Kopie van `ABB-BVB`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


ABB-BVB
Categorie: Economie en financiën > Bankieren
Datum & Land: 15/02/2007, BE
Woorden: 141


Aanbesteding
Uitgifteprocedure waarbij effecten te koop worden aangeboden en het aan de koper wordt overgelaten een prijs en dus een aankoopkoers voor te stellen. De verkoop gebeurt zoals bij een veiling en de deelnemers zijn niet op de hoogte van de door de overige bieders voorgestelde voorwaarden.

Aandeel
Een aandeel is een bewijs dat recht geeft op een deel van de eigendom van een vennootschap. De aandelen (ook maatschappelijke aandelen genoemd) verlenen aan de aandeelhouders de volgende rechten :
- het recht op een eventueel dividend, dit is een variabel inkomen afhankelijk van de winst van de vennootschap;
- stemrecht in de algemene vergaderingen van de aandeelhouders;
- het recht op een proportioneel aandeel van het maatschappelijk vermogen berekend op het ogenblik van de vereffening van de vennootschap.

Achtergestelde leningen
De achtergestelde leningen worden gelijkgesteld met het eigen vermogen van de banken onder bepaalde voorwaarden; ze zijn ‘achtergesteld’, wat betekent dat ze bij een faillissement van de bank slechts na alle andere schuldvorderingen worden terugbetaald.

Afgeleide financiële instrumenten
De term ‘afgeleide financiële instrumenten’ of ‘afgeleide producten’ staat voor het groot aantal instrumenten die zijn ontwikkeld om zich in te dekken tegen het wisselrisico, het intrestrisico en vooral de fluctuaties. Deze instrumenten worden afgeleide instrumenten genoemd gezien hun kenmerken afgeleide zijn van de onderliggende financiële instrumenten waarvoor ze als dekking dienen.
Daarenboven hebben ze allemaal als gemeenschappelijk kenmerk dat er een belangrijk hefboomeffect is t.o.v. de oorspronkelijke investering.
De meest afgeleide financiële instrumenten zijn : ‘swaps’, ‘opties’, ‘futures’ en ‘Forward Rate Agreements (FRA)’.
De activiteiten met afgeleide producten kennen een sterke expansie.

Afgeleide producten
De term ‘afgeleide financiële instrumenten’ of ‘afgeleide producten’ staat voor het groot aantal instrumenten die zijn ontwikkeld om zich in te dekken tegen het wisselrisico, het intrestrisico en vooral de fluctuaties. Deze instrumenten worden afgeleide instrumenten genoemd gezien hun kenmerken afgeleide zijn van de onderliggende financiële instrumenten waarvoor ze als dekking dienen.
Daarenboven hebben ze allemaal als gemeenschappelijk kenmerk dat er een belangrijk hefboomeffect is t.o.v. de oorspronkelijke investering.
De meest afgeleide financiële instrumenten zijn : ‘swaps’, ‘opties’, ‘futures’ en ‘Forward Rate Agreements (FRA)’.
De activiteiten met afgeleide producten kennen een sterke expansie.

Arbitrage
Dit is een techniek die erin bestaat effecten of munten aan te kopen op bepaalde plaatsen waar de koersen voordelig zijn, om ze daarna op andere plaatsen te verkopen en het koersverschil op te strijken.

ATM
Automated Teller Machine. Geldautomaat in het Nederlands.

Banksys
Banksys, waarvan de meeste Belgische banken aandeelhouder zijn, kreeg in 1989 de opdracht om samen met de Belgische banken het Bancontact-Mister Cash netwerk te beheren. Vóór die datum bestonden beide netwerken apart. De hoofdopdracht was het uitvoeren van elektronische transacties tegen de laagste kostprijs en met de hoogste efficiëntie. De jongste jaren is daar echter een nieuwe activiteit bijgekomen: het ontwikkelen en verkopen van elektronische netwerken, waarmee het bedrijf het grootste deel van zijn winst boekt. Daarmee bevindt Banksys zich een stuk verder dan gelijkaardige organisaties in andere landen. Toepassing van de verworven technologie op andere vlakken blijft een grote uitdaging: enkele mogelijkheden zijn kaarten voor toegangscontrole, openbaar vervoer, sociale zekerheid, klantenkaarten enz.

Betaalkaart
Plastiek drager (kaart) doorgaans voorzien van een systeem voor herkenning van de identiteit van de titularis (bv. chip, magneetband) die toegang verleent tot diens bankgegevens voor het uitvoeren van elektronische betalingen in winkels en voor geldafhalingen aan geldautomaten.
Er bestaan verschillende soorten betaalkaarten:
- debetkaarten: elke betaling gaat onmiddellijk van de bankrekening van de eigenaar van de kaart,
- kredietkaarten: de opeenvolgende betalingen worden gedurende een bepaalde periode (meestal één maand) geregistreerd en na afloop van die periode wordt een overzichtsfactuur toegestuurd. De cliënt kan dan al zijn aankopen in één keer of gespreid betalen.
- privatieve kaarten uitgegeven door ondernemingen, zoals distributiebedrijven of petroleummaatschappijen.

