Kopie van `FPO-clopedie`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


FPO-clopedie
Categorie: Economie en financiën
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 97


Akte
Notariële: een door de notaris opgemaakt geschrift tot bewijs van een rechtshandeling (ook wel authentieke akte genoemd); zie ook: hypotheekakte en overdrachtsakte.Onderhandse: een geschrift tot bewijs van een rechtshandeling zonder tussenkomst van de notaris.

Akte van levering
Zie: overdrachtsakte.

Akte van splitsing
De notariële akte vereist voor splitsing van een gebouw met toebehoren en de daarbij behorende grond met toebehoren in appartementsrechten.

Amsterdams verrekenbeding
Is de meest voorkomende vorm van een periodiek verrekenbeding. In dit verrekenbeding komen de partners overeen dat hetgeen per het einde van elk jaar van hun inkomen of inkomsten onverteerd is overgebleven, ter verdeling bij helfte bijeen wordt gevoegd.

Annuïteiten hypotheek
Hypotheekvorm waarbij het maandelijkse of jaarlijkse gezamenlijke bedrag aan rente plus aflossing gelijk blijft. Omdat in iedere betaling een stukje aflossing zit, wordt het rentebestanddeel steeds kleiner en stijgt het aflossingsdeel. De vaststelling van de annuïteit is altijd zo dat aan het einde van de looptijd de volledige hypotheekschuld is afgelost.

Annuleringskosten
Kosten die door sommige geldverstrekkers in rekening worden gebracht in het geval een reeds geaccepteerde offerte geen doorgang vindt.

AOW
Algemene Ouderdomswet een volksverzekering die voor alle ingezetenen van Nederland geldt. De uitkeringen gaan in de eerste van de maand waarin iemand 65 wordt en worden levenslang uitgekeerd.

Bureau Krediet Registratie (BKR)
Stichting die een registratie voert met betrekking tot alle consumptieve kredieten (hoogte, einddatum, aflossing en eventuele onregelmatigheden) ter voorkoming van een onverantwoorde kredietverlening. Geldverstrekkende instanties doen veelal – voorafgaande aan de acceptatie – navraag bij BKR, teneinde inzicht te verkrijgen in de financiële positie en financiële moraliteit van de potentiële klant.

Burgerlijke staat
Algemene rechtstoestand van een persoon, die onder andere wordt bepaald door afstamming, nationaliteit, geslacht, leeftijd en huwelijkse staat.

Cumulatief preferent aandeel
Geeft, na jaren waarin geen dividend werd uitgekeerd, recht op uitkering van het gehele achterstallige dividend. Pas daarna mogen dividenduitkeringen aan de overige aandeelhouders worden gedaan.

Curatele
Als iemand onder curatele staat wil dat zeggen dat hij geheel of gedeeltelijk handelingsonbekwaam is op vermogensrechtelijk en familierechtelijk terrein.

Effecten
Verzamelnaam voor obligaties, aandelen en andere verhandelbare vermogensbestanddelen. Effecten moeten verhandelbaar zijn en zonder veel moeite in geld kunnen worden omgezet.

Effectenbeurs
Gereglementeerde markt voor effecten. Aan de handel op de Amsterdam Exchanges kunnen alleen leden van de Vereniging voor de Effectenhandel deelnemen (banken en commissionairs in effecten).

Effectenhypotheek
Bij een effectenhypotheek financiert men niet alleen de eigen woning, maar koopt men ook een pakket aandelen. De waarde van het aandelenpakket wordt meegefinancierd. De hypotheeklasten bestaan uitsluitend uit rente en eventueel een premie voor een risicoverzekering. Het pakket aandelen zal zich met name richten op koerswinst met solide beleggingen. De financiering van de eigen woning is veelal mogelijk tot 125% van de executiewaarde. Daar bovenop komt de financiering voor de effecten. Het totaal mag maximaal 150% van de executiewaarde omvatten.

Effectenkrediet
Krediet met als onderpand een effectenportefeuille.

