Zoek op

pik

de pik zelfst.naamw. (m./v.) Uitspraak:   [pɪk] Verbuigingen:   pik|ken (meerv.) 1) mannelijk geslachtsorgaan informeel Synoniemen:   lul, penis zich op zijn pik getrapt voelen  (zwaar beledigd zijn)zijn pik achterna rennen  (altijd ac...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/pik

PIK

1) Boze geest 2) Brandbare zelfstandigheid 3) Deukje 4) Een weinig spijs 5) Gereedschap 6) Geslachtsdeel 7) Haat 8) Hak 9) Handgereedschap 10) Houweel 11) Kleine zeis 12) Korte zeis 13) Lid 14) Lul 15) Maaiersgereedschap 16) Mannelijk geslachtsorgaan 17) Mathaak 18) Pek 19) Penis 20) Persoonlijke onmin 21) Pief 22) Piek 23) Piem 24) Pijnhars 25) Pi...
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/PIK/1

pik

•'pik', "de"; zeis, houweel •'pik', [m] - [n] ; pek, teer
Gevonden op http://nl.wiktionary.org/wiki/pik

Pik

Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. zie PEK.
~, m. het pikken van een vogel; wrok, haat; een - op [iemand] hebben.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0019.htm

Pik

Uit `De lagere vaktalen: Taal der bouwbedrijven` 1914 houweel tot afbraak van een metselwerk.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/ginn001hand02_01/ginn001hand02_01_0009.php

Pik

[Soldatentaal, 1914] je pik stinkt: je lamp stoomt.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/ginn001hand02_01/ginn001hand02_01_0011.php

pik

houweel - Jaar van herkomst: 1350 (MNW )
penis - Jaar van herkomst: 1900 (WNT )
teerproduct - Jaar van herkomst: 1390 (MNW )
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/colofon.php

pik

Spreekwoorden: (1914) Een (of den) pik op iemand hebben
d.w.z. haat, vijandschap, afkeer jegens iemand koesteren; iemand niet mogen lijden en dit laten merken door kleine hatelijkheden; mnl. wederbick houden op; 17<sup>de<-sup> eeuw: een piek (fr. pique) op iem. hebben; in Zuid-Nederland: eenen pijk, pik of pu...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_1890.htm

pik

oude naam voor pek. Zeer dikke, bijna harde, teerachtige stof, waarmee men breeuwnaden afstreek
Gevonden op http://www.debinnenvaart.nl/binnenvaarttaal/woord.php?woord=p

pik

het pikken, prik; penis (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/pik4

pik

mannelijk geslachtsdeel vb: de jongens lieten hun pik aan elkaar zien
de pik op hem hebben [hem niet mogen en altijd dwarszitten]
hij is op zijn pik getrapt [voelt zich zwaar beledigd]
Gevonden op http://www.muiswerk.nl/mowb/?word=pik
Geen exacte overeenkomst gevonden.