Deze woordenlijst staat niet meer onlineDe woordenlijst waar dit woord in stond bestaat niet meer, of de website is niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.Pagina 0 1
Abstract non-figuratief, zonder herkenbare voorstelling. Abstraheren van een herkenbaar beeld een minder herkenbaar of zelfs een non-figuratief beeld maken; het is ook mogelijk van beeldende aspecten zoals vorm, kleur, ruimte en licht te abstraheren. Academisch ballet dans gebaseerd op de klassieke danstechniek. De basisprincipes van deze techniek werden voor het eerst vastgelegd in de Koninklijke Academie Voor Dans, gesticht door Lodewijk XIV. Kenmerkend zijn het naar buiten draaien van de voeten en benen. Later is de techniek uitgebreid met de spitzendans, zweefsprongen, lifts en duetten. Acrylverf verf op kunstmatige basis. Actiefilm in de filmkunst is dit genre pas goed tot bloei gekomen. In de actiefilm met veel effecten en spektakel gaat het om een ding: het goede wint en het kwade verliest. Er wordt nogal eens gebruik gemaakt van een Deus ex machina (op een onwaarschijnlijke manier weet de held zich te redden). Ad-libitum in muziek: naar believen, niet verplicht. Affectenleer stelsel van muzikale regels waarmee gevoelens en gemoedstoestanden worden weergegeven. De affectenleer koppelt muzikale middelen, toonsoorten en instrumenten aan gevoelens. De leer stamt uit de Griekse oudheid en vond in de barok opnieuw bijval. Affiche aanplakbiljet waarop boodschappen bekend worden gemaakt. Akkoord samenklank van tenminste drie tonen volgens een bepaalde opbouw. Akoestiek de manier waarop een ruimte geluid weerkaatst. Akte deel van een toneelstuk, opera of film. Allegorie 1. in literatuur: lang volgehouden metafoor of personificatie; 2. In beeldende kunst: metaforen die samen vorm geven aan één begrip of gedachte. Alt lage vrouwenstem. Animatiefilm reeks langzaam veranderende tekeningen of ruimtelijke vormen die lijken te bewegen wanneer ze als filmbeelden en dus na elkaar gepresenteerd worden. Antagonist degene die of het probleem dat de protagonist in het (film)verhaal tegenwerkt in zijn doel. Anti-kunst kunstrichting die tegen de traditionele kunstopvattingen ingaat. Aquarel 1. transparante waterverf; 2. schilderstuk dat met aquarel gemaakt is. Archeologie wetenschap van oude culturen, gebaseerd op bodemvondsten en opgravingen. Archetype oerbeeld, symbolische voorstelling die in het onderbewustzijn van alle mensen aanwezig is. Een archetype is bijvoorbeeld de clown. Arco gestreken, met een strijkstok bespeeld. Aria door één persoon gezongen lied met muzikale begeleiding. Aria’s zijn meestal onderdeel van een opera, oratorium of cantate. Arpeggio uitvoering waarbij de tonen van een akkoord snel na elkaar in plaats van tegelijkertijd gespeeld worden. Arrangement bewerking van een bestaande muzikale compositie. Artefact door mensen gemaakt voorwerp, werktuig of kunstwerk. Articulatie 1. nauwkeurige en duidelijke manier van spreken; 2. de manier waarop een musicus de klanken en tonen met elkaar verbindt, bijvoorbeeld verbonden of gescheiden. Assemblage techniek waarbij losse materialen en elementen –vaak afval en gevonden voorwerpen- worden samengevoegd en verwerkt tot een kunstwerk. Associëren in verband brengen met. Atonalemuziek muziek zonder een vaste toonsoort; in atonale muziek staan de tonen niet in een melodisch verband met elkaar. Avantgarde groep van vernieuwende kunstenaars. Basisposities vijf posities voor de voeten; deze vormen de basis voor elke academische danser. Basso continuo