Effectieve rente van een geldlening
De werkelijke rente, waarbij rekening wordt gehouden met afsluitkosten, het tijdstip van betalen, het aantal betalingen per jaar en de looptijd van de lening. Zie ook: nominale rente.

Emissie
Uitgifte van nieuwe effecten, waarbij de gelegenheid wordt geboden om daarop in te schrijven.

Erfdeel bij versterf
Deel van de nalatenschap waar de wettelijke erfgenamen recht op hebben als er geen testament is. Ook AB-intestaat erfdeel genoemd.

Erfgenaam
Erfgenamen zijn degenen die gerechtigd zijn tot een nalatenschap. Onderscheid tussen wettelijke erfgenamen en erfgenamen die bij testament zijn benoemd.

Erflater
Degene die overlijdt en een nalatenschap achterlaat.

Erfopvolging
De regels die bepalen wie de erfgenamen van de overledene zijn.

Erfrecht
Het geheel van wettelijke regels met betrekking tot erfopvolging en testamenten.

Erfrecht bij versterf
De wettelijke regels die bepalen hoe de erfopvolging plaatsvindt als de overledene geen testament heeft gemaakt.

Erfrente
Dit is een vaste en tijdelijke rente die ingaat als de verzekerde overlijdt. De uitkeringstermijn is niet afhankelijk van enig verzekerd lijf.

Erkenning kind
Een kind dat niet in een familierechtelijke betrekking staat tot een vader (een kind van een ongehuwde moeder), kan erkend worden waardoor er een familierechtelijke betrekking met de erkenner ontstaat.

Estate planning
Het regelen van de vermogensoverdracht naar de volgende generatie of fiscaal gunstige en ethisch verantwoorde wijze. Dit kan via het huwelijksvermogensregime, via schenkingen of via testamentsvoorzieningen.

Euro
Gemeenschappelijke munt voor deelnemende landen van de Europese Monetaire Unie. Girale ingevoerd per 1 januari 1999, chartale ingevoerd per 1 januari 2002. Uiterlijk 1 juli 2002 is de overgang naar de euro voltooid en verdwijnen de eigen valuta van de deelnemende landen.

Forfaitair rendement
Een vast vooraf bepaald percentage van een bepaalde waarde wordt geacht het rendement van de betreffende waarde weer te geven.

Formele schenking
Een schenking van goederen uit vrijgevigheid. Formele schenkingen vinden bij notariële akte plaats. Er zijn een drietal formele schenkingen, die niet bij notariële akte behoeven plaats te vinden: schenking van roerende zaken, van geldsommen en vorderingen aan toonder. Deze zaken kunnen worden geschonken van hand tot hand.

Futures
Overeenkomst waarin de toekomstige verkoop en koop tegen het huidige prijsniveau van een zeker goed of financiële waarde is geregeld. Verkoper en koper hebben beide de verplichting om op de expiratiedatum de onderliggende waarde te betalen respectievelijk te leveren.

FVP-regeling
De FVP-regeling (Fonds Voorheffing Pensioenen) stelt onvrijwillig werkloze werknemers in staat hun pensioenregeling tijdens de werkloosheidsperiode geheel of gedeeltelijk voort te zetten. Deze mogelijkheid staat, gedurende de loongerelateerde uitkering, open voor degenen op de eerste werkloosheidsdag 40 jaar of ouder zijn en die voor de werkloosheid deelnemer waren in een pensioenregeling. De FVP-regeling wordt gefinancierd door middel van de rentebaten uit het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering. Het bestuur van de FVP heeft de Bijdrageregeling FVP opgesteld, waarin de regels met betrekking tot het verkrijgen van pensioenpremiebijdragen zijn vastgelegd.

Hypothecaire inschrijving
Aantekening in het hypotheekregister aan wie en voor welk bedrag een recht van hypotheek is verleend.

