Deze woordenlijst staat niet meer online

De woordenlijst waar dit woord in stond bestaat niet meer, of de website is niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.

Pagina 0 1

Wolters Noordhoff - Première
Categorie: Kunst, muziek en cultuur
Specifieker: Theater
Land & datum: NL, Kunst, muziek & cultuur
Woorden: 314



Abstract
non-figuratief, zonder herkenbare voorstelling.

Abstraheren
van een herkenbaar beeld een minder herkenbaar of zelfs een non-figuratief beeld maken; het is ook mogelijk van beeldende aspecten zoals vorm, kleur, ruimte en licht te abstraheren.

Academisch ballet
dans gebaseerd op de klassieke danstechniek. De basisprincipes van deze techniek werden voor het eerst vastgelegd in de Koninklijke Academie Voor Dans, gesticht door Lodewijk XIV. Kenmerkend zijn het naar buiten draaien van de voeten en benen. Later is de techniek uitgebreid met de spitzendans, zweefsprongen, lifts en duetten.

Acrylverf
verf op kunstmatige basis.

Actiefilm
in de filmkunst is dit genre pas goed tot bloei gekomen. In de actiefilm met veel effecten en spektakel gaat het om een ding: het goede wint en het kwade verliest. Er wordt nogal eens gebruik gemaakt van een Deus ex machina (op een onwaarschijnlijke manier weet de held zich te redden).

Ad-libitum
in muziek: naar believen, niet verplicht.

Affectenleer
stelsel van muzikale regels waarmee gevoelens en gemoedstoestanden worden weergegeven. De affectenleer koppelt muzikale middelen, toonsoorten en instrumenten aan gevoelens. De leer stamt uit de Griekse oudheid en vond in de barok opnieuw bijval.

Affiche
aanplakbiljet waarop boodschappen bekend worden gemaakt.

Akkoord
samenklank van tenminste drie tonen volgens een bepaalde opbouw.

Akoestiek
de manier waarop een ruimte geluid weerkaatst.

Akte
deel van een toneelstuk, opera of film.

Allegorie
1. in literatuur: lang volgehouden metafoor of personificatie; 2. In beeldende kunst: metaforen die samen vorm geven aan één begrip of gedachte.

Alt
lage vrouwenstem.

Animatiefilm
reeks langzaam veranderende tekeningen of ruimtelijke vormen die lijken te bewegen wanneer ze als filmbeelden en dus na elkaar gepresenteerd worden.

Antagonist
degene die of het probleem dat de protagonist in het (film)verhaal tegenwerkt in zijn doel.

Anti-kunst
kunstrichting die tegen de traditionele kunstopvattingen ingaat.

Aquarel
1. transparante waterverf; 2. schilderstuk dat met aquarel gemaakt is.

Archeologie
wetenschap van oude culturen, gebaseerd op bodemvondsten en opgravingen.

Archetype
oerbeeld, symbolische voorstelling die in het onderbewustzijn van alle mensen aanwezig is. Een archetype is bijvoorbeeld de clown.

Arco
gestreken, met een strijkstok bespeeld.

Aria
door één persoon gezongen lied met muzikale begeleiding. Aria’s zijn meestal onderdeel van een opera, oratorium of cantate.

Arpeggio
uitvoering waarbij de tonen van een akkoord snel na elkaar in plaats van tegelijkertijd gespeeld worden.

Arrangement
bewerking van een bestaande muzikale compositie.

Artefact
door mensen gemaakt voorwerp, werktuig of kunstwerk.

Articulatie
1. nauwkeurige en duidelijke manier van spreken; 2. de manier waarop een musicus de klanken en tonen met elkaar verbindt, bijvoorbeeld verbonden of gescheiden.

Assemblage
techniek waarbij losse materialen en elementen –vaak afval en gevonden voorwerpen- worden samengevoegd en verwerkt tot een kunstwerk.

Associëren
in verband brengen met.

Atonalemuziek
muziek zonder een vaste toonsoort; in atonale muziek staan de tonen niet in een melodisch verband met elkaar.

Avantgarde
groep van vernieuwende kunstenaars.

Basisposities
vijf posities voor de voeten; deze vormen de basis voor elke academische danser.

