Kopie van `Wolters Noordhoff - Première`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Wolters Noordhoff - Première
Categorie: Kunst, muziek en cultuur > Theater
Datum & Land: Ku/ns/t, m, NL
Woorden: 313


Abstract
non-figuratief, zonder herkenbare voorstelling.

Abstraheren
van een herkenbaar beeld een minder herkenbaar of zelfs een non-figuratief beeld maken; het is ook mogelijk van beeldende aspecten zoals vorm, kleur, ruimte en licht te abstraheren.

Academisch ballet
dans gebaseerd op de klassieke danstechniek. De basisprincipes van deze techniek werden voor het eerst vastgelegd in de Koninklijke Academie Voor Dans, gesticht door Lodewijk XIV. Kenmerkend zijn het naar buiten draaien van de voeten en benen. Later is de techniek uitgebreid met de spitzendans, zweefsprongen, lifts en duetten.

Acrylverf
verf op kunstmatige basis.

Actiefilm
in de filmkunst is dit genre pas goed tot bloei gekomen. In de actiefilm met veel effecten en spektakel gaat het om een ding: het goede wint en het kwade verliest. Er wordt nogal eens gebruik gemaakt van een Deus ex machina (op een onwaarschijnlijke manier weet de held zich te redden).

Ad-libitum
in muziek: naar believen, niet verplicht.

Affectenleer
stelsel van muzikale regels waarmee gevoelens en gemoedstoestanden worden weergegeven. De affectenleer koppelt muzikale middelen, toonsoorten en instrumenten aan gevoelens. De leer stamt uit de Griekse oudheid en vond in de barok opnieuw bijval.

Affiche
aanplakbiljet waarop boodschappen bekend worden gemaakt.

Akkoord
samenklank van tenminste drie tonen volgens een bepaalde opbouw.

Akoestiek
de manier waarop een ruimte geluid weerkaatst.

Akte
deel van een toneelstuk, opera of film.

Allegorie
1. in literatuur: lang volgehouden metafoor of personificatie; 2. In beeldende kunst: metaforen die samen vorm geven aan één begrip of gedachte.

Alt
lage vrouwenstem.

Animatiefilm
reeks langzaam veranderende tekeningen of ruimtelijke vormen die lijken te bewegen wanneer ze als filmbeelden en dus na elkaar gepresenteerd worden.

Antagonist
degene die of het probleem dat de protagonist in het (film)verhaal tegenwerkt in zijn doel.

Anti-kunst
kunstrichting die tegen de traditionele kunstopvattingen ingaat.

Aquarel
1. transparante waterverf; 2. schilderstuk dat met aquarel gemaakt is.

Archeologie
wetenschap van oude culturen, gebaseerd op bodemvondsten en opgravingen.

Archetype
oerbeeld, symbolische voorstelling die in het onderbewustzijn van alle mensen aanwezig is. Een archetype is bijvoorbeeld de clown.

Arco
gestreken, met een strijkstok bespeeld.

Aria
door één persoon gezongen lied met muzikale begeleiding. Aria’s zijn meestal onderdeel van een opera, oratorium of cantate.

Arpeggio
uitvoering waarbij de tonen van een akkoord snel na elkaar in plaats van tegelijkertijd gespeeld worden.

Arrangement
bewerking van een bestaande muzikale compositie.

Artefact
door mensen gemaakt voorwerp, werktuig of kunstwerk.

Articulatie
1. nauwkeurige en duidelijke manier van spreken; 2. de manier waarop een musicus de klanken en tonen met elkaar verbindt, bijvoorbeeld verbonden of gescheiden.

Assemblage
techniek waarbij losse materialen en elementen –vaak afval en gevonden voorwerpen- worden samengevoegd en verwerkt tot een kunstwerk.

Associëren
in verband brengen met.

Atonalemuziek
muziek zonder een vaste toonsoort; in atonale muziek staan de tonen niet in een melodisch verband met elkaar.