Hypotheek
Is een zakelijk zekerheidsrecht waarbij een registergoed als zekerheid dient voor de terugbetaling van een geldlening. Onder registergoederen worden onder andere verstaan woningen en grond. Als iemand een woning koopt en daarvoor geld leent, zal de geldverstrekker normaliter eisen dat de koper hypotheek geeft op de betreffende woning. Het voordeel voor de geldverstrekker is dat hij, in het geval de koper failliet gaat (of zijn verplichtingen uit de betreffende overeenkomst niet meer kan nakomen), de vordering kan verhalen op de verkoopopbrengst van de woning, zonder dat hij met andere schuldeisers rekening hoeft te houden (en zonder te hoeven bijdragen in bijvoorbeeld de faillissementskosten). De geldverstrekker (of hypotheeknemer) wordt in dat verband ook wel separatist genoemd (art. 3:227 en verder BW).

Hypotheek-aktekosten
De aan de notaris verschuldigde vergoeding voor het opmaken van de hypotheekakte en de inschrijving in het hypotheekregister.

Hypotheekakte
Een notarieel vastgelegd bewijs van de vestiging van een recht van hypotheek. Zie ook: akte.

Hypotheekbank
Financiële instelling die zich voornamelijk bezig houdt met de verstrekking van hypothecaire geldleningen.

Hypotheekgever
Degene die geld leent en als zekerheid daarvoor het zakelijk recht van hypotheek op een onroerende zaak geeft.

Hypotheeknemer
Degene die geld uitleent (geldverstrekker) en als zekerheid daarvoor het zakelijk recht van hypotheek op een onroerende zaak krijgt.

Hypotheekrecht
Zie: hypothecaire inschrijving.

Hypotheekregister
Een openbaar en voor iedereen toegankelijk register bij het Kadaster, waarin alle hypotheken zijn ingeschreven.

Hypotheekrente
Rente betaald over een lening waarbij een onroerende zaak als onderpand is gegeven.

Ik-opa-clausule
Een bepaling in het testament op grond waarvan het kind erft onder de verplichting om zijn kind (het kleinkind) renteloos een bepaald bedrag schuldig te erkennen. Het fiscale voordeel ligt in het feit dat de progressie van het successietarief wordt gematigd en dat er voor een deel van het vermogen een generatie wordt overgeslagen, waardoor eenmaal successierecht wordt bespaard. Nadeel van de ik-opa-clausule is onder andere dat kinderen, die geboren worden na het overlijden van opa, niet mee-erven.

Ik-vader-clausule
De ik-vader-clausule is een puur fiscale constructie, gericht op beperking van successierecht. De verzorgingsgedachte van de langstlevende speelt geen rol. De langstlevende krijgt een recht van vruchtgebruik op een bepaald gedeelte van de nalatenschap. Dit gedeelte wordt zo gekozen dat het marginale tarief van het successierecht, dat de langstlevende is verschuldigd, gelijk is aan het marginale tarief dat de kinderen verschuldigd zijn. Hierbij wordt rekening gehouden met de vrijstellingen. Vervolgens vindt nog een correctie plaats. De verkrijging van de langstlevende wordt gesteld op een bedrag dat zo dicht mogelijk bij de voet van de tariefschijf ligt. Hetgeen daarvoor vrijkomt wordt toegedeeld aan de kinderen. De kinderen krijgen een deel in volle eigendom en een deel in blote eigendom. De langstlevende verkrijgt een recht van vruchtgebruik op een gedeelte van de nalatenschap.

Imputatie
Voor de langstlevende echtgenoot en voor bepaalde samenwonende partners, die door het overlijden een weduwen- of weduwnaarspensioen, een partnerpensioen, lijfrenten of aanspraken op periodieke uitkeringen verkrijgen, worden de kapitaalvrijstellingen voor de berekening van het successierecht tot op een zeker minimum verminderd. De helft van de gekapitaliseerde waarde van de verkregen rechten (rekening houdende met een belastinglatentie van 30%) wordt in mindering gebracht. Met betrekking tot de aanspraken die door een kind of ouder worden verkregen, geldt in grote lijnen hetzelfde, met die uitzondering dat de gehele waarde tot een zeker minimum wordt geïmputeerd.