Betalingsverkeer
Het geheel van inkomende en uitgaande betalingen als gevolg van economische of financiële transacties in een bepaalde economie. Het betalingsverkeer verloopt zowel manueel als elektronisch. Het aandeel van elektronische verrichtingen (met giraal geld*) in het betalingsverkeer wordt steeds groter.

Beursintroductie
Het op de beurs brengen van effecten uitgegeven door een bepaald orgaan (vennootschap, Staat …), staat gelijk met het voor de eerste maal aanbieden van die effecten op een openbare markt, volgens de reglementen en onder toezicht van de beursautoriteiten. Het betreft dus de toelating tot de officiële beursnotering.

BIB
Bank voor Internationale Betalingen. Internationale financiële instelling met als hoofddoel de bevordering van de samenwerking tussen de centrale banken van de industrielanden. De BIB fungeert als ‘bank van de banken’: ze neemt deposito’s in ontvangst en kent leningen toe aan de met de emissie belaste instituten. Ze publiceert verslagen en studies over de internationale financiële bedrijvigheid en zorgt voor het secretariaat van bepaalde Comités van deskundigen, zoals het ‘Baselcomité’ dat de eigenvermogensreglementering voorbereidt.

Bijkantoor
Uitbatingskantoor van een bank, zonder rechtspersoonlijkheid. Het bijkantoor voert, geheel of gedeeltelijk, de bankverrichtingen rechtstreeks uit.

Buitenbalansactiviteiten
Dit zijn activiteiten van de banken die geen verband houden met de financiële intermediatie (m.a.w. depositowerving en kredietverlening) en daarom niet in de balans van de banken worden opgenomen.
Het gaat om diensten zoals o.a. verzekeringsbankieren, vermogensbeheer en beleggingsadvies, wissel- en arbitragetransacties, enz.
De buiten balansactiviteiten nemen sterk toe, meer bepaald om inkomsten te vinden ter compensatie van de dalende rentemarge.

Cambiair
Spreiding naar de munt.

CBF/CBFA
Zie Commissie voor het Bank- en Financiewezen.

Centrale bank
Een centrale bank is een financiële instelling die het monopolie bezit om bankbiljetten uit te geven en in omloop te brengen.
Het geld dat door de centrale bank wordt uitgegeven heeft trouwens het statuut van wettig betaalmiddel en moet dus ter betaling aanvaard worden.
Een centrale bank is tevens ‘de bank der banken’ vermits de andere financiële instellingen (de commerciële banken) zich steeds tot haar kunnen richten voor de financiering van hun liquiditeitstekorten of voor de plaatsing van hun liquiditeitsoverschotten. In het eerste geval biedt de centrale bank hen de mogelijkheid om het giraal geld dat zij in omloop brengen, te ruilen tegen bankbiljetten.
Haar hoofdopdracht is echter het voeren van een monetair beleid. Door de voorwaarden te veranderen (rentevoeten, kredietvolume, enz) waartegen ze aan de commerciële banken krediet verleent, kan de centrale bank de kredietverlening op de geldmarkt aan- of ontmoedigen en aldus de totale geldhoeveelheid beter onder controle houden.
In de eurozone is het de Europese Centrale Bank (ECB) die verantwoordelijk is voor de bepaling van het monetair beleid, waarvan de uitvoering gebeurt door de (momenteel) twaalf nationale centrale banken.
Tenslotte ziet een centrale bank erop toe dat de stabiliteit van het financieel systeem niet bedreigd wordt, mochten een aantal financiële instellingen hun verplichtingen jegens andere instellingen niet nakomen, en deze in hun val meesleuren.

Chartaal (of fiduciair) geld
Het chartaal geld omvat de biljetten uitgegeven door de centrale bank alsook de muntstukken uitgegeven door de Schatkist.
Met chartaal geld wordt geld bedoeld dat berust op vertrouwen (of fiducie), vandaar dat het ook bekend is als `fiduciair geld`. De term `chartaal` verwijst naar de oorsprong van de bankbiljetten.

Cheque
De persoon die een cheque uitschrijft geeft een onvoorwaardelijke schriftelijke opdracht aan zijn bank om een bepaald bedrag te betalen aan de begunstigde. De betaling zelf vindt pas plaats wanneer de cheque wordt geïnd. De cheque wordt voornamelijk gebruikt voor eenmalige betalingen. De cheque is voorzien van de benaming cheque, de naam van wie betalen moet (betrokkene), de plaats van betaling, de dagtekening, de plaats van uitschrijving, de handtekening van de opdrachtgever (de trekker) en de naam van de begunstigde (of de aanduiding ‘toonder’ wanneer de begunstigde niet verder wordt bepaald). Het gebruik van de cheque neemt voortdurend af door het bestaan van eenvoudiger en veiliger betaalmiddelen.