begeleidende, ondersteunende partij in barokcomposities. Deze partij bestaat uit een steeds doorgaande, ofwel continue, baslijn met, meestal, akkoorden erboven. De basso continuo werd vaak op een klavecimbel gespeeld. Bedrijf akte. Beeldelementen elementen waaruit een kunstwerk is opgebouwd. Beeldende middelen materialen en technieken, die gebruikt worden bij het vormgeven van beeldend werk. Beeldhouwen vervaardigen van driedimensionale beelden door materiaal weg te nemen uit een stuk steen of hout. Beeldspraak figuurlijk taalgebruik, taalgebruik waarin een beeld duidelijk maakt wat iemand bedoelt. Bewerking verandering van de originele muziek, arrangement. Bezetting 1. de soort en het aantal instrumenten en zangstemmen waarmee een muziekstuk wordt uitgevoerd; 2. de spelers of dansers waarmee een toneelvoorstelling, film of choreografie wordt uitgevoerd. Blues langzaam, melancholiek lied of melodie in vierkwartsmaat. Blues is oorspronkelijk volksmuziek van Amerikanen met Afrikaanse roots. Bluesschema vaste opeenvolging van akkoorden waarop blues gebaseerd is. Boetseren een model of beeld maken met kneedbare stof, vaak klei. Bourdon twee steeds aangehouden of aangeslagen bastonen die als eenvoudige begeleiding dienen bij volksmuziek. Cadens solistische improvisatie aan het eind van een muziekstuk, waarin de solist de kans krijgt om te laten zien wat hij kan; een afsluiting met een bepaalde volgorde van akkoorden. Camera het apparaat waarmee de beelden en het geluid op film worden vastgelegd. De instellingen van de camera beïnvloeden het beeld dat wordt vastgelegd. Bij de instellingen is belangrijk de camera-afstand (long en short shots, close-ups), de camera-beweging (in- en uitzoomen) en het camera-standpunt (perspectief). Canon kettingzang, waarbij de ene partij na de andere invalt, hetzelfde thema zingt en dat enkele keren herhaalt. Cantate lyrisch-episch zangstuk. Cartoon spotprent. Choreograaf maker van een choreografie. Choreografie de compositie van bewegingen, vaak op muziek. Chorus refrein. Chromatiek 1. kleurenleer, 2. opeenvolging van halve toonsafstanden. Cineast filmmaker. Clair-obscur manier van schilderen waarbij vooral met licht- en donkereffecten wordt gewerkt. Close-up een film- of foto-opname van dichtbij. Cluster samenklank van een aantal zeer dicht bij elkaar liggende tonen. Collage tweedimensionale compositie van opgeplakte materialen, zoals papier of textiel. Comedy in het Nederlands ook wel klucht of blijspel genoemd. Bevat elementen van een drama, maar wel heel luchtig en oppervlakkig. Doorgaans loopt een comedy goed af, soms met een lach en een traan. Dan spreken we van volkstoneel. Complementair contrast contrastwerking door complementaire kleuren naast elkaar te gebruiken. Complementaire kleuren kleuren die elkaars versterken als ze naast elkaar worden gebruikt. Componist schrijver en bedenker van muziek. Compositie de ordening van diverse delen tot een geheel. Het gaat om het complete beeld van wat er te zien is, de totale vormgeving van het beeld. Het geheel moet bij elkaar passen en kloppen. Con sordino met een demper gespeeld; koperblazers en strijkers kunnen hun partij ‘con sordino’ spelen. Concerto grosso concertvorm uit de barok; in een concerto grosso wisselen een groepje solisten, ofwel een concertino, en een orkest elkaar af en ze spelen samen. Conservatorium opleidingsinstituut voor musici. Consonant ontspannende samenklank van tonen, tegenovergestelde van dissonant. Constructie de manier waarop iets in elkaar zit. Context het geheel waarin een onderdeel