Kinderbijslagwet (AKW)
Een volksverzekering. Op basis van deze wet krijgen ouders per kwartaal een bepaald bedrag voor hun kinderen van de overheid. In beginsel zijn alle inwoners van Nederland ervoor verzekerd. Ook mensen die hier niet wonen (of hun gezin niet hier hebben), maar hier wel werken, zoals buitenlandse werknemers, vallen eronder. Iemand is niet langer verzekerd als hij niet meer in Nederland woont of werkt. Er gelden echter uitzonderingen.

Klikfonds (clickfonds)
Een beleggingsfonds waarbij het koersrisico is afgedekt en waarbij eenmaal behaalde koerswinsten op van tevoren bepaalde niveaus worden veiliggesteld. Dit doet men door middel van put-opties.

Nul-inkomen
Een belasting inkomen van nihil of negatief. Het kan worden bereikt door iemands financiën zo te regelen dat geen belaste inkomsten worden genoten (te denken valt aan een saldolijfrente) of door zoveel aftrekposten te creëren dat de belaste inkomsten worden geneutraliseerd.

Obligatie
Lening met een bepaalde looptijd waarbij de toonder een vordering heeft voor een bepaald bedrag en met een van tevoren bekende rente op de instelling die de obligatie heeft uitgegeven. Een bekend voorbeeld is staatsobligaties.

Obligatiefonds
Beleggingsinstelling die het geld van de deelnemers in obligaties belegt. Dit gebeurt meestal in de vorm van een groeifonds.

Oudedagslijfrente
Een lijfrente waarvan de termijnen uitsluitend kunnen toekomen aan de premiebetalende belastingplichtige. Aan het tijdstip van ingang van de termijnen worden geen voorwaarden gesteld; de termijnen mogen echter slechts eindigen bij het overlijden van de gerechtigde tot de termijnen (dus de premiebetalende belastingplichtige) (art. 45 lid 1 sub g sub 1 IB).

Oudedagsvrijstelling
Extra vrijstelling in de vermogensbelasting voor personen met onvoldoende pensioenvoorzieningen.

Ouderlijke bijdrage WSF
De Wet Studiefinanciering hanteert de volgende definities: Ouder: de natuurlijke vader / moeder of de adoptie vader / moeder. Dus niet bijvoorbeeld de stiefvader / -moeder of de pleegvader / -moeder. Inkomen: indien vader / moeder aangifte van het inkomen doet bij de inspecteur per directe belastingen, het door de inspecteur vastgestelde (fiscaal) belastbare inkomen in het peiljaar; -in andere gevallen het ‘zuivere loon’; hiermee wordt bedoeld het brutoloon volgens de jaarspecificatie van de werkgever / uitkeringsinstantie minus de ingehouden belastingen en premies en het arbeidskostenforfait (10% -regeling). Peiljaar: het kalenderjaar waarvoor de toelage wordt gevraagd min drie, dus bijvoorbeeld men vraagt een toelage voor 2000, dan is peiljaar 1997

Ouderlijke boedelverdeling
Verzorgingstestament. Wettelijk geregelde mogelijkheid voor een erflater om zelf een verdeling van een nalatenschap tussen langstlevende en kinderen tot stand te brengen (art. 4:1167 BW). Bij dit testament krijgt de langstlevende echtgenoot alle goederen van de nalatenschap toebedeeld onder de verplichting de erfdelen van de kinderen in contanten schuldig te erkennen. De onderbedelingsvordering die hierdoor voor de kinderen ontstaat is door gaans pas opeisbaar bij het overlijden van de angstlevende.

Overbedeling
Een van de deelgerechtigden erfgenamen heeft een te groot deel van de erfenis/ gemeenschap bij verdeling gehad. Er ontstaat daardoor een schuld aan de andere rechthebbenden/ erfgenamen.

Overbruggings-krediet
Een tijdelijke lening, waarbij de aflossingsdatum niet precies vaststaat en die veelal wordt toegepast om de periode te overbruggen tussen de aankoop van een nieuwe woning en de verkoop van de oude woning.