Consumentenkrediet
Het consumentenkrediet omvat alle overeenkomsten inzake krediet voor privé-gebruik (met uitzondering van hypothecaire kredieten) en behelst twee grote kredietcategorieën : - de kredietopening, d.i. een financiële reserve die de bank aan de cliënt ter beschikking stelt, al dan niet in combinatie met een kredietkaart en al dan niet voor een beperkte duur; - verrichtingen op afbetaling (lening op afbetaling, verkoop op afbetaling, leasing) : de kredietnemer betaalt zijn lening terug in vaste maandelijkse aflossingen; dankzij verrichtingen op afbetaling kan een groot bedrag in ‘maandelijkse’ schijven worden afbetaald.

Cooke-ratio
De Cooke-ratio is een internationale solventieratio die de kredietinstellingen in acht moeten nemen. Die ratio legt de verhouding vast tussen het bedrag aan eigen vermogen en dat van de lopende kredieten.
De in 1988 door het Baselcomité bepaalde Cooke-ratio legt de minimumvereisten inzake eigen vermogen vast op 8% van de risicogewogen kredieten.
Momenteel wordt gewerkt aan een nieuw systeem – Basel II – dat in principe in 2006 in werking zal treden.

Debetkaart
Een debetkaart is een plastic kaart die het, aan de hand van de gegevens op de magneetstrip of chip, mogelijk maakt via elektronische weg toegang tot de zichtrekening te krijgen en geld over te brengen van één zichtrekening naar een andere (transfer bij betaling in een handelszaak: geld gaat van de rekening van een cliënt naar de handelaar). Anderzijds laat de kaart toe geld af te halen aan een geldautomaat, waardoor de rekening automatisch wordt gedebiteerd van het afgehaalde bedrag. Het debiteren van het bedrag gebeurt (vrijwel) onmiddellijk.

Deposito
In het algemeen wordt met deposito aangeduid dat een goed bij een derde persoon in bewaring wordt gegeven.
Bankdeposito’s zijn de geldbedragen die de bank heeft ontvangen op verzoek van een persoon (de deponent) met het recht voor de bank om erover te beschikken voor de behoeften van haar activiteiten, maar met de verplichting aan de deponent een kasdienst aan te bieden.

Depositoboekje
Het depositoboekje is een spaarinstrument zonder termijn bedoeld om spaargeld in te zamelen dat niet dient om onmiddellijk te worden uitgegeven, bijvoorbeeld in afwachting van een andere belegging, of om een kapitaal samen te stellen dat moet dienen voor de financiering van een aankoop of nog als spaarmiddel gewoon bij wijze van voorzorgsmaatregel. Het is een bijzonder populair spaarinstrument.
Er dient een onderscheid te worden gemaakt tussen :
- de depositoboekjes waarop geen roerende voorheffing moet worden betaald (tot 1.500 EUR intrest per gezin) : om voor deze vrijstelling in aanmerking te komen, moeten de boekjes voldoen aan de wettelijke voorwaarden wat de depositoboekjes betreft op het gebied van intrestberekening en geldafhaling;
- de aan belasting onderworpen depositoboekjes, die niet beantwoorden aan de wettelijke voorwaarden die moeten zijn vervuld opdat de intrest vrijgesteld is van roerende voorheffing; de intrest op dergelijke boekjes is niet bij wet beperkt.

Deregulering
De afschaffing van bepalingen die de vrije concurrentie, meer bepaald op de financiële markten, in de weg staan.

Desintermediatie
Desintermediatie is de huidige tendens waarbij de verschillende marktpartijen (gezinnen en ondernemingen maar ook de overheid) minder gebruik maken van de door de banken geboden financiële intermediatie.
In plaats van zich te wenden tot een bank, financieren de verschillende marktpartijen zich meer en meer rechtstreeks op de kapitaalmarkt (bijvoorbeeld: de ondernemingen financieren zich meer via de uitgifte van effecten).
Een steeds groter wordend deel van de spaargelden van de gezinnen en de ondernemingen wordt aldus via deze weg belegd (bijvoorbeeld via beleggingsfondsen) en komt dan ook niet meer terecht bij de banken in de vorm van deposito’s.
Desintermediatie heeft voor gevolg dat de rentemarge van de banken is gedaald.

Devies
Buitenlandse munt of valuta. In ruime zin zijn het alle valuta die regelmatig worden gebruikt bij internationale betalingen en gemakkelijk inwisselbaar zijn.

Disconteren
Aankoop door de bank van een vordering (bv. een wisselbrief) - onder voorbehoud van betaling door de schuldenaar - en dit vóór de vervaldag.

Disconto
Dit is het bedrag dat de bank aan de begunstigde van een nog niet vervallen vordering aanrekent, ingeval zij deze vordering disconteert.

Dividend
Deel van de te verdelen winst dat in vennootschappen aan de aandeelhouders wordt toegekend.

Dochter-onderneming
Onderneming die door een andere onderneming – de moederonderneming – wordt gecontroleerd.