Basso continuo
begeleidende, ondersteunende partij in barokcomposities. Deze partij bestaat uit een steeds doorgaande, ofwel continue, baslijn met, meestal, akkoorden erboven. De basso continuo werd vaak op een klavecimbel gespeeld.

Bedrijf
akte.

Beeldelementen
elementen waaruit een kunstwerk is opgebouwd.

Beeldende middelen
materialen en technieken, die gebruikt worden bij het vormgeven van beeldend werk.

Beeldhouwen
vervaardigen van driedimensionale beelden door materiaal weg te nemen uit een stuk steen of hout.

Beeldspraak
figuurlijk taalgebruik, taalgebruik waarin een beeld duidelijk maakt wat iemand bedoelt.

Bewerking
verandering van de originele muziek, arrangement.

Bezetting
1. de soort en het aantal instrumenten en zangstemmen waarmee een muziekstuk wordt uitgevoerd; 2. de spelers of dansers waarmee een toneelvoorstelling, film of choreografie wordt uitgevoerd.

Blues
langzaam, melancholiek lied of melodie in vierkwartsmaat. Blues is oorspronkelijk volksmuziek van Amerikanen met Afrikaanse roots.

Bluesschema
vaste opeenvolging van akkoorden waarop blues gebaseerd is.

Boetseren
een model of beeld maken met kneedbare stof, vaak klei.

Bourdon
twee steeds aangehouden of aangeslagen bastonen die als eenvoudige begeleiding dienen bij volksmuziek.

Cadens
solistische improvisatie aan het eind van een muziekstuk, waarin de solist de kans krijgt om te laten zien wat hij kan; een afsluiting met een bepaalde volgorde van akkoorden.

Camera
het apparaat waarmee de beelden en het geluid op film worden vastgelegd. De instellingen van de camera beïnvloeden het beeld dat wordt vastgelegd. Bij de instellingen is belangrijk de camera-afstand (long en short shots, close-ups), de camera-beweging (in- en uitzoomen) en het camera-standpunt (perspectief).

Canon
kettingzang, waarbij de ene partij na de andere invalt, hetzelfde thema zingt en dat enkele keren herhaalt.

Cantate
lyrisch-episch zangstuk.

Cartoon
spotprent.

Choreograaf
maker van een choreografie.

Choreografie
de compositie van bewegingen, vaak op muziek.

Chorus
refrein.

Chromatiek
1. kleurenleer, 2. opeenvolging van halve toonsafstanden.

Cineast
filmmaker.

Clair-obscur
manier van schilderen waarbij vooral met licht- en donkereffecten wordt gewerkt.

Close-up
een film- of foto-opname van dichtbij.

Cluster
samenklank van een aantal zeer dicht bij elkaar liggende tonen.

Collage
tweedimensionale compositie van opgeplakte materialen, zoals papier of textiel.

Comedy
in het Nederlands ook wel klucht of blijspel genoemd. Bevat elementen van een drama, maar wel heel luchtig en oppervlakkig. Doorgaans loopt een comedy goed af, soms met een lach en een traan. Dan spreken we van volkstoneel.

Complementair contrast
contrastwerking door complementaire kleuren naast elkaar te gebruiken.

Complementaire kleuren
kleuren die elkaars versterken als ze naast elkaar worden gebruikt.

Componist
schrijver en bedenker van muziek.

Compositie
de ordening van diverse delen tot een geheel. Het gaat om het complete beeld van wat er te zien is, de totale vormgeving van het beeld. Het geheel moet bij elkaar passen en kloppen.

Con sordino
met een demper gespeeld; koperblazers en strijkers kunnen hun partij ‘con sordino’ spelen.

Concerto grosso
concertvorm uit de barok; in een concerto grosso wisselen een groepje solisten, ofwel een concertino, en een orkest elkaar af en ze spelen samen.

Conservatorium
opleidingsinstituut voor musici.

Consonant
ontspannende samenklank van tonen, tegenovergestelde van dissonant.

Constructie
de manier waarop iets in elkaar zit.

Context
het geheel waarin een onderdeel geplaatst is, de samenhang.