Overbruggingslijfrente
Een lijfrente die de mogelijkheid biedt om voorzieningen te treffen voor de periode voorafgaand aan de ingangsdatum van AOW en pensioen. Een overbruggingslijfrente kan elk moment ingaan. De termijnen moeten echter eindigen in het jaar waarin de belastingplichtige 65 jaar wordt, dan wel in het jaar waarin diens pensioen ingaat. Maximum f 123.529,- (2000) per jaar (art. 45 lid 1 sub g sub 3 IB).

Overdrachtsakte
Een notariële akte, waarin de levering van een onroerende zaak door de verkoper aan de koper is vastgelegd.

Overdrachtsbelasting
Een belasting van 6 % die wordt geheven bij het in eigendom verkrijgen van in Nederland gelegen onroerende zaken of van rechten waaraan deze zijn onderworpen. De belasting wordt berekend over de waarde van de onroerende zaak of recht waaraan deze is onderworpen. Geregeld in de Wet op belastingen van rechtsverkeer.

Overlijdensrisicoverzekering
Een levensverzekering die uitsluitend uitkeert bij overlijden van de verzekerde.

Oversluiting
Situatie waarbij een bestaande hypotheek wordt afgelost en een nieuwe hypotheek op dezelfde onroerende zaak wordt afgesloten. Bijvoorbeeld in geval van een veel lagere dagrente of bij wijziging van de hypotheekvorm of –constructie. Zie ook: boeterente.

Overwaarde
Het positieve verschil tussen de huidige onderhandse verkoopwaarde van de onroerende zaak en de hoogte van de hypothecaire schuld.

Secundaire arbeidsvoorwaarden
Extra beloningen voor een werknemer naast het gebruikelijke salaris. Bijvoorbeeld de auto van de zaak, de pensioenregeling, de spaarloonregeling en de vergoeding van studiekosten.

Slapers (pensioenen)
Aanduiding voor deelnemers aan een pensioenregeling die na beëindiging van hun deelnemers aanspraak hebben op premievrije pensioenrechten.

Spaarhypotheek
Een hypotheekvorm die rond 1985 op de markt is gekomen. Hierbij wordt naast de hypothecaire lening een gemengde kapitaalverzekering afgesloten, waarvan het verzekerde kapitaal voldoende is om de lening af te lossen. De rente die wordt vergoed op de kapitaalverzekering is gerelateerd aan de rente die op de hypothecaire lening wordt betaald. Daalt na verloop van tijd de hypotheekrente dan stijgt de premie voor de gemengde verzekering om toch aan het gegarandeerde eindkapitaal te komen. Stijgt de hypotheekrente, dan daalt de premie voor de gemengde verzekering.

Spaarverzekering
Een verzekering waarbij gedurende minimaal 15 jaar een kapitaal wordt opgebouwd via het betalen van levensverzekeringspremies. Het gerealiseerde rendement is onder bepaalde voorwaarden fiscaal onbelast. De verzekering stopt bij overlijden of bij leven op de einddatum en keert dan een bepaald bedrag uit. Zie ook: kapitaalverzekering.

Successierecht
Belasting die geheven wordt over de waarde van al wat krachtens erfrecht wordt verkregen van iemand, die ten tijde van dat overlijden binnen het Rijk woonde.

Suppleren
Aanvullen van het onderpand bij een lening indien de waarde van de in onderpand gegeven effecten door koersdaling onder het vereiste minimumniveau is gekomen.

Uiterste wilsbeschikking
Stuk waarin een toekomstige erflater bepaalt wat er na zijn dood moet gebeuren, zoals een testament of een codicil.

Uitgesloten goederen
Goederen ten aanzien waarvan bij uiterste wilsbeschikking van de erflater of bij schenking is bepaald, dat zij bij de verkrijger buiten de huwelijksgemeenschap vallen of buiten de verrekening (huwelijkse voorwaarden) blijven. Zie: uitsluitingsclausule.

Uitoefenprijs
De van tevoren vastgestelde prijs bij opties per noteringseenheid waarvoor de onderliggende waarde gekocht of verkocht mag worden.