DOM’80
Door de Belgische banken in 1980 uitgewerkte procedure voor automatisch incasso van gedomicilieerde facturen via het UCV (Uitwisselingscentrum van te verrekenen verrichtingen).

Domiciliëring
Een domiciliëring is een betaling waarvoor het initiatief uitgaat van de schuldeiser. Een akkoord tussen schuldeiser, schuldenaar en de bank ligt aan de basis ervan. De inning, uitwisseling en verreffening ervan gebeuren automatisch. De schuldenaar geeft de schuldeiser toelating op eigen initiatief zijn rekening te laten debiteren, na toezending van de factuur. De schuldenaar kan op elk moment deze domiciliëring herroepen of een bepaalde invordering weigeren. De betalingen gebeuren steeds op tijd, zonder verdere beslommeringen. Het product wordt in principe alleen gebruikt voor frequent terugkerende betalingen, zoals telefoon, gas en elektriciteit. Het vereenvoudigt de administratie voor de schuldeiser en maakt ook het leven van de betalende partij gemakkelijker. De domiciliëring wordt uiteraard alleen uitgevoerd wanneer er voldoende provisie is op de zichtrekening van de schuldenaar.

Eenvormige vergunning
Een kredietinstelling uit een EU-land die in eigen land een vergunning heeft gekregen, heeft het recht om bancaire en financiële diensten aan te bieden in een andere lidstaat van de Unie en om overal in de Unie actief te zijn onder het stelsel van het vrij verlenen van diensten, zonder de verplichting om nieuwe vergunningen in die landen aan te vragen.

Effect
In burgerrechtelijk opzicht is een effect een schriftelijk bewijs voor de vaststelling van een rechtshandeling. Financieel gezien is een effect een roerende waarde, m.a.w. een verhandelbaar instrument afkomstig van vennootschappen, de Staat of besturen als bewijs van een kapitaalinbreng of een lening.

Effectendepot
Bij een effectendepot gaat het om een door de bank beheerd informaticadossier waarop de cliënt zijn effecten in bewaring kan geven : aandelen, obligaties, beveks, kasbons. Het effectendepot ontslaat de eigenaar van de effecten van het beheer ervan, dat de bank op zich neemt. De cliënt wordt geïnformeerd over de bewegingen met zijn effecten en ontvangt een gedetailleerd overzicht van de transacties (aankoop, verkoop, uitbetaling van intrest, enz.).

Elektronisch geld
Elektronisch geld is een vorm van giraal geld en wordt via elektronische weg getransfereerd: het kan gaan om geld op chipkaarten (zoals de elektronische portemonnee Proton) of om geld dat via een netwerk wordt verstuurd. Volgens Europese voorstellen is het elektronisch geld dat zich op chipkaarten bevindt, opeisbaar: de bank moet op verzoek van de cliënt het saldo dat zich op de kaart bevindt, kunnen terugbetalen.

Emissiebank
Bank die het monopolie heeft voor de uitgifte van bankbiljetten.
De Europese Centrale Bank (ECB) en de twaalf nationale centrale banken van de eurozone vormen het Eurosysteem, dat verantwoordelijk is voor de uitgifte van bankbiljetten in de eurozone.

Emissierecht
Het recht van een centrale (of nationale) bank om bankbiljetten uit te geven.

Endossement
Paraaf aangebracht op de achterzijde van een betaalmiddel (cheque, handelspapier, orderbriefje, …) waardoor de eigendom aan een derde wordt overgedragen. Degene die ondertekent, wordt de endossant genoemd, de derde de geëndosseerde; op zijn beurt kan de geëndosseerde opnieuw endosseren en zo verder, zonder beperking van het aantal endossementen.

Euro
Benaming van de gemeenschappelijke Europese munt geldig in de zone waarvan momenteel twaalf Europese landen deel uitmaken (België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje en Griekenland).

Europese bankenrichtlijn
Door de Europese Raad uitgevaardigde reglementering tot coördinatie, in alle lidstaten van de Europese Unie, van de wets- en reglementsbepalingen alsook de administratieve bepalingen betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van een kredietinstelling. De lidstaten moeten de richtlijnen in nationaal recht omzetten.

Europese Centrale Bank (ECB)
De op 1 juni 1998 opgerichte en in Frankfurt gevestigde Europese Centrale Bank (ECB) is één van de jongste centrale banken ter wereld.
Samen met de nationale centrale banken van de lidstaten die tot de Monetaire Unie zijn toegetreden en die dus de euro als munt hebben gekozen, vormt de ECB het Eurosysteem en voert zij het monetair beleid, dat op de prijsstabiliteit in de eurozone is toegespitst.
Samen met de nationale centrale banken van alle lidstaten van de Europese Unie vormt de ECB het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB).

