Kopie van `FPO-clopedie`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.



FPO-clopedie
Categorie: Economie en financiën
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 485


Aandeel
Bewijs van deelname in het eigen vermogen van een onderneming.

Aandeelhouder
Bezitter van een bewijs van deelname in het aandelenkapitaal van een vennootschap.

Aandelen leasen
Het beleggen in aandelen met geleend geld. De aandelen worden in feite gefinancierd door de betreffende maatschappij, die zelf de beleggingen verricht. De leaserente, waarin de kosten van het product zijn verdisconteerd, is vanaf 1 januari 2001 niet meer fiscaal aftrekbaar. Aan het einde van de looptijd (variëren van 5 tot 15 jaar) wordt de belegging verkocht en het krediet afgelost. (Overigens bestaat bij sommige maatschappijen de mogelijkheid de aandelen aan te houden, mits het krediet wordt afgelost.)

Aandelenfonds
Beleggingsinstelling die het geld van deelnemers in aandelen belegt.

Aandelenoptie
Het (verhandelbaar) recht om aandelen te kopen of te verkopen.

Aanmerkelijk belang
Men heeft een aanmerkelijk belang als men op enig tijdstip hetzij alleen, hetzij tezamen met de echtgenoot / partner voor meer dan 5% van het totaal geplaatste kapitaal aandeelhouder is in een vennootschap waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld. Als uitzondering op het onbelast zijn van vermogenswinsten is de winst die gerealiseerd wordt bij de vervreemding van een aanmerkelijk belang, belast tegen een bijzonder tarief van 25%. Dit tarief geldt ook voor de reguliere voordelen uit het aanmerkelijk belang, zoals dividenden (art. 20a IB en verder)

Aanverwanten
De bloedverwanten van de echtgenoot en de echtgenoten van de bloedverwanten (art. 1:3 lid 2 BW). Aanverwantschap ontstaat door huwelijk of het aangaan van een geregistreerd partnerschap.

Aanvullende aftrek
Deze lijfrente-aftrek is bedoeld voor mensen met hoge inkomstens die, wanneer zij alleen de basisaftrek zouden mogen benutten, met een fors pensioentekort te maken krijgen. Het gaat hier specifiek om belastingplichtigen met een inkomen dat hoger is dan f 61.767,- (2000) die bovendien in het desbetreffende jaar over dat inkomen geen (of geringe) oudedagsvoorziening hebben opgebouwd (art. 45a lid 2 IB).

Aanwas
Vergroting van het aandeel van een gerechtigde in een boedelgemeenschap door het uitvallen (bijvoorbeeld door verwerping) van een of meer der andere gerechtigden.

Acceptatie
Van een hypotheekofferte. Het akkoord gaan met een aanbieding voor een hypothecaire lening, waardoor de overeenkomst van geldlening tot stand komt. Van een hypotheekaanvraag. Het akkoord gaan door de geldverstrekker met een aangevraagde hypothecaire lening door middel van een zogenaamde acceptatiebevestiging.

Afkoopwaarde pensioenen
Het bedrag waarmee de verplichting van toekomstige betalingen in een bedrag worden ‘afgekocht’. Afkoop van pensioen is op grond van wettelijke bepalingen slechts mogelijk als het om kleine pensioenbedragen gaat. Het grensbedrag is voor 2000 vastgesteld op f 680,64. Voor personen die zijn geëmigreerd, geldt het dubbele bedrag. Jaarlijks worden deze grensbedragen geïndexeerd De afkoop is overigens alleen mogelijk op de pensioendatum (art. 32 lid 5 PSW).

Afkopen alimentatie
Alle toekomstige alimentatieverplichtingen worden in een keer betaald. Deze afkoopsom kan als persoonlijke verplichting op het inkomen in mindering worden gebracht, maar kan ook worden ondergebracht bij een verzekeraar. Dan is de afkoopsom niet aftrekbaar en bij de ontvanger volgens de saldomethode belast.

Afkopen lijfrente
Een kapitaal dat bedoeld was voor het aankopen van een lijfrente in een keer tot uitkering laten komen. Voor polissen gesloten na de Brede Herwaardering geldt dat de eventuele afkoop gepaard zal gaan met een boete en revisierente.

Afloopdatum
Bij opties is dit de datum, waarop de optie expireert. Dit gebeurt altijd op de derde vrijdag van de maand. Na deze datum is de looptijd van de optie verstreken en heeft de optie geen waarde meer.