Uitsluitingsclausule
Bepaling die in een testament of bij schenking opgenomen kan worden om te bereiken dat de verkrijgingen (bij overlijden of echtscheiding van de begiftigde) niet in enige gemeenschap van goederen kunnen vallen waarin de verkrijger gehuwd is noch worden verrekend (bij huwelijksvoorwaarden). Deze clausule moet op dezelfde manier als de schenking gemaakt worden. Bij een formele schenking moet de clausule dus in de regel in de notariële akte worden opgenomen.

Uitstaand kapitaal
Het geplaatste kapitaal van een onderneming.

Uitzetten (of uitlenen)
Het voor een bepaalde termijn tegen rentevergoeding afstand doen van de vrije beschikkingsmacht over een geldsom.

Volstorten
Het voldoen van het nog niet betaalde deel van de nominale waarde van een effect.

Voorfinanciering
Een financiering die op de definitieve financiering vooruitloopt.

Vreemd vermogen
De totale schuldpositie van een onderneming.

Vrij op naam
De verkoper neemt de kosten voor de eigendomsoverdracht voor zijn rekening. De koper betaalt de afsluitprovisie voor de hypotheek, de hypotheekakte en de eventuele eigen makelaarskosten.

Vrije verkoopwaarde
De waarde van een huis als het in de normale situatie van vraag en aanbod zou worden verkocht. Of de te verwachten opbrengst bij verkoop in onbewoonde staat.

Vruchtgebruik
Vruchtgebruik geeft het recht om goederen die aan een ander toebehoren, te gebruiken en daarvan de vruchten te genieten. Vruchtgebruik ontstaat door vestiging of verjaring. Vruchtgebruik kan niet worden gevestigd voor langer dan het leven van de vruchtgebruiker. Is de vruchtgebruiker een rechtspersoon dan vervalt het recht van vruchtgebruik in ieder geval na verloop van dertig jaar na vestiging. In beginsel mag de vruchtgebruiker de betreffende goederen slechts vervreemden of bezwaren met toestemming van de hoofdgerechtigde of machtiging van de kantonrechter, tenzij bij de vestiging van het vruchtgebruik anders is bepaald. Na het eindigen van het vruchtgebruik rust op de vruchtgebruiker of zijn rechtverkrijgenden de verplichting de goederen ter beschikking van de hoofdgerechtigde te stellen.

Vruchtgebruiktestament
Een juridische constructie waarbij de langstlevende het vruchtgebruik krijgt van zaken maar daarvan niet de eigenaar wordt. De nalatenschap wordt toebedeeld aan de kinderen, deze zijn de hoofdgerechtigden (blote eigenaren). Was het voorheen zo, dat de vruchtgebruiker in principe geen enkele handeling tot de nalatenschap kon verrichten zonder toestemming van erfgenamen, sinds 1992 is het mogelijk dat de vruchtgebruiker het recht van vervreemding en vertering verkrijgt. Dit moet dan wel expliciet in het testament zijn opgenomen.

Vruchtgenot
Het recht van ouders op de opbrengst van het goed van hun minderjarige kinderen, mits dat goed zelf in stand blijft en de ouders de opvoeding en de verzorging van de kinderen voor hun rekening nemen.

VUT-regeling
Een regeling voor vervroegde uittreding uit het arbeidsproces voor de reglementaire pensioendatum, op vrijwillige basis. Werknemers bouwen, anders dan bij een pensioenregeling, geen VUT-rechten op. Op VUT-regelingen is de Pensioen- en spaarfondsenwet niet van toepassing.

Weduwepensioen
Een vorm van nabestaandenpensioen die wordt uitgekeerd aan de weduwe van een mannelijke deelnemer aan de pensioenregeling. Er bestaan verschillende vormen van weduwen pensioen. De belangrijkste zijn levenslang weduwen pensioen en tijdelijk weduwen pensioen. Het tijdelijk weduwen pensioen dient vaak ter compensatie van de door de weduwe te betalen premies sociale verzekeringen in de periode dat zij nog geen 65 jaar is.

Weduwnaarspensioen
Zie: weduwepensioen.

Werkelijke rente
Zie: effectieve rente.