Europese Unie
Sinds 1994 heet de Europese Gemeenschap de Europese Unie (EU). De vijftien landen van de EU streven naar economische, sociale en politieke eenwording. Het verst gevorderd is de economische integratie. Zo ontstond eind 1992 bijvoorbeeld de Europese markt zonder binnengrenzen (onder meer vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en arbeidskrachten). En met ingang van 1999 zijn de nationale munten vervangen door één gemeenschappelijke munt, de euro.
Op dit moment bestaat de Unie uit vijftien landen: België, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Ierland, Italië, Spanje, Portugal, Griekenland, Denemarken, Zweden, Finland en Oostenrijk.

Eurosysteem
Het Eurosysteem omvat de Europese Centrale Bank (ECB), met zetel te Frankfurt, en de centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben gekozen. Momenteel zijn dit België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Spanje.
Het Eurosysteem is belast met het gemeenschappelijk monetair beleid. De beslissingen op het gebied van het monetair beleid worden genomen door de Raad van gouverneurs bij de ECB. De nationale centrale banken zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de beslissingen op het gebied van het monetair beleid.

Eurozone
Dit is de benaming voor de zone waarbinnen de euro de munteenheid is. Momenteel omvat de eurozone twaalf lidstaten van de Europese Unie (België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje en Griekenland).
Meer populaire benaming: euroland.

Factuurcheque
Cheque opgemaakt op formulieren die aan de begunstigden toebehoren. Dit betaalmiddel zal mettertijd verdwijnen.

Fee business
Dit zijn de provisie-inkomsten van de banken als gevolg van andere activiteiten dan de financiële intermediatie (zie buitenbalans-activiteiten).

Financieel conglomeraat
Financiële groep die bestaat uit verscheidene financiële vennootschappen, meestal een bank en een verzekeringsmaatschappij. Het kan ook gaan om beleggingsondernemingen zoals beursvennootschappen.

Forward Rate Agreements
FRA’s zijn overeenkomsten tussen twee partijen (meestal banken) waarbij een rentevoet wordt overeengekomen als vergoeding voor een theoretisch deposito door één van de partijen bij de andere, voor een bepaalde duur met aanvang na een bepaalde tijd.

Geld
Geld is alles wat binnen een bepaalde gemeenschap aanvaard wordt als ruilmiddel.
In het verleden hebben allerlei, vaak fascinerende voorwerpen zoals vee, zout, schelpjes, kralen, koperen ringen en zelfs tabletten gedroogde thee als geld gefungeerd.
Ook nu nog wordt in sommige primitieve maatschappijen goederengeld aanvaard.
Wij kennen het geld vooral onder de gedaantes van muntstukken, bankbiljetten, giraal en elektronisch geld.

Geldhoeveelheid
Stricto sensu zijn dit alle activa die dienen als betaalmiddel, zoals biljetten en munt stukken (chartaal geld) en zichtdeposito’s (giraal geld). In ruime zin omvat dit ook tegoeden die tamelijk snel en zonder veel kosten in betaalmiddelen kunnen worden omgezet, zoals spaardeposito’s.

Geldmarkt
In de ruime zin is het de markt waarop financiële middelen op korte termijn worden gevraagd en aangeboden door de verschillende marktpartijen (gezinnen, financiële en niet-financiële ondernemingen en de overheid).
In de enge zin gaat het om de markt waarop de kredietinstellingen elkaar kortlopende leningen (in de regel maximum één jaar) toestaan voor het bijsturen van hun deposito’s bij het Eurosysteem.

Geldmultiplicator
De geldmultiplicator is de verhouding tussen de hoeveelheid geld in omloop en het door de centrale bank uitgegeven basisgeld (vooral bankbiljetten). De multiplicator toont aan in welke mate het basisgeld wordt vermenigvuldigd door het mechanisme van het bankkrediet. De waarde van de geldmultiplicator (k) hangt enerzijds af van de reservecoëfficiënt bij de banken (r) en anderzijds van de hoeveelheid liquide middelen die de particulieren in de vorm van biljetten wensen aan te houden (b).

Geldschepping
Geldschepping gebeurt door de centrale bank (chartale geldschepping d.m.v. uitgifte van biljetten en muntstukken) of door de commerciële banken via kredietverlening (schepping van giraal geld) en waardoor de totale of maatschappelijke geldhoeveelheid toeneemt.

Gemeenschappelijk beleggingsfonds
Gemeenschappelijk beleggingsinstrument zonder rechtspersoonlijkheid. Onverdeelde eigendom van alle deelnemers (= mede-eigenaars) die geld hebben ingebracht, en voor rekening van hen beheerd door een vennootschap.
In 1991 vormden de meeste Belgische klassieke gemeenschappelijke beleggingsfondsen zich om tot beveks, als gevolg van de wet van 4 december 1990, waarbij de toelating werd gegeven voor de oprichting van beveks naar Belgisch recht.

Giraal (of scripturaal) geld
Hiermee wordt het geheel van de onmiddellijk opeisbare tegoeden bedoeld, waarover de spaarders bij de banken beschikken.