Continuïteit
bij het maken van een film wordt erop gelet, dat de details in de ene opname stroken met die in de andere opname.

Contour
omtrek of lijn die de omtrek aangeeft.

Contrast
tegenstelling.

Controverse
strijdpunt door opvattingen die met elkaar botsen.

Conventies
traditionele opvattingen en afspraken.

Coulissensysteem
decorvorm van beweegbare zijpanelen die aan de achterkant verbonden zijn met het doek. Het coulissensysteem ontstond in de 17e eeuw en heeft als voordeel dat het diepte in het decor brengt, doordat de panelen schuin achter elkaar staan en beschilderd zijn.

Cover
in muziek: nieuwe uitvoering van een eerder door anderen uitgevoerd nummer.

Crescendo
in muziek: geleidelijk in klanksterkte toenemend.

Curator
beheerder van een collectie.

Cut
de overgang van het ene filmbeeld naar het andere.

Decoratie
versiering.

Decrescendo
in muziek: geleidelijk in klanksterkte afnemend.

Design
1. vormgeving; 2. exclusief gebruiksvoorwerp.

Dialectisch
opgebouwd uit argumenten vóór en tegen een bepaalde redenering.

Dialoog
gesprek tussen personages.

Dictie
manier van zeggen, voordracht.

Diepdruk
drukmethode waarbij de voorstelling in een drukplaat is geëtst of gegraveerd, zodat de inkt in de groeven hecht en het gladde oppervlak vrij blijft.

Dissonant
samenklank die wrijving geeft en niet harmonisch is, tegenovergestelde van consonant.

Dodecafonie
twaalftoonstechniek; compositiesysteem uit de twintigste eeuw, dat atonaliteit garandeert.

Drama
één van de drie literaire hoofdgenres: epiek, lyriek en drama. Drama is een tekst in dialoogvorm, bedoeld voor een toneeluitvoering. Subgenres in het drama zijn de tragedie en de komedie. Centraal staat bij een drama het conflict tussen enerzijds het individueel belang (meestal de liefde) en anderzijds het groepsbelang (meestal de pli...

Duet
samenspel van twee gelijksoortige instrumenten of twee stemmen.

Duo
samenspel van twee verschillende instrumenten, bijvoorbeeld een piano en een viool.

Dynamiek
1. de klanksterkte van muziek. De verschillende sterktes worden als volgt benoemd: zeer zacht = pianissimo, zacht = piano, matig zacht = mezzo piano of mezzo forte, sterk = forte, zeer sterk = fortissimo; 2. Vaart, veel beweging; 3. De suggestie van beweging in twee- en driedimensionale kunstwerken.

E-mail
elektronische post.

Eenakter
theaterstuk met slechts één akte.

Egomanie
bezetenheid van jezelf.

Emblemata
metaforische voorstellingen met moraliserende bijschriften of een motto.

Ensceneren
in scène zetten, voor toneel of film bewerken.

Ensemble
gezelschap van dansers of muzikanten.

Epiek
één van de drie literaire hoofdgenres naast lyriek en drama. Epiek is verhalende literatuur en omvat dus alle teksten, zowel proza als poëzie, waarin een verhaal verteld wordt.

Epiloog
slot van een literair of dramatisch werk dat de gebeurtenissen samenvat en vaak stof tot nadenken of een moraal geeft.

Essay
opstel waarin de schrijver een persoonlijke opvatting op een aantrekkelijke manier verwoordt.

Esthetiek
leer die de schoonheid bestudeert.

Esthetisch
mooi, volgens de schoonheidsleer.

Ets
afdruk van een gegraveerde plaat; de voorstelling is met een naald op een met was of hars bedekte plaat gekrast en daarna met zuur uitgebeten.

Etude
oefenstuk voor en instrumentalist ter verbetering van zijn techniek.

Ex-libris
eigendomsmerk in de vorm van een tekening, prentje of houtsnede voorin een boek.

Expositie
1. Tentoonstelling in een galerie of museum; 2. in de muziek is het een begrip uit de fuga- en sonatecompositie. De expositie is het gedeelte waarin het thema (of de thema’s) voor het eerst voorkomt.

Expressie
uitdrukking van gevoelens.