Aflossing
Een terugbetaling van geleend geld ineens of in termijnen.

Aflossingsvrije hypotheek
Hypotheekvorm waarbij gedurende de looptijd geen aflossingen op de hoofdsom worden gedaan maar alleen rente wordt betaald. Aflossingen worden gedaan aan het einde van de looptijd (indien hiervan sprake is) of bij overlijden van de hypotheekgever. Bij de meeste geldverstrekkers mag de aflossingsvrije lening niet meer bedragen dan 75% tot 100% van de executiewaarde van de woning.

Afsluitkosten
Het totaal van alle kosten die worden gemaakt ter verkrijging van een hypothecaire lening, zoals notariskosten in verband met het opmaken van de hypotheekakte, administratiekosten, kosten aanvraag Nationale Hypotheek Garantie en afsluitprovisie. Deze kosten worden ook wel financieringskosten genoemd.

Afsluitprovisie
Het bedrag dat een geldvertrekkende instelling in rekening brengt bij de totstandkoming van een hypothecaire lening als vergoeding voor het behandelen van de hypotheekaanvraag. Bij de meeste hypotheken is de hoogte van de afsluitprovisie 1% van de lening.

Akte
Notariële: een door de notaris opgemaakt geschrift tot bewijs van een rechtshandeling (ook wel authentieke akte genoemd); zie ook: hypotheekakte en overdrachtsakte.Onderhandse: een geschrift tot bewijs van een rechtshandeling zonder tussenkomst van de notaris.

Akte van levering
Zie: overdrachtsakte.

Akte van splitsing
De notariële akte vereist voor splitsing van een gebouw met toebehoren en de daarbij behorende grond met toebehoren in appartementsrechten.

Algemene voorwaarden
Bedingen die men in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf in overeenkomsten met zijn wederpartij pleegt te gebruiken. Ook wel standaardvoorwaarden genoemd of in bijzondere gevallen verkoopvoorwaarden, bestekvoorwaarden of bankcondities.

Alimentatie
Onderhoudsuitkering ten behoeve van een ex-echtgenoot. Alimentatie-uitkeringen aan de ex-echtgenoot zijn fiscaal aftrekbaar. De alimentatie die wordt uitbetaald voor de kinderen is niet aftrekbaar, eventueel wel als buitengewone lasten. Zie ook: afkopen alimentatie.

Amsterdams verrekenbeding
Is de meest voorkomende vorm van een periodiek verrekenbeding. In dit verrekenbeding komen de partners overeen dat hetgeen per het einde van elk jaar van hun inkomen of inkomsten onverteerd is overgebleven, ter verdeling bij helfte bijeen wordt gevoegd.

Annuïteiten hypotheek
Hypotheekvorm waarbij het maandelijkse of jaarlijkse gezamenlijke bedrag aan rente plus aflossing gelijk blijft. Omdat in iedere betaling een stukje aflossing zit, wordt het rentebestanddeel steeds kleiner en stijgt het aflossingsdeel. De vaststelling van de annuïteit is altijd zo dat aan het einde van de looptijd de volledige hypotheekschuld is afgelost.

Annuleringskosten
Kosten die door sommige geldverstrekkers in rekening worden gebracht in het geval een reeds geaccepteerde offerte geen doorgang vindt.

AOW
Algemene Ouderdomswet een volksverzekering die voor alle ingezetenen van Nederland geldt. De uitkeringen gaan in de eerste van de maand waarin iemand 65 wordt en worden levenslang uitgekeerd.

Arbeidsongeschiktheid
Term in de sociale verzekering die de toestand aanduidt van een verzekerde werknemer die niet tot werken in staat is. Arbeidsongeschiktheid komt in verschillende gradaties voor. Zie ook WAO, WAZ en WULBZ.

Balans
Overzicht van de bezittingen en vorderingen (activa) en eigen vermogen en schulden (passiva) van een onderneming. Activa staan aan de linker- of debetzijde op de balans en passiva aan de rechter- of creditzijde.

Bankgarantie
Een door de geldverstrekkende instelling gestelde garantie, dat op eerste aanmaning een schuld van de aanvrager van de bankgarantie zal worden voldaan. Een bankgarantie wordt vaak verstrekt indien een verkoper van een huis zekerheid wil hebben dat de koper bij de overdracht aan de betalingsverplichting kan voldoen. In plaats daarvan wordt ook regelmatig een waarborgsom betaald (meestal 10% van de koopprijs). Zie ook: waarborgsom.