Groepsverzekering
Een groepsverzekering is een door de werkgever onderschreven levensverzekeringspolis voor (een deel van) zijn personeel. Dankzij de betaalde premies kan een kapitaal worden aangelegd dat dan aan de werknemer wordt uitbetaald.

Handelspapier
Effect uitgegeven door een handelaar (de trekker), waarbij hij aan de debiteur (de betrokkene) opdracht geeft om het bedrag van de schuldvordering pas na een bepaalde tijd te betalen, meestal via de bankrekening (domiciliëring). Het betreft vooral wisselbrieven en orderbriefjes.

Hefboomeffect
Wanneer de rendabiliteit van een verrichting hoger ligt dan de prijs van het voor de financiering van de verrichting geleende kapitaal, spreekt men van een hefboomeffect. Bijvoorbeeld afgeleide instrumenten bieden de mogelijkheid om een in verhouding tot de inbreng veel hogere winst te halen.

Holding
Vennootschap die aandelen bezit in verscheidene dochterondernemingen en daardoor dus hun activiteiten controleert.

IMF
Internationaal Monetair Fonds. In 1946 opgerichte internationale organisatie voor de naoorlogse heropbouw en de steun aan landen met een economie die lijdt onder een gebrek aan financieel en economisch evenwicht (in principe kortlopende steunmaatregelen). Het IMF moet ook toezien op de degelijke werking van het internationaal muntstelsel en op het wisselbeleid van de lidstaten.

Incasso
Inning van vervallen schuldvorderingen.

Institutionele beleggers
Instellingen die (doorgaans) aanzienlijke bedragen beleggen gezien hun functie, zoals bijvoorbeeld verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen.

Interbancair
Betrekking hebbend op transacties waarbij verscheidene banken betrokken zijn.

Internet
Een elektronisch communicatienetwerk dat computernetwerken over heel de wereld met elkaar verbindt. Via dit netwerk van netwerken wordt informatie die vroeger niet voor iedereen toegankelijk was wegens factoren zoals afstand en prijs, nu wel toegankelijk.

Intrest- of rentevoet
In een procent van de hoofdsom per tijdseenheid (doorgaans één jaar) uitgedrukte vergoeding voor een belegd of geleend bedrag.
Een jaarlijkse intrest van 0,6 of 6 % betekent dat de kredietnemer elk jaar aan de kredietgever 0,6 euro per geleende euro zal betalen, of 6 euro per 100 geleende euro.

Intrest/Rente
Dit is de geldelijke vergoeding voor het ter beschikking stellen van geld.
De intrest is dus de huur van het geld.
Men spreekt van:
- creditintrest (-rente) indien het gaat om de vergoeding die een bank aan haar cliënten betaalt wegens het ter beschikking stellen van hun spaargelden (bijvorbeeld deposito’s of aankoop van kasbons);
- debetintrest (-rente) indien het de bank geld aan haar cliënteel ter beschikking stelt (bijvorbeeld kredietverlening).
Het intrest- of rentetarief wordt bepaald door het spel van vraag en aanbod op de geld- en kapitaalmarkt.
Het wordt uitgedrukt in de vorm van een jaarlijks percentage van het kapitaal: de intrestvoet.

Intrinsieke waarde
In tegenstelling tot de nominale waarde van een munt (waarde die op de munt staat) is de intrinsieke waarde, de waarde van het materiaal waaruit de munt is vervaardigd. De kosten van het aanmunten behoren er dus niet toe. In het geval van gouden munten gaat het dan om de waarde van het goud dat de munt bevat.

Inventariswaarde van een bevek
De inventariswaarde van een bevek is de waarde van de activa in het bezit van de bevek, na aftrek van de beheerskosten. Deze waarde wordt berekend op basis van de meest recente koersen van de effecten die in de portefeuille van de bevek zijn opgenomen.

Kapitaalmarkt
Markt waarop het kapitaal op middellange en lange termijn wordt verhandeld. Die markt vormt de ontmoetingsplaats voor hen die behoefte hebben aan kapitaal en voor hen die erover beschikken.
In enge zin gaat het om de markt waarop effecten worden uitgegeven en verhandeld; ze bestaat uit twee afzonderlijke markten: de primaire en de secundaire markt.

Kasbon
Een kasbon is een effect of waarde aan toonder dat geldt als een schuldbewijs van de kredietgever (de bank die de kasbon uitgeeft) t.o.v. de kredietnemer (de belegger die de kasbon koopt).

Krediet
Kredietverlening is een economische activiteit waarbij de kredietgever goederen of geldsommen ter beschikking stelt, die pas later door de kredietnemer zullen worden betaald of teruggestort.
Vooral banken, maar ook handelaars verlenen krediet.
Wanneer de bank een krediet toekent, betaalt de kredietnemer het nominaal bedrag van de lening terug, vermeerderd met de door de bank gevraagde intrest. Deze intrest is de vergoeding voor de kredietgever.
Krediet berust op vertrouwen. Etymologisch komt het begrip trouwens voort van het Latijn `credere`, wat `geloven` betekent.
Een bankier die bijvoorbeeld krediet verleent aan een bedrijf, heeft vertrouwen in de bedrijfsleider en gaat ervan uit dat deze solvent is.