Avantgarde
groep van vernieuwende kunstenaars.

Basisposities
vijf posities voor de voeten; deze vormen de basis voor elke academische danser.

Basso continuo
begeleidende, ondersteunende partij in barokcomposities. Deze partij bestaat uit een steeds doorgaande, ofwel continue, baslijn met, meestal, akkoorden erboven. De basso continuo werd vaak op een klavecimbel gespeeld.

Bedrijf
akte.

Beeldelementen
elementen waaruit een kunstwerk is opgebouwd.

Beeldende middelen
materialen en technieken, die gebruikt worden bij het vormgeven van beeldend werk.

Beeldhouwen
vervaardigen van driedimensionale beelden door materiaal weg te nemen uit een stuk steen of hout.

Beeldspraak
figuurlijk taalgebruik, taalgebruik waarin een beeld duidelijk maakt wat iemand bedoelt.

Bewerking
verandering van de originele muziek, arrangement.

Bezetting
1. de soort en het aantal instrumenten en zangstemmen waarmee een muziekstuk wordt uitgevoerd; 2. de spelers of dansers waarmee een toneelvoorstelling, film of choreografie wordt uitgevoerd.

Blues
langzaam, melancholiek lied of melodie in vierkwartsmaat. Blues is oorspronkelijk volksmuziek van Amerikanen met Afrikaanse roots.

Bluesschema
vaste opeenvolging van akkoorden waarop blues gebaseerd is.

Boetseren
een model of beeld maken met kneedbare stof, vaak klei.

Bourdon
twee steeds aangehouden of aangeslagen bastonen die als eenvoudige begeleiding dienen bij volksmuziek.

Cadens
solistische improvisatie aan het eind van een muziekstuk, waarin de solist de kans krijgt om te laten zien wat hij kan; een afsluiting met een bepaalde volgorde van akkoorden.

Camera
het apparaat waarmee de beelden en het geluid op film worden vastgelegd. De instellingen van de camera beïnvloeden het beeld dat wordt vastgelegd. Bij de instellingen is belangrijk de camera-afstand (long en short shots, close-ups), de camera-beweging (in- en uitzoomen) en het camera-standpunt (perspectief).

Canon
kettingzang, waarbij de ene partij na de andere invalt, hetzelfde thema zingt en dat enkele keren herhaalt.

Cantate
lyrisch-episch zangstuk.

Cartoon
spotprent.

Choreograaf
maker van een choreografie.

Choreografie
de compositie van bewegingen, vaak op muziek.

Chorus
refrein.

Chromatiek
1. kleurenleer, 2. opeenvolging van halve toonsafstanden.

Cineast
filmmaker.

Clair-obscur
manier van schilderen waarbij vooral met licht- en donkereffecten wordt gewerkt.

Close-up
een film- of foto-opname van dichtbij.

Cluster
samenklank van een aantal zeer dicht bij elkaar liggende tonen.

Collage
tweedimensionale compositie van opgeplakte materialen, zoals papier of textiel.

Comedy
in het Nederlands ook wel klucht of blijspel genoemd. Bevat elementen van een drama, maar wel heel luchtig en oppervlakkig. Doorgaans loopt een comedy goed af, soms met een lach en een traan. Dan spreken we van volkstoneel.

Complementair contrast
contrastwerking door complementaire kleuren naast elkaar te gebruiken.

Complementaire kleuren
kleuren die elkaars versterken als ze naast elkaar worden gebruikt.

Componist
schrijver en bedenker van muziek.

Compositie
de ordening van diverse delen tot een geheel. Het gaat om het complete beeld van wat er te zien is, de totale vormgeving van het beeld. Het geheel moet bij elkaar passen en kloppen.

Con sordino
met een demper gespeeld; koperblazers en strijkers kunnen hun partij ‘con sordino’ spelen.