Bankhypotheek
Vorm van krediethypotheek. Deze hypotheek dient niet slechts tot dekking van het krediet, maar ook tot dekking van alles wat de bank uit welke hoofde ook van de cliënt heeft te vorderen of te eniger tijd zal hebben te vorderen zowel in als buiten rekening-courant en al of niet in het gewone bankverkeer. De oorspronkelijke hoogte van de hypothecaire inschrijving blijft van kracht, waardoor een afgelost gedeelte zonder belemmeringen opgenomen kan worden.

Basisaftrek belastingvrije som
Iedere belastingplichtige heeft voor de inkomstenbelasting recht op een basisaftrek (voorheen belastingvrije som). Deze basisaftrek wordt in mindering op het belastbaar inkomen gebracht (behoudens overdracht), waarna de verschuldigde inkomstenbelasting kan worden berekend (art. 55 IB). Vanaf 1 januari 2001 zal de basisaftrek komen te vervallen. In plaats daarvan worden er heffingskortingen toegekend.

Basisaftrek lijfrente
De basisaftrek voor premies van lijfrenteverzekeringen geldt voor iedere belastingplichtige. De hoogte van de basisaftrek is in 2000 maximaal f 6.179,- en staat los van andere zaken zoals pensioenopbouw en de hoogte van het salaris (art. 45a lid 1 IB). Vanaf 1 januari 2001 zal de basisruimte voor lijfrenteverzekeringen f 2.283,- bedragen.

Begiftigde
De ontvanger van een erfenis of schenking.

Begunstigde
Degene die in een polis van levensverzekering is genoemd als gerechigde tot (een) uitkering(en).

Beheerkosten
Vergoeding die de beheerder van een beleggingsfonds in rekening brengt voor zijn werkzaamheden. De beheervergoeding hangt af van het soort fonds.

Beleggen
Geld dat niet direct voor consumptie nodig is, kan worden belegd in bijvoorbeeld aandelen, obligaties, spaarrekeningen en dergelijke, met als doel toekomstig inkomen, vermogensvorming en –groei etc., te realiseren.

Beleggershypotheek
Deze term wordt ook wel gebruikt voor hypotheekvormen waarbij de aflossing bij elkaar wordt gespaard via inleg in beleggingsfondsen of aandelen (geen polis). Voorbeeld hiervan is de Effecthypotheek.

Beleggings-B.V.
Een B.V. waarin geen materiële onderneming wordt uitgeoefend. De bezittingen bestaan uit beleggingen zoals aandelen, obligaties en onroerende zaken.

Beleggingshypotheek
Deze term wordt ook wel gebruikt voor hypotheekvormen waarbij de aflossing bij elkaar wordt gespaard via inleg in een beleggingsverzekering (te denken valt aan Unit Linked verzekeringen, Universal Life verzekeringen).

Beleggingslijfrente
Een levensverzekering waarvoor premies of een koopsom worden betaald. De premies of de koopsom worden belegd in aandelen (united linked). Het op te bouwen kapitaal wordt te zijner tijd omgezet in uitkeringen.

Belenen
Het opnemen van een lening met als onderpand een goed of waardepapier (zoals een levensverzekeringspolis of effectenportefeuille).

Beneficiaire aanvaarding
Wanneer een erfgenaam een nalatenschap beneficiair aanvaardt, wordt hij alleen aansprakelijk voor de schulden van de erflater voor zover deze schulden uit de activa/ baten van de nalatenschap kunnen worden voldaan. De erfgenaam behoeft niet met zijn eigen vermogen in te springen voor de schulden van de nalatenschap. De vermogens blijven gescheiden. Ook voorrecht van boedelbeschrijving genoemd.

Bereidstellingsprovisie
Een door de geldverstrekkende instelling berekende vergoeding voor verlenging van de geldigheid van een hypotheekofferte (meestal 0,25% van de hoofdsom per maand).

Beroepspensioenfonds
Een beroepspensioenfonds is een pensioensfonds voor een bepaalde beroepsgroep. Als voor een bepaalde beroepsgroep een beroepspensioenregeling van kracht is, zijn alle beroepsgenoten wettelijk verplicht zich bij dat beroepspensioenfonds aan te sluiten op grond van de ‘Wet betreffende verplichte deelneming in een Beroepspensioenfonds’. Enkele beroepsgroepen zijn: tandartsen, medisch specialisten, notarissen en advocaten.