Eyeline matching
montagetechniek die in films gebruikt wordt bij de continuïteitsmontage. De montage zorgt, dat er een verband gesuggereerd wordt tussen het ene en het andere filmbeeld: als een personage in het ene beeld naar iets kijkt, oogt het volgende beeld als het object waarnaar het personage keek.

Fade in
filmbeeld of geluid dat langzaam helder en duidelijk wordt.

Fade out
filmbeeld of geluid dat langzaam onscherp en onduidelijk wordt.

Fermate
teken in het notenschrift; het teken geeft aan dat een noot of rust iets verlengd mag worden; het is aan de uitvoerend musicus om dat te bepalen.

Figuratief
met een herkenbare voorstelling.

Filmscript
tekst van een film.

Finale
1. slot van een meerdelig muziekstuk, zoals een symfonie; 2. de slotscène van een bedrijf in de opera.

Flashback
een scène in een film, boek of toneelstuk waarin een sprong terug in de tijd wordt gemaakt.

Flashforward
een scène in een film, boek of toneelstuk waarin een sprong in de tijd vooruit wordt gemaakt.

Fotomontage
collage waarin foto’s of fotofragmenten gebruikt zijn.

Frame
1. afzonderlijk filmbeeld (het kleinste stukje zichtbare eenheid van een film; er zitten in een film 24 frames per seconde); 2. de vorm en afmeting van een geprojecteerd (film)beeld; 3. de omlijsting van een (film)beeld.

Fraseren
door articulatie verhelderen van muzikale zinnen.

Fuga
een meerstemmig, ofwel polyfoon, muziekstuk, waarin het thema door één stem wordt ingezet en dan door meerdere stemmen op verschillende toonhoogtes wordt geïmiteerd.

Full shot
opname waarin een acteur beeldvullend wordt getoond, tegenhanger van close-up.

Functioneel
geschikt voor een bepaalde taak of functie.

Genrestuk
schilderij dat een gebeurtenis uit het dagelijks leven laat zien.

Geometrisch
meetkundig.

Gesticuleren
gebaren maken.

Gietijzer
ijzer dat gegoten is in mallen. In de 19e eeuw veel toegepast als bouwmateriaal. Tegenwoordig ook verwerkt in gebruiksvoorwerpen en machines.

Glissando
een glijdend verloop van toonhoogte.

Gouache
1. dekkende waterverf; 2. schilderstuk dat met gouache gemaakt is.

Graffiti
opschriften en tekeningen op openbare plaatsen, meestal aangebracht met spuitbussen en stiften.

Grafiek
verzamelnaam voor kunst die met druk vermenigvuldigd wordt; voorbeelden zijn etsen, houtsnedes, kopergravures en lithogravures.

Gravure
diepdruk, uitgesneden lijnen in een metalen plaat.

Gregoriaans gezang
eenstemmige, onbegeleide, religieuze zang, genoemd naar paus Gregorius I.

Haute couture
het ontwerpen en maken van exclusieve, modieuze kleding door ontwerpers uit het officiële modecircuit.

Homofonie
meerstemmige muziek waarbij duidelijk sprake is van een melodie met begeleiding.

Homoniemen
woorden die op identieke manier geschreven worden maar een verschillende betekenis hebben, bijvoorbeeld bal in de betekenis van dansfeest en bal in de zin van speeltuig.

Iconografie
wetenschap die de voorstellingen van kunstwerken beschrijft.

Iconologie
wetenschap die de betekenis van voorstellingen in kunstvoorwerpen verklaart.

Ideografie
beeldschrift.

Imitatie
1. het nadoen van een ander; 2. het zonder toestemming namaken van origineel werk.

Improviseren
zonder vooraf gaande aanwijzingen iets creëren, bijvoorbeeld muziek, dans, theater of film.

Industriële vormgeving
vormgeving van voorwerpen die in serie gemaakt worden.

Installatie
ruimtelijk kunstwerk dat is opgebouwd uit diverse elementen.

Instrumentale muziek
muziek die alleen door instrumenten wordt uitgevoerd.

Instrumentatie
de manier waarop de partijen van een muziekstuk over de verschillende soorten instrumenten verdeeld zijn.