Concerto grosso
concertvorm uit de barok; in een concerto grosso wisselen een groepje solisten, ofwel een concertino, en een orkest elkaar af en ze spelen samen.

Conservatorium
opleidingsinstituut voor musici.

Consonant
ontspannende samenklank van tonen, tegenovergestelde van dissonant.

Constructie
de manier waarop iets in elkaar zit.

Context
het geheel waarin een onderdeel geplaatst is, de samenhang.

Continuïteit
bij het maken van een film wordt erop gelet, dat de details in de ene opname stroken met die in de andere opname.

Contour
omtrek of lijn die de omtrek aangeeft.

Contrast
tegenstelling.

Controverse
strijdpunt door opvattingen die met elkaar botsen.

Conventies
traditionele opvattingen en afspraken.

Coulissensysteem
decorvorm van beweegbare zijpanelen die aan de achterkant verbonden zijn met het doek. Het coulissensysteem ontstond in de 17e eeuw en heeft als voordeel dat het diepte in het decor brengt, doordat de panelen schuin achter elkaar staan en beschilderd zijn.

Cover
in muziek: nieuwe uitvoering van een eerder door anderen uitgevoerd nummer.

Crescendo
in muziek: geleidelijk in klanksterkte toenemend.

Curator
beheerder van een collectie.

Cut
de overgang van het ene filmbeeld naar het andere.

Decoratie
versiering.

Decrescendo
in muziek: geleidelijk in klanksterkte afnemend.

Design
1. vormgeving; 2. exclusief gebruiksvoorwerp.

Dialectisch
opgebouwd uit argumenten vóór en tegen een bepaalde redenering.

Dialoog
gesprek tussen personages.

Dictie
manier van zeggen, voordracht.

Diepdruk
drukmethode waarbij de voorstelling in een drukplaat is geëtst of gegraveerd, zodat de inkt in de groeven hecht en het gladde oppervlak vrij blijft.

Dissonant
samenklank die wrijving geeft en niet harmonisch is, tegenovergestelde van consonant.

Dodecafonie
twaalftoonstechniek; compositiesysteem uit de twintigste eeuw, dat atonaliteit garandeert.

Drama
één van de drie literaire hoofdgenres: epiek, lyriek en drama. Drama is een tekst in dialoogvorm, bedoeld voor een toneeluitvoering. Subgenres in het drama zijn de tragedie en de komedie. Centraal staat bij een drama het conflict tussen enerzijds het individueel belang (meestal de liefde) en anderzijds het groepsbelang (meestal de pli...

Duet
samenspel van twee gelijksoortige instrumenten of twee stemmen.

Duo
samenspel van twee verschillende instrumenten, bijvoorbeeld een piano en een viool.

Dynamiek
1. de klanksterkte van muziek. De verschillende sterktes worden als volgt benoemd: zeer zacht = pianissimo, zacht = piano, matig zacht = mezzo piano of mezzo forte, sterk = forte, zeer sterk = fortissimo; 2. Vaart, veel beweging; 3. De suggestie van beweging in twee- en driedimensionale kunstwerken.

Eenakter
theaterstuk met slechts één akte.

Egomanie
bezetenheid van jezelf.

Emblemata
metaforische voorstellingen met moraliserende bijschriften of een motto.

Ensceneren
in scène zetten, voor toneel of film bewerken.

Ensemble
gezelschap van dansers of muzikanten.

Epiek
één van de drie literaire hoofdgenres naast lyriek en drama. Epiek is verhalende literatuur en omvat dus alle teksten, zowel proza als poëzie, waarin een verhaal verteld wordt.

Epiloog
slot van een literair of dramatisch werk dat de gebeurtenissen samenvat en vaak stof tot nadenken of een moraal geeft.

Essay
opstel waarin de schrijver een persoonlijke opvatting op een aantrekkelijke manier verwoordt.

Esthetiek
leer die de schoonheid bestudeert.

Esthetisch
mooi, volgens de schoonheidsleer.