Werkmaatschappij
Onderneming waarvan de aandelen in handen zijn van een holding.

Wet Studiefinanciering (WSF)
Deze wet voorziet in een bijdrage van de overheid voor scholieren en studenten. Voor de hoogte van de bijdrage moet aan bepaalde voorwaarden worden voldaan.

Wettelijk deelgenootschap
Stelsel van huwelijksvoorwaarden. Bij deze vorm ontstaat geen gemeenschap van goederen. Aan het einde van het huwelijk wordt echter wel afgerekend. Men bepaalt het vermogen dat men aan het einde van het huwelijk heeft. Van die waarde wordt afgetrokken hetgeen men bij het begin van het huwelijk had en door erfenis of schenking heeft verkregen. Het verschil wordt gedeeld.

Wettelijk erfrecht
Of erfrecht bij versterf / ab intestaat erfrecht. De wet regelt wie als erfgenamen gelden, als er geen erfgenamen bij testament zijn benoemd. Alleen bloedverwanten kunnen erven. Op deze regel vormt de langstlevende echtgenoot de grote uitzondering. Deze heeft als enige niet-bloedverwant recht op een zogenaamd kindsdeel.

Wettig betaalmiddel
Door de overheid aangewezen geldsoort die als betaalmiddel moet worden geaccepteerd. In Nederland zijn bankbiljetten onbeperkt wettige betaalmiddelen en muntgeld is dat slechts tot een bepaald bedrag. Giraal geld en cheques zijn geen wettige betaalmiddelen maar worden echter wel als betaling aanvaard.

WULBZ
Wet Uitbreiding Loondoorbetaling Bij Ziekte (WULBZ) is een werknemersverzekering en voorziet in een uitkering gedurende het eerste jaar van ziekte. De werkgever is verplicht minimaal 70% van het maximumdagloon (2000: f 319,06) door te betalen. Vaak worden er in arbeidsovereenkomsten hogere uitkeringen (volledig salaris) afgesproken. Na dit jaar volgt de WAO. Zie: WAO

Zekerheid
Algemene benaming voor alles wat een hypotheeknemer vraagt om bij eventuele opeising de voldoening van de hoofdsom, rente en kosten van een hypotheek veilig te stellen.

Zelffinanciering
Hiervan is sprake als een onderneming in een financieringsbehoefte voorziet door middel van winsthouding.

Zelfstandigenaftrek
Het bedrag dat een IB-ondernemer onder bepaalde voorwaarden jaarlijks in mindering mag brengen op zijn belastbare winst. Een vereiste voor de zelfstandigenaftrek is dat de ondernemer tussen de 18 en 65 jaar oud is en dat hij gedurende minimaal 1225 uur werkzaam is geweest in zijn onderneming. In de eerste drie jaar van de onderneming wordt de zelfstandigenaftrek verhoogd met de startersaftrek (art. 44m IB).

Zuivere inkomsten uit arbeid
Wettelijk zijn de inkomsten uit arbeid in twee categorieën ingedeeld: inkomsten uit dienstbetrekking en inkomsten die niet in dienstbetrekking zijn genoten (‘andere inkomsten uit arbeid’). Inkomsten uit dienstbetrekking zijn inkomsten die zijn genoten uit hoofde van een arbeidsovereenkomst. ‘Zuivere’ wil zeggen dat de kosten die met de inkomsten samenhangen in aftrek kunnen worden gebracht.

Zuivere inkomsten uit vermogen
Inkomsten uit vermogen zijn alle niet als winst uit onderneming, als winst uit aanmerkelijk belang of als inkomsten uit arbeid aan te merken voordelen die worden getrokken uit onroerende en roerende zaken en uit rechten die niet op zaken betrekking hebben. ‘Zuivere’ houdt in dat de kosten die op deze inkomsten betrekking hebben in aftrek kunnen worden gebracht.

Zuivere lijfrente
Een lijfrente, die al dan niet direct ingaat, waarbij zowel het verzekerd lijf als de hoogte van de lijfrentetermijnen van tevoren vaststaan.