Beschikbare premieregeling
Een pensioenregeling waarbij de hoogte van het pensioen afhankelijk is van de beschikbaar gestelde premie en de daarmee te behalen beleggingsopbrengsten. Het resultaat is van tevoren niet vast te stellen.

Besloten Vennootschap (B.V.)
Een vennootschap bij notariële akte opgericht, waarbij de aandelen op naam luiden en zijn ingeschreven in het aandeelhoudersregister. Het gestorte aandelenkapitaal bedraagt minimaal f 40.000,-.

Bijzonder nabestaanden pensioen
Indien het huwelijk van een (gewezen) deelnemer aan een pensioenregeling eindigt door scheiding, ontvangt de gewezen echtgenoot een premievrije aanspraak op weduwen- of weduwnaarspensioen. Deze aanspraak wordt in de praktijk vaak aangeduid met de term bijzonder weduwen- of weduwnaarspensioen. De man en de vrouw kunnen desgewenst een afwijkende regeling afspreken.

Bijzonder tarief
In plaats van het gebruikelijke progressieve inkomstenbelastingtarief van maximaal 60% is in bepaalde gevallen een vast bijzonder tarief van toepassing voor zover de belastbare som uitgaat boven de eerste twee schijven. Er zijn een aantal bijzondere tarieven, te weten:45% (art. 57 Wet IB);25% (art. 57a Wet IB);20% (art. 57b Wet IB);10% (art. 58 Wet IB).

Bloedverwanten
Personen die van elkaar afstammen of een gemeenschappelijke stamvader / moeder hebben (art. 1:3 lid 1 BW).

Boedel
Het gehele vermogen van een persoon, dat wil zeggen al zijn activa en passiva.

Boedelscheiding
Verdeling van een gemeenschap zoals een huwelijksgemeenschap of een nalatenschap, tussen de daartoe gerechtigden, hetzij zonder vormvereisten (onderhands), hetzij bij notariële akte en in geval van problemen door gerechtelijke tussenkomst. De akte heet ‘akte van verdeling’.

Boeterente
Extra rente die in rekening wordt gebracht bij het oversluiten van de hypotheek tegen een lagere rente. De boeterente is bij benadering gelijk aan de contante waarde van het verschil tussen de contractrente en de marktrente, maal de resterende looptijd of de tijd tot herziening van de rente.

Boon-Van Loon-arrest
Arrest van 27-11-1981. In dit arrest heeft de Hoge Raad beslist dat de redelijkheid en billijkheid niet alleen de wijze waarop pensioenrechten verrekend moeten worden, bepalen, maar ook de mate waarin verrekend wordt. Sinds 1 mei 1995 is echter de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding van toepassing.

Bouwdepot
Een bedrag dat door de geldverstrekker wordt gereserveerd ten behoeve van de bouw van een nieuwe woning. Op het moment van aankoop van een nieuwbouwwoning wordt de hypotheek voor het volle bedrag aangegaan en in depot gezet. Uit dit depot worden de grondprijs en de verschillende termijnen voldaan. Over dit bedrag in depot wordt een rentevergoeding verstrekt (bij sommige geldverstrekkers gelijk aan de te betalen hypotheekrente, bij anderen de te betalen hypotheekrentes minus 1%). Zie ook: verbouwingsdepot.

Bouwrente
Het totaal van door de bouwondernemer in rekening gebrachte rente voor grondkosten en reeds verstreken bouwtermijnen voor de periode tussen de koop- / aanneemovereenkomst en het passeren van de overdrachtsakte (uitstelrente) en de door de hypotheeknemer in rekening gebrachte rente. Zie ook: renteverlies tijdens bouwperiode. Deze rente is niet aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.

Bouwtermijnen
De gedeelten van de koop- / aanneemsom die de koper van een nieuwbouwhuis volgens het contract periodiek tijdens de bouwperiode moet voldoen.

Brede Herwaardering
Benaming voor een omvangrijke operatie in de periode 1990-1995 op het gebied van fiscale wetgeving met betrekking tot lijfrenten en kapitaalverzekeringen.

Bronnenstelsel
Het belastbaar inkomen bestaat uit de som van inkomsten uit diverse bronnen:winst uit onderneming;winst uit aanmerkelijk belang;zuivere inkomsten uit arbeid;zuivere inkomsten uit vermogen;zuivere inkomsten in de vorm van periodieke uitkeringen en verstrekkingen.