Internet
wereldwijd communicatienetwerk waarin gebruikers met elkaar kunnen communiceren, informatie en beeldmateriaal kunnen zoeken en verspreiden; het systeem is ook te gebruiken als verkoopadres.

Internetadres
elektronisch bezoekadres van gebruiker internet.

Interpretatie
1. de manier waarop het publiek een kunstwerk begrijpt; 2. de manier waarop een artiest een kunstwerk, zoals een choreografie of een muziekstuk, vertolkt.

Interval
de afstand tussen twee tonen.

Kamermuziek
muziek voor een klein ensemble en bedoeld om gespeeld te worden in een kleine zaal.

Karakter
1. Letterteken; 2. de aard van een persoon.

Karikatuur
tekening of beschrijving waarin een persoon of zaak door komische overdrijving wordt getypeerd.

Keramiek
gebruiksvoorwerpen en vrije vormen gemaakt van klei en later op hoge temperatuur gebakken.

Kerkmuziek
muziek met een christelijke boodschap, verzamelterm voor de muziek van de christelijke kerken.

Kikvorsperspectief
laag standpunt van waaruit de kijker een situatie of object als een kikvors bekijkt.

Kitsch
werk dat vals sentiment presenteert en qua inhoud en/of vormgeving niet op vernieuwing gericht is.

Klankkleur
timbre, de kleur van een toon.

Klassiek-romantisch ballet
ballet uit de negentiende-eeuwse romantiek dat nog steeds wordt opgevoerd, zoals bijvoorbeeld de Notenkraker en het Zwanenmeer.

Kleur tegen kleur contrast
contrastwerking die ontstaat als zuivere kleuren naast elkaar gebruikt worden.

Kleurcontrast
tegengestelde kleuren.

Klucht
komisch en plat volkstoneel.

Komedie
blijspel, drama bedoeld om het publiek aan het lachen te maken. De personages zijn karikaturen: ze hebben karakters waarin bepaalde aspecten enorm zijn uitvergroot. Tegenhanger van tragedie.

Koud-warm contrast
tegenstelling van warme en koude kleuren.

Kwaliteitscontrast
tegenstelling van heldere en gedekte kleuren.

Kwantiteitscontrast
tegenstelling tussen kleurvlakken van verschillende grootte.

Kwartet
in muziek: vier muzikanten of zangers.

Kwintet
in muziek: vijf muzikanten of zangers.

Legato
muzikale aanduiding die aangeeft, dat de tonen vloeiend en met elkaar verbonden gespeeld meten worden.

Legenda
tekst op schilderij of tekening, bedoeld als nadere verklaring of commentaar.

Leidmotief
1. muzikaal motief dat telkens opduikt als een bepaalde persoon, zaak of gebeurtenis aan bod komt; wordt veel gebruikt in opera; 2. leidende gedachte in een tekst, motief dat in een tekst voortdurend terugkeert.

Libretto
1. de tekst van een opera; 2. de uitgeschreven handleiding van een verhalend dansstuk.

Lichaamstaal
communicatie door middel van lichaamshouding en/of gezichtsuitdrukking.

Licht-donker contrast
contrastwerking door het gebruik van verschillende lichtgradaties en toonwaarden.

Liedvorm
de eenvoudigste compositievorm, een compositie opgebouwd uit muzikale zinnen, bijvoorbeeld eendelig A, tweedelig A-B of A-A, driedelig A-B-A, A-A-B of A-B-C, enzovoort.

Limerick
vijfregelig vers met het rijmschema a-a-b-b-a; de eerste regel eindigt vaak op een plaats- of persoonsnaam, de laatste regels bevatten vaak een onverwachte en grappige mededeling.

Liturgie
alle gebeden, ceremoniën en handelingen die bij een kerkdienst horen.

Long shot
shot of opname waarin het object klein in beeld is gebracht.

Lyriek
poëzie die gevoelens uitdrukt.

Mecenas
welgesteld iemand die kunstenaars financieel steunt, kunstbeschermer.

Medium shot
opname waarin het object middelgroot is afgebeeld; een personage vult vanaf zijn middel het beeld.

Medley
potpourri, muziekstuk dat is opgebouwd uit brokstukken van diverse bestaande, populaire melodieën.