Kredietcoöperatieve Vereniging
wordt georganiseeerd en geëxploiteerd overeenkomstig de principes inzake coöperatie en met als hoofddoel kredieten aan haar leden aan te bieden.

Kredietfaciliteit
Een overeenkomst tussen de bank en haar cliënt, waarbij de bank de cliënt toestaat tot een bepaald bedrag gelden op te nemen (‘rood staan’) of andere faciliteiten (zoals garanties) te genieten.

Kredietinstelling
Onderneming waarvan de werkzaamheden bestaan in het van het publiek in ontvangst nemen van gelddeposito’s of van andere terugbetaalbare gelden en het verlenen van kredieten voor eigen rekening » (artikel 1 van de eerste Europese bankenrichtlijn). De meest gangbare vormen van kredietinstelling zijn banken en spaarbanken.

Kredietkaart
Een kredietkaart is een plastic kaart die, aan de hand van de gegevens op de magneetstrip of chip, de mogelijkheid biedt goederen of diensten te kopen zonder er onmiddellijk voor te betalen. Op eenvoudig vertoon van de kredietkaart (mét identiteitskaart uiteraard) kan men meestal ook geld opnemen bij wisselkantoren en met behulp van een geheim codenummer ook aan geldautomaten in de hele wereld. In Angelsaksische landen is het woord ‘kredietkaart’ eigenlijk echt van toepassing: daar mag de cliënt de betaling uitstellen en in schijven terugbetalen, mits hij interest betaalt. Bij ons wordt meestal het principe van het uitgestelde debet toegepast: dit betekent dat de cliënt nu betaalt aan de winkelier maar dat het geld pas op het einde van de lopende maand van zijn zichtrekening wordt gedebiteerd. Kredietkaarten worden meestal gebruikt voor grotere aankopen om zo de betaling nog wat uit te stellen en er - misschien - beter op voorbereid te zijn. Kredietkaarten zijn momenteel ook het meest verspreide systeem van betalingen op het internet, alhoewel niet iedereen het erover eens is dat ze het veiligste middel zijn.

Leasing
Volgens de wet is leasing een kredietovereenkomst, ongeacht de inhoud of vorm ervan, waarbij één van de partijen zich ertoe verbindt aan de andere partij een lichamelijk roerend goed ter beschikking te stellen tegen een vaste prijs, die laatst genoemde partij periodiek zal betalen, en waarbij uitdrukkelijk of stilzwijgend in een aankoopoptie is voorzien.

Lening tegen onderpand
Een lening waarvan de debiteur een roerend goed aan zijn schuldeiser geeft als waarborg van betaling. Wanneer de debiteur de schuld heeft vereffend, geeft de schuldeiser het onderpand terug.

Levensverzekering
Overeenkomst tussen een verzekeringsmaatschappij en een verzekeringnemer waarbij de verzekeringsmaatschappij zich ertoe verbindt een bepaald bedrag aan kapitaal te betalen aan een in de overeenkomst vermelde begunstigde, mits de premies worden betaald. Het kapitaal zal worden betaald in geval van overlijden van de persoon op wiens naam de verzekering is aangegaan (overlijdensverzekering) of op een bepaald tijdstip, bijvoorbeeld bij de oppensioenstelling, als die persoon op dat ogenblik nog in leven is (eigenlijke levensverzekering).

Lineaire obligatie (OLO)
Langlopende obligaties uitgegeven door de Belgische Staat met een vaste intrestvoet, looptijd en terugbetalingsprijs. Die obligaties worden tweemaandelijks uitgegeven en de uitgifteprijs wordt door middel van een aanbesteding vastgesteld. Ze zijn gedematerialiseerd en worden op rekening ingeschreven.

Liquide middelen
In enge zin zijn liquide middelen alle betaalmiddelen waarover een bankier onmiddellijk kan beschikken om zijn betalingen uit te voeren.
In ruime zin zijn liquide middelen alle activa die erg snel in baar geld kunnen worden omgezet zonder groot verlies.

Liquiditeitsrisico
Een bankier moet in staat zijn de door hem bijeengebrachte deposito’s terug te betalen. Wel kan hij worden geconfronteerd met het risico van een tekort aan liquide middelen. Als hij plots behoefte heeft aan activa of op de markt of bij de Nationale Bank geld moet lenen om te kunnen terugbetalen, kan het gebeuren dat hij daarbij verlies oploopt. Als hij daarentegen te veel liquide middelen bijhoudt, moet hij winst derven.