geplaatst is, de samenhang. Continuïteit bij het maken van een film wordt erop gelet, dat de details in de ene opname stroken met die in de andere opname. Contour omtrek of lijn die de omtrek aangeeft. Contrast tegenstelling. Controverse strijdpunt door opvattingen die met elkaar botsen. Conventies traditionele opvattingen en afspraken. Coulissensysteem decorvorm van beweegbare zijpanelen die aan de achterkant verbonden zijn met het doek. Het coulissensysteem ontstond in de 17e eeuw en heeft als voordeel dat het diepte in het decor brengt, doordat de panelen schuin achter elkaar staan en beschilderd zijn. Cover in muziek: nieuwe uitvoering van een eerder door anderen uitgevoerd nummer. Crescendo in muziek: geleidelijk in klanksterkte toenemend. Curator beheerder van een collectie. Cut de overgang van het ene filmbeeld naar het andere. Decoratie versiering. Decrescendo in muziek: geleidelijk in klanksterkte afnemend. Design 1. vormgeving; 2. exclusief gebruiksvoorwerp. Dialectisch opgebouwd uit argumenten vóór en tegen een bepaalde redenering. Dialoog gesprek tussen personages. Dictie manier van zeggen, voordracht. Diepdruk drukmethode waarbij de voorstelling in een drukplaat is geëtst of gegraveerd, zodat de inkt in de groeven hecht en het gladde oppervlak vrij blijft. Dissonant samenklank die wrijving geeft en niet harmonisch is, tegenovergestelde van consonant. Dodecafonie twaalftoonstechniek; compositiesysteem uit de twintigste eeuw, dat atonaliteit garandeert. Drama één van de drie literaire hoofdgenres: epiek, lyriek en drama. Drama is een tekst in dialoogvorm, bedoeld voor een toneeluitvoering. Subgenres in het drama zijn de tragedie en de komedie. Centraal staat bij een drama het conflict tussen enerzijds het individueel belang (meestal de liefde) en anderzijds het groepsbelang (meestal de pli... Duet samenspel van twee gelijksoortige instrumenten of twee stemmen. Duo samenspel van twee verschillende instrumenten, bijvoorbeeld een piano en een viool. Dynamiek 1. de klanksterkte van muziek. De verschillende sterktes worden als volgt benoemd: zeer zacht = pianissimo, zacht = piano, matig zacht = mezzo piano of mezzo forte, sterk = forte, zeer sterk = fortissimo; 2. Vaart, veel beweging; 3. De suggestie van beweging in twee- en driedimensionale kunstwerken. elektronische post. Eenakter theaterstuk met slechts één akte. Egomanie bezetenheid van jezelf. Emblemata metaforische voorstellingen met moraliserende bijschriften of een motto. Ensceneren in scène zetten, voor toneel of film bewerken. Ensemble gezelschap van dansers of muzikanten. Epiek één van de drie literaire hoofdgenres naast lyriek en drama. Epiek is verhalende literatuur en omvat dus alle teksten, zowel proza als poëzie, waarin een verhaal verteld wordt. Epiloog slot van een literair of dramatisch werk dat de gebeurtenissen samenvat en vaak stof tot nadenken of een moraal geeft. Essay opstel waarin de schrijver een persoonlijke opvatting op een aantrekkelijke manier verwoordt. Esthetiek leer die de schoonheid bestudeert. Esthetisch mooi, volgens de schoonheidsleer. Ets afdruk van een gegraveerde plaat; de voorstelling is met een naald op een met was of hars bedekte plaat gekrast en daarna met zuur uitgebeten. Etude oefenstuk voor en instrumentalist ter verbetering van zijn techniek. Ex-libris eigendomsmerk in de vorm van een tekening, prentje of houtsnede voorin een boek. Expositie 1. Tentoonstelling in een galerie of museum; 2. in de muziek is het een begrip uit de fuga- en sonatecompositie. De expositie is het gedeelte