Metafoor
vorm van beeldspraak, waarbij de afbeelding of beschrijving berust op een vergelijking.

Metronoom
toestel dat met een tikkende slinger het tempo aangeeft waarin een muziekstuk gespeeld moet worden; een metronoom is tegenwoordig een elektronisch apparaat.

Mezzosopraan
vrouwenstem tussen de sopraan en alt.

Mime
kunst waarin mensen, dieren, dingen en gebeurtenissen zonder woorden en alleen door gebaren, mimiek ofwel gezichtsexpressie en lichaamstaal worden uitgebeeld.

Mineur
opbouw van een toonladder waarvan de eerste terts klein is. Composities in mineur worden vaak als droevig ervaren.

Minimal art
stroming in de beeldende kunst waarin het onderzoek naar vorm en ruimtewerking voorop staat.

Minimal music
muziek gebaseerd op korte motieven die eindeloos herhaald worden.

Mise-en-scène
betekent letterlijk: ‘het in scène zetten’. De mise-en-scène bevat alles wat de film ‘onnatuurlijk’ maakt. Dit is alles wat zich voor de camera bevindt: de acteurs, belichting, kostuums, make-up, decors, enzovoort.

Moderne danstechniek
verzamelnaam van verschillende danstechnieken met één belangrijke overeenkomst: ze zijn niet gebaseerd op de academische danstechniek.

Modulatie
in muziek: overgang van de ene naar de andere toonsoort.

Monoloog
alleenspraak, stuk bedoeld om door een persoon te worden voorgedragen.

Montage
het achter elkaar plakken van shots. Afzonderlijke beelden worden met elkaar in verbinding gebracht. Dat kan zijn in chronologische of thematische volgorde of in de vorm van parallelmontage.

Monument
1. gedenkteken dat bedoeld is om de herinnering aan een persoon of gebeurtenis te bewaren; 2. bouwwerk dat beschermd wordt vanwege zijn schoonheid of historische waarde.

Monumentaal
groots, indrukwekkend.

Motief
1. element dat door herhaling betekenis krijgt; 2. In textiel: dessin, patroon; 3. in muziek: melodisch of ritmisch element dat als bouwsteen van een compositie gebruikt wordt.

Multimediadans
dansvorm waarin gebruik wordt gemaakt van andere kunstvormen.

Museum
gebouw waarin kunstwerken worden bewaard, bestudeerd en tentoongesteld.

Musical
een drama (tragedie of vaker nog een komedie) waarin de verhaallijn gewoon wordt gesproken, terwijl de liederen en koren net als in de opera voor het commentaar zorgen. In de musical komen meer dan in opera’s dansscenes voor.

Mythologie
verzamelterm voor volksverhalen over de godenwereld, gebeurtenissen in de oertijd en het ontstaan van de wereld.

Narratief
verhalend.

Neumen
voorgangers van de noten, tekens in de oude kerkmuziek.


Zoek

Typ een term en klik op `Zoek`.

Online taaltest

De NTR, de VPRO, de Universiteit Gent en Canvas hebben een wetenschappelijk onderzoek naar Taal opgezet en doen dit door middel van een online taaltest. Hoeveel woorden ken jij?

Handig
Woordenboek
Vertalen

Naar
Synoniemen
Google

Recent gezocht

De laatste zoekopdrachten. Tussen haakjes staan resp. de resultaten en verwante resultaten.
Pregen (3/1)
hoofdzaak (5/1)
REFEREERDE (1/1)
slakkenhuis (8/0)
groepsbinding (1/0)
convergentie (21/8)
weeromstuit (3/0)
joint task force (1/0)
benevens (4/0)
vondelkerk (1/0)
schetsmatig (1/0)
btr (2/3)
Pregen (3/1)
verzuchting (2/0)
gemaar (1/0)
USSR (4/3)
Geïnitieerd leren (1/0)
Gluur (2/8)
aboeng (1/0)
schijnt (2/3)
continuum (3/0)
hoogtezone (2/2)
atheïst (11/5)
Hanna Schwamborn (1/0)
© Encyclo MMXII | Contact | Privacy | Woorden toevoegen