Maestro
De meeste betaalkaarten zijn uitgerust met de Maestro-functie. Dit betekent dat de kaarthouder voor een kleine kostprijs betalingen kan uitvoeren bij banken en handelszaken in het buitenland, en bovendien geld kan afhalen bij buitenlandse biljettenverdelers die op het Maestro-netwerk zijn aangesloten.
Voor inwoners van de eurozone zijn geldafhalingen in een ander land binnen de eurozone vrij van extra kosten.

Magneetstrip
Horizontale magneetband die op de achterzijde van een betaalkaart is aangebracht. De strip bevat informatie over de kaarthouder die van belang is voor het uitvoeren van transacties. De strip wordt gelezen door een speciaal toestel.

Makelaar
Bemiddelaar die de partijen bijeenbrengt zonder tussenbeide te komen bij de overeenkomst. Als vergoeding krijgt hij een makelaarsloon.

Metaalgeld
Zeer vroeg in de loop van de geschiedenis werd gebruik gemaakt van edele metalen en vooral goud en zilver om de drie functies van het geld te vervullen: wisselinstrument, waardestandaard, spaarinstrument.

Muntunie
Op 1 januari 1999 kwam de Economische en Monetaire Unie (EMU) tot stand. Voor de toen nog elf deelnemende landen (Nederland, België, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, Portugal, Oostenrijk, Ierland, Finland) werd een definitieve koers van de euro ten opzichte van hun nationale munteenheid vastgelegd (koersveranderingen werden vanaf dat moment volledig uitgesloten) , zodat de nationale munteenheden (Nederlandse gulden, Duitse mark, Franse frank, ...) juridisch gesproken enkel nog een uitdrukking zijn van de eenheidsmunt, de euro. Vanaf 1 januari 2002 verdween elke verwijzing naar de nationale munteenheden definitief.
Griekenland voldeed aanvankelijk niet aan de criteria van Maastricht, maar kon zich uiteindelijk toch op 1 januari 2001 bij de elf voegen. Zweden, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk bleven uit vrije wil (voorlopig nog) buiten de muntunie.
Het monetair beleid binnen de EMU wordt gevoerd door het Eurosysteem.

Nationale Bank van België (NBB)
Centrale bank van België. Overal ter wereld bestaat de hoofdtaak van de centrale banken erin biljetten in omloop te brengen en het monetair beleid te sturen.
In het kader van het Eurosysteem levert de NBB een bijdrage tot het uitwerken en ten uitvoer brengen van het monetair beleid in de eurozone. Zij maakt deel uit van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB), samen met de centrale banken van de overige lidstaten van de Europese Unie en de Europese Centrale Bank (ECB).

Niet-leven verzekeringstak
Andere vormen van verzekering dan een levensverzekering: autoverzekering, brandverzekering, aansprakelijkheidsverzekering, bijstandsverzekering.

Nominale waarde
Bedrag of waarde vermeld op een roerende waarde (aandeel of obligatie) of op handelspapier of nog op enigerlei ander document dat als schuldbewijs dient.

Obligatie
Algemeen beschouwd is een obligatie een schuldbewijs vanwege de emittent. Een obligatie vertegenwoordigt een deel in een lening op lange termijn waarvoor de obligatiehouder intrest ontvangt.
Dit schuldbewijs ontleent zijn benaming aan de verplichting om intrest te betalen en de schuld terug te betalen.

Obligatiemarkt
De obligatiemarkt is de financiële markt waarop de schuldbewijzen op lange termijn worden verhandeld.

Openbare kredietinstelling (OKI)
Door de Staat gecontroleerde kredietinstelling.

Overheidsbank
Bank waarvan een overheidsorgaan aandeelhouder is (Staat, Gewesten, lokale besturen).

Overheidslening
Lening met een overheidsorgaan als emittent (vooral de Staat, de Gewesten en de lokale besturen).

Overschrijving
Een overschrijving is een betalingsopdracht die de opdrachtgever aan zijn bank moet geven, waarna de bank er voor zorgt dat het geld op de rekening van de begunstigde terechtkomt. De overschrijving is een typisch betaalinstrument voor betalingen op afstand. Zowel betalingen voor kleine bedragen als zeer grote betalingen worden courant per overschrijving geregeld. Overschrijvingen bestaan als papieren verrichtingen (in te vullen formulieren) maar ook als elektronisch betaalmiddel. Men kan ze dus ook uitvoeren zonder van het document gebruik te maken (via phonebanking, pc-banking, internetbanking of selfbanking).

Pensioenfonds
Wettelijk orgaan dat los staat van de onderneming die met het orgaan een overeenkomst sluit waarin wordt bepaald dat het pensioenfonds zich ertoe verbindt aan de personeelsleden een aanvullend pensioen uit te betalen, en de werkgever zich ertoe verbindt de nodige bijdragen voor de pensioenvoorziening te betalen.

PIN
Personal Identification Number. De pin is het persoonlijke en vertrouwelijke paswoord van een bepaalde persoon. Bij een elektronische transactie bewijst de pin de identiteit van de cliënt.

Primaire markt
Markt waarop de nieuwe waarden (bv. aandelen, obligaties) worden uitgegeven.