Bureau Krediet Registratie (BKR)
Stichting die een registratie voert met betrekking tot alle consumptieve kredieten (hoogte, einddatum, aflossing en eventuele onregelmatigheden) ter voorkoming van een onverantwoorde kredietverlening. Geldverstrekkende instanties doen veelal – voorafgaande aan de acceptatie – navraag bij BKR, teneinde inzicht te verkrijgen in de financiële positie en financiële moraliteit van de potentiële klant.

Burgerlijke staat
Algemene rechtstoestand van een persoon, die onder andere wordt bepaald door afstamming, nationaliteit, geslacht, leeftijd en huwelijkse staat.

Call-optie
De koper van een calloptie heeft het recht om gedurende een van tevoren afgesproken termijn de onderliggende waarde tegen een bepaalde prijs te kopen. De verkoper (schrijver) van een calloptie heeft de plicht de onderliggende waarde op een bepaalde datum tegen een vooraf afgesproken prijs te verkopen als de koper van de calloptie deze wil hebben. De schrijver van een calloptie ontvangt van de koper direct bij het maken van de afspraak een premie in contanten.

Codicil
Een geheel eigenhandig geschreven, gedagtekend en ondertekende brief van de erflater. Deze kan daarin een beperkt aantal zaken regelen.

Combinatie-hypotheek
Hypotheek bestaande uit meerdere hypotheekvormen (bijvoorbeeld spaarhypotheek in combinatie met een aflossingsvrije hypotheek).

Commanditaire vennootschap
Vennootschap aangegaan tussen een of meer hoofdelijk aansprakelijke beherende vennoten enerzijds en een of meer andere personen als `geldschieters` anderzijds. Deze laatste groep wordt stille of commanditaire vennoot genoemd en zijn niet verder dan het bedrag van hun deelneming aansprakelijk. Deze vennootschap wordt niet als rechtspersoon aangemerkt.

Consumptief krediet
Het financieren van de aanschaf van goederen met geleend geld. In het fiscale jargon wordt met consumptief krediet bedoeld een lening die niet is toe te rekenen aan een bron van inkomen. Rente op deze kredieten is in 2000 beperkt aftrekbaar als persoonlijke verplichtingenrente. Vanaf 1 januari 2001 vervalt de aftrek van dergelijke leningen.

Consumptieve lening
Lening die in beginsel wordt gebruikt voor consumptieve bestedingen Zie ook: consumptief krediet.

Contractrente
De tussen de hypotheekgever en hypotheeknemer overeengekomen rente.

Conversatie van pensioenrechten
Omzetten van aanspraken op ouderdomspensioen en partner / weduwe pensioen op basis van de Wet verevening pensioenrechten bij echtscheiding in een eigen recht op ouderdomspensioen.

Courtage
De aan een makelaar te betalen vergoeding voor zijn bemiddeling bij de aan- / verkoop van een woning.

Crash
Beurscrisis waarbij de koersen van aandelen instorten. Zie ook: krach.

Crediteur
Schuldeiser. Degene die een vordering heeft.

Cumulatief preferent aandeel
Geeft, na jaren waarin geen dividend werd uitgekeerd, recht op uitkering van het gehele achterstallige dividend. Pas daarna mogen dividenduitkeringen aan de overige aandeelhouders worden gedaan.

Curatele
Als iemand onder curatele staat wil dat zeggen dat hij geheel of gedeeltelijk handelingsonbekwaam is op vermogensrechtelijk en familierechtelijk terrein.

Debetrente
Rente die betaald moet worden over het tekort op een bank- of girorekening.

Debiteur
Schuldenaar. Degene die een schuld heeft.

Defensieve aandelen
Aandelen die minder gevoelig zijn voor veranderingen in de economie en die daarom minder risicovol zijn. Te deken valt aan aandelen in de voedingssector, van banken, uitgevers of verzekeringsmaatschappijen. De belangrijkste defensieve aandelen in Nederland zijn Koninklijke Olie en Unilever.

Deflatie
Toenemende waarde van het geld. Een verschijning dat meestal gepaard gaat met een daling van de economische activiteit, productie, werkgelegenheid en een daling van het algemene prijsniveau.

Dekkingsverplichting
Bedrag dat men minimaal moet aanhouden als zekerheid voor de aangegane verplichtingen.

Deposito
Het uitzetten van een som geld bij een bank tegen een van tevoren afgesproken termijn en rentevergoeding.

Depotrente
Rente die de geldverstrekkende instelling vergoedt op dat deel van de hypotheeklening dat nog niet is opgenomen. Zie ook: bouwdepot.

Devaluatie
Besluit tot waardevermindering van een valuta met een vaste wisselkoers ten opzichte van andere valuta.