waarin het thema (of de thema’s) voor het eerst voorkomt. Expressie uitdrukking van gevoelens. Eyeline matching montagetechniek die in films gebruikt wordt bij de continuïteitsmontage. De montage zorgt, dat er een verband gesuggereerd wordt tussen het ene en het andere filmbeeld: als een personage in het ene beeld naar iets kijkt, oogt het volgende beeld als het object waarnaar het personage keek. Fade in filmbeeld of geluid dat langzaam helder en duidelijk wordt. Fade out filmbeeld of geluid dat langzaam onscherp en onduidelijk wordt. Fermate teken in het notenschrift; het teken geeft aan dat een noot of rust iets verlengd mag worden; het is aan de uitvoerend musicus om dat te bepalen. Figuratief met een herkenbare voorstelling. Filmscript tekst van een film. Finale 1. slot van een meerdelig muziekstuk, zoals een symfonie; 2. de slotscène van een bedrijf in de opera. Flashback een scène in een film, boek of toneelstuk waarin een sprong terug in de tijd wordt gemaakt. Flashforward een scène in een film, boek of toneelstuk waarin een sprong in de tijd vooruit wordt gemaakt. Fotomontage collage waarin foto’s of fotofragmenten gebruikt zijn. Frame 1. afzonderlijk filmbeeld (het kleinste stukje zichtbare eenheid van een film; er zitten in een film 24 frames per seconde); 2. de vorm en afmeting van een geprojecteerd (film)beeld; 3. de omlijsting van een (film)beeld. Fraseren door articulatie verhelderen van muzikale zinnen. Fuga een meerstemmig, ofwel polyfoon, muziekstuk, waarin het thema door één stem wordt ingezet en dan door meerdere stemmen op verschillende toonhoogtes wordt geïmiteerd. Full shot opname waarin een acteur beeldvullend wordt getoond, tegenhanger van close-up. Functioneel geschikt voor een bepaalde taak of functie. Genrestuk schilderij dat een gebeurtenis uit het dagelijks leven laat zien. Geometrisch meetkundig. Gesticuleren gebaren maken. Gietijzer ijzer dat gegoten is in mallen. In de 19e eeuw veel toegepast als bouwmateriaal. Tegenwoordig ook verwerkt in gebruiksvoorwerpen en machines. Glissando een glijdend verloop van toonhoogte. Gouache 1. dekkende waterverf; 2. schilderstuk dat met gouache gemaakt is. Graffiti opschriften en tekeningen op openbare plaatsen, meestal aangebracht met spuitbussen en stiften. Grafiek verzamelnaam voor kunst die met druk vermenigvuldigd wordt; voorbeelden zijn etsen, houtsnedes, kopergravures en lithogravures. Gravure diepdruk, uitgesneden lijnen in een metalen plaat. Gregoriaans gezang eenstemmige, onbegeleide, religieuze zang, genoemd naar paus Gregorius I. Haute couture het ontwerpen en maken van exclusieve, modieuze kleding door ontwerpers uit het officiële modecircuit. Homofonie meerstemmige muziek waarbij duidelijk sprake is van een melodie met begeleiding. Homoniemen woorden die op identieke manier geschreven worden maar een verschillende betekenis hebben, bijvoorbeeld bal in de betekenis van dansfeest en bal in de zin van speeltuig. Iconografie wetenschap die de voorstellingen van kunstwerken beschrijft. Iconologie wetenschap die de betekenis van voorstellingen in kunstvoorwerpen verklaart. Ideografie beeldschrift. Imitatie 1. het nadoen van een ander; 2. het zonder toestemming namaken van origineel werk. Improviseren zonder vooraf gaande aanwijzingen iets creëren, bijvoorbeeld muziek, dans, theater of film. Industriële vormgeving vormgeving van voorwerpen die in serie gemaakt worden. Installatie ruimtelijk kunstwerk dat is opgebouwd uit diverse elementen. Instrumentale muziek muziek die alleen door instrumenten wordt