiter weer dichtgaat. Zo kun je bijzonder creatieve effecten bereiken, bijvoorbeeld bij spelende kinderen.
Als je kind bij een lange belichtingstijd hard door een ruimte rent, krijg je een onherkenbare veeg op de foto, terwijl net voor de sluiter dichtgaat het flitslicht de beweging bevriest. Het resultaat is dat het kind wordt achtervolgd door zijn eigen schim.

Synchronisatietijd
De maximale sluitertijd van een camera, waarbij de flitsontlading gesynchroniseerd ( in de tijd laten samenvallen) kan worden met het moment waarop de sluiter volledig geopend is

TS lenzen
Met zogenaamde TS-lenzen (Tilt-Shift) kun je de vertekening al bij de opname corrigeren. Simpel gezegd is het vlak van deze lenzen zodanig te kantelen dat je het beeldvlak, ook wanneer je de camera iets optilt, toch parallel kunt laten lopen met de gebouwen.

TTL
Through The Lens
Zie ook: DDL (Door De Lens )
Term die meestal wordt toegepast bij ingebouwde lichtmeters, die meten hoeveel licht er door het objectief komt en de film/sensor belicht. Deze manier van het meten van licht is vooral handig wanneer er accessoires gebruikt worden die de lichtdoorlating beperken, zoals filters, teleconverters en tussenringen.

Tv
Stand op de camera: Shutter Speed Priority, Sluitertijdvoorkeuze, ook S-stand.
Automatische belichting met sluitertijdprioriteit
Bij semi-automatische bediening wordt de sluitertijd door de fotograaf gekozen. Het systeem bepaalt het diafragma, dat een juiste belichting oplevert. De camera gaat hierbij uit van de ingebouwde lichtmeter.
Bij de meeste camera`s moet voor deze modus de instelling op Tv (Shutter Speed Priority) ingesteld worden en is er ook de keuze voor P (Program) A (Aperture-voorkeuze) of M (manual).

Uitsnede
Ook: Croppen, zie C.
Een plaatje dat een stukje van een groter plaatje is. Stel, iemand heeft een foto gemaakt van een berg met een berghutje erop. Hij snijdt alleen het berghutje eruit en bewaart dit als een plaatje. Dan is het plaatje met alleen het hutje de uitsnede.

UV-Filter
Ultraviolet-Filter, Skylinefilter, Nevelfilter.
1] Filter dat de ultraviolette straling absorbeert en de zichtbare straling doorlaat => uv-filter.
2] Voorzetfilter voor een camera. Deze filters houden de ultraviolette straling tegen, die voor het menselijke oog onzichtbaar is. UV-filters komen vooral in de bergen en aan zee goed van pas, omdat daar de UV-straling het hoogst is. Met het gebruik van UV-filters voorkom je een blauwzweem, die anders door de straling veroorzaakt wordt. Een andere werking van UV-filters is dat ze voor een betere kleurenweergave en hoger contrast zorgen.
En niet in de laatste plaats dient het filter als bescherming voor de lens.
Dit laatste wordt door sommigen als discutabel gezien omdat de kwaliteit van de soms zeer goed lenzen achteruit gaat door het UV filter waar dat niet echt nodig is.

Vogelperspectief
Bij een foto in vogelperspectief (vogel standpunt) wordt de foto van bovenaf genomen. Het onderwerp van de foto bevindt zich lager dan de maker van de foto. (Zoals een vogel omlaag kijkt op een mens).
Zie ook K: kikkerperspectief.

WYSIWYG
WYSIWYG is een Engelse afkorting en staat voor What You See Is What You Get. Hiermee geeft men aan dat een afbeelding of tekst zoals die op het computerscherm wordt weergegeven ook precies zo afgedrukt zal worden. Daarvoor moeten zowel scherm als printer gekalibreerd zijn. Zie ook bij K. voor kleur en kalibratie

xD picture card
xD-Picture (Extreme Digital) geheugenkaarten zijn op de markt gebracht in de zomer van 2002 en ontworpen door Fujifilm en Olympus ter vervanging van de in digitale camera`s veel gebruikte SmartMedia kaarten.
De xD kaarten zijn relatief goedkoop, erg snel (De schrijfsnelheid is 1,3 MB per seconde en de leesnelheid is 5 MB per seconde) en kunnen een maximale opslagcapaciteit hebben van 8 Gb. Qua grootte zijn ze zelfs nog iets kleiner dan de SD en MMC kaartjes (20mm x 25mm x 1.7 mm).

Zoeker
1] Kijkglaasje aan een camera om het te fotograferen beeld te bepalen.
2] De zoeker van een camera is het venster of display waardoor je ziet wat er gefotografeerd of gefilmd wordt. Er bestaan zowel optische (met spiegels) als elektronische (bijvoorbeeld LCD) zoekers.
Bij de kleine compactcamera`s staat de zoeker los van de lens, daar moet met het fotograferen rekening mee worden gehouden. De werkelijke opname wijkt iets af (meestal wat lager en meer naar rechts), dan het getoonde in de zoeker.

Zoomobjectief
Zoomlens of zoomobjectief (zoom spreek uit zoem, met een langgerekte oe) is een lenzenstelsel met een variabele brandpuntsafstand.
Een objectief waarbij de brandpuntafstand kan worden gewijzigd. Deze objectieven worden altijd met hun minimale en maximale brandpuntafstanden aangeduid. bijv. 28-80 mm.
Ze bieden de mogelijkheid om met een simpele draai- of schuifbeweging ofwel motorisch de brandpuntsafstand en daarmee de beeldhoek aan te passen aan het onderwerp ter verkrijging van de best mogelijke compositie. De verandering van de brandpuntsafstand wordt verkregen door bepaalde lenzen of lensgroepen van het objectief ten opzichte van elkaar te laten verschuiven.