Directeur grootaandeelhouder
Inkomstenbelasting: Aandeelhouder die 5% of meer van de aandelen in een vennootschap heeft (meestal B.V.) en tevens daarvan (enig) bestuurder is. Inzake o.a. pensioenen en sociale zekerheid zijn voor de DGA aparte regelingen opgenomen in de wet.

Dividend
Deel van de winst dat aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd.

Dividendbelasting
Belasting op de dividenduitkeringen van binnen Nederland gevestigde NV’s en BV’s De belasting van 25% is verschuldigd door de uitkerende vennootschap en wordt op het dividend ingehouden als voorheffing op de inkomstenbelasting. Vanaf 1 januari 2001 zal deze belasting komen te vervallen.

Dividendbewijs
Deel van een dividendblad tegen inlevering waarvan het dividend wordt uitgekeerd.

Dividendrendement
Het dividend gerelateerd aan de beurskoers van het betreffende aandeel. Het wordt berekend door het dividend te delen door de beurskoers en te vermenigvuldigen met 100%.

Dividendvrijstelling
De dividendvrijstelling is een vrijstelling in de inkomstenbelasting voor ontvangen dividenden. De dividendvrijstelling bedraagt f 1.000 voor binnenlands dividend. Voor aangewezen participatiemaatschappijen geldt een extra vrijstelling van f 1.000. Tevens geldt een extra dividendvrijstelling voor dividenden genoten in het kader van een premiespaarregeling of spaarloonregeling. Ook bestaat er een extra dividend (en / of rente-) vrijstelling van f 5.000. Voor gehuwde belastingplichtigen mogen deze vrijstellingen verdubbeld worden. Vanaf 1 januari 2001 zal deze vrijstelling komen te vervallen.

Dochtermaatschappij
Vennootschap waarvan de aandelen voor meer dan de helft in handen zijn van een andere vennootschap die moedermaatschappij heet.

Doorloopconstructie
Een hypotheekconstructie waarbij direct bij het afsluiten, of tegen de tijd dat de hypotheek en de kapitaalverzekering aflopen, wordt overeengekomen de lening niet af te lossen, terwijl de waarde van de polis voldoende is om de hypotheekschuld af te lossen. Er wordt immers besloten de polis te laten doorlopen.

Drempelvrijstellingen
Een drempelvrijstelling is een vrijstelling die vervalt zodra de verkrijging hoger is dan het drempelbedrag. Drempelvrijstellingen komen onder andere veel voor in de Successiewet.

Effecten
Verzamelnaam voor obligaties, aandelen en andere verhandelbare vermogensbestanddelen. Effecten moeten verhandelbaar zijn en zonder veel moeite in geld kunnen worden omgezet.

Effectenbeurs
Gereglementeerde markt voor effecten. Aan de handel op de Amsterdam Exchanges kunnen alleen leden van de Vereniging voor de Effectenhandel deelnemen (banken en commissionairs in effecten).

Effectenhypotheek
Bij een effectenhypotheek financiert men niet alleen de eigen woning, maar koopt men ook een pakket aandelen. De waarde van het aandelenpakket wordt meegefinancierd. De hypotheeklasten bestaan uitsluitend uit rente en eventueel een premie voor een risicoverzekering. Het pakket aandelen zal zich met name richten op koerswinst met solide beleggingen. De financiering van de eigen woning is veelal mogelijk tot 125% van de executiewaarde. Daar bovenop komt de financiering voor de effecten. Het totaal mag maximaal 150% van de executiewaarde omvatten.

Effectenkrediet
Krediet met als onderpand een effectenportefeuille.

Effectieve rente van een geldlening
De werkelijke rente, waarbij rekening wordt gehouden met afsluitkosten, het tijdstip van betalen, het aantal betalingen per jaar en de looptijd van de lening. Zie ook: nominale rente.

Eigen vermogen
Het eigen geld van een onderneming in de vorm van aandelenkapitaal plus reserves (BV).

Eindloonregeling
Een pensioenregeling, waarvan de hoogte van het bereikbare ouderdomspensioen afhangt van het salaris dat de deelnemer geniet vlak voor de pensioendatum.

Emissie
Uitgifte van nieuwe effecten, waarbij de gelegenheid wordt geboden om daarop in te schrijven.

Erfdeel bij versterf
Deel van de nalatenschap waar de wettelijke erfgenamen recht op hebben als er geen testament is. Ook AB-intestaat erfdeel genoemd.