uitgevoerd. Instrumentatie de manier waarop de partijen van een muziekstuk over de verschillende soorten instrumenten verdeeld zijn. Internet wereldwijd communicatienetwerk waarin gebruikers met elkaar kunnen communiceren, informatie en beeldmateriaal kunnen zoeken en verspreiden; het systeem is ook te gebruiken als verkoopadres. Internetadres elektronisch bezoekadres van gebruiker internet. Interpretatie 1. de manier waarop het publiek een kunstwerk begrijpt; 2. de manier waarop een artiest een kunstwerk, zoals een choreografie of een muziekstuk, vertolkt. Interval de afstand tussen twee tonen. Kamermuziek muziek voor een klein ensemble en bedoeld om gespeeld te worden in een kleine zaal. Karakter 1. Letterteken; 2. de aard van een persoon. Karikatuur tekening of beschrijving waarin een persoon of zaak door komische overdrijving wordt getypeerd. Keramiek gebruiksvoorwerpen en vrije vormen gemaakt van klei en later op hoge temperatuur gebakken. Kerkmuziek muziek met een christelijke boodschap, verzamelterm voor de muziek van de christelijke kerken. Kikvorsperspectief laag standpunt van waaruit de kijker een situatie of object als een kikvors bekijkt. Kitsch werk dat vals sentiment presenteert en qua inhoud en/of vormgeving niet op vernieuwing gericht is. Klankkleur timbre, de kleur van een toon. Klassiek-romantisch ballet ballet uit de negentiende-eeuwse romantiek dat nog steeds wordt opgevoerd, zoals bijvoorbeeld de Notenkraker en het Zwanenmeer. Kleur tegen kleur contrast contrastwerking die ontstaat als zuivere kleuren naast elkaar gebruikt worden. Kleurcontrast tegengestelde kleuren. Klucht komisch en plat volkstoneel. Komedie blijspel, drama bedoeld om het publiek aan het lachen te maken. De personages zijn karikaturen: ze hebben karakters waarin bepaalde aspecten enorm zijn uitvergroot. Tegenhanger van tragedie. Koud-warm contrast tegenstelling van warme en koude kleuren. Kwaliteitscontrast tegenstelling van heldere en gedekte kleuren. Kwantiteitscontrast tegenstelling tussen kleurvlakken van verschillende grootte. Kwartet in muziek: vier muzikanten of zangers. Kwintet in muziek: vijf muzikanten of zangers. Legato muzikale aanduiding die aangeeft, dat de tonen vloeiend en met elkaar verbonden gespeeld meten worden. Legenda tekst op schilderij of tekening, bedoeld als nadere verklaring of commentaar. Leidmotief 1. muzikaal motief dat telkens opduikt als een bepaalde persoon, zaak of gebeurtenis aan bod komt; wordt veel gebruikt in opera; 2. leidende gedachte in een tekst, motief dat in een tekst voortdurend terugkeert. Libretto 1. de tekst van een opera; 2. de uitgeschreven handleiding van een verhalend dansstuk. Lichaamstaal communicatie door middel van lichaamshouding en/of gezichtsuitdrukking. Licht-donker contrast contrastwerking door het gebruik van verschillende lichtgradaties en toonwaarden. Liedvorm de eenvoudigste compositievorm, een compositie opgebouwd uit muzikale zinnen, bijvoorbeeld eendelig A, tweedelig A-B of A-A, driedelig A-B-A, A-A-B of A-B-C, enzovoort. Limerick vijfregelig vers met het rijmschema a-a-b-b-a; de eerste regel eindigt vaak op een plaats- of persoonsnaam, de laatste regels bevatten vaak een onverwachte en grappige mededeling. Liturgie alle gebeden, ceremoniën en handelingen die bij een kerkdienst horen. Long shot shot of opname waarin het object klein in beeld is gebracht. Lyriek poëzie die gevoelens uitdrukt. Mecenas welgesteld iemand die kunstenaars financieel steunt, kunstbeschermer. Medium shot opname waarin het object middelgroot is afgebeeld; een personage vult vanaf zijn middel het beeld. Medley potpourri, muziekstuk dat is opgebouwd uit brokstukken van diverse bestaande, populaire melodieën. Metafoor vorm van beeldspraak, waarbij de afbeelding of beschrijving berust op een vergelijking. Metronoom toestel dat met een tikkende slinger het tempo aangeeft waarin een muziekstuk gespeeld moet worden; een metronoom is tegenwoordig een elektronisch apparaat. Mezzosopraan vrouwenstem tussen de sopraan en alt. Mime kunst waarin mensen, dieren, dingen en gebeurtenissen zonder woorden en alleen door gebaren, mimiek ofwel gezichtsexpressie en lichaamstaal worden uitgebeeld. Mineur opbouw van een toonladder waarvan de eerste terts klein is. Composities in mineur worden vaak als droevig ervaren. Minimal art stroming in de beeldende kunst waarin het onderzoek naar vorm en ruimtewerking voorop staat. Minimal music muziek gebaseerd op korte motieven die eindeloos herhaald worden. Mise-en-scène betekent letterlijk: ‘het in scène zetten’. De mise-en-scène bevat alles wat de film ‘onnatuurlijk’ maakt. Dit is alles wat zich voor de camera bevindt: de acteurs, belichting, kostuums, make-up, decors, enzovoort. Moderne danstechniek verzamelnaam van verschillende danstechnieken met één belangrijke overeenkomst: ze zijn niet gebaseerd op de academische danstechniek. Modulatie in muziek: overgang van de ene naar de andere toonsoort. Monoloog alleenspraak, stuk bedoeld om door een persoon te worden voorgedragen. Montage het achter elkaar plakken van shots. Afzonderlijke beelden worden met elkaar in verbinding gebracht. Dat kan zijn in chronologische of thematische volgorde of in de vorm van parallelmontage. Monument 1. gedenkteken dat bedoeld is om de herinnering aan een persoon of gebeurtenis te bewaren; 2. bouwwerk dat beschermd wordt vanwege zijn schoonheid of historische waarde. Monumentaal groots, indrukwekkend. Motief 1. element dat door herhaling betekenis krijgt; 2. In textiel: dessin, patroon; 3. in muziek: melodisch of ritmisch element dat als bouwsteen van een compositie gebruikt wordt. Multimediadans dansvorm waarin gebruik wordt gemaakt van andere kunstvormen. Museum gebouw waarin kunstwerken worden bewaard, bestudeerd en tentoongesteld. Musical een drama (tragedie of vaker nog een komedie) waarin de verhaallijn gewoon wordt gesproken, terwijl de liederen en koren net als in de opera voor het commentaar zorgen. In de musical komen meer dan in opera’s dansscenes voor. Mythologie verzamelterm voor volksverhalen over de godenwereld, gebeurtenissen in de oertijd en het ontstaan van de wereld. Narratief verhalend. Neumen voorgangers van de noten, tekens in de oude kerkmuziek. | ZoekTyp een term en klik op `Zoek`.Online taaltestDe NTR, de VPRO, de Universiteit Gent en Canvas hebben een wetenschappelijk onderzoek naar Taal opgezet en doen dit door middel van een online taaltest. Hoeveel woorden ken jij?
Recent gezochtDe laatste zoekopdrachten. Tussen haakjes staan resp. de resultaten en verwante resultaten.• Pregen (3/1) • hoofdzaak (5/1) • REFEREERDE (1/1) • slakkenhuis (8/0) • groepsbinding (1/0) • convergentie (21/8) • weeromstuit (3/0) • joint task force (1/0) • benevens (4/0) • vondelkerk (1/0) • schetsmatig (1/0) • btr (2/3) • Pregen (3/1) • verzuchting (2/0) • gemaar (1/0) • USSR (4/3) • Geïnitieerd leren (1/0) • Gluur (2/8) • aboeng (1/0) • schijnt (2/3) • continuum (3/0) • hoogtezone (2/2) • atheïst (11/5) • Hanna Schwamborn (1/0) |
|||||||||||||||||||||
| © Encyclo MMXII | Contact | Privacy | Woorden toevoegen | ||||||||||||||||||||||