Kopie van `Diagnose Borstkanker`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Diagnose Borstkanker
Categorie: Medisch > Borstkanker
Datum & Land: 29/05/2013, NL
Woorden: 155


Ablatie
Verwijderende borstoperatie waarbij de borstspieren en lymfeklieren in de oksel niet verwijderd worden.

Absorptie
Opname van (voedings) stoffen in de darmen

Acuut
Plotseling optredend.

Adjuvant
Aanvullend, ondersteunend

Adjuvante behandeling
Ondersteunende behandeling na operatieve verwijdering van de tumor om eventueel resterende losse tumorcellen te doden

Afweercellen
(leucocyten) de witte bloedcellen die het lichaam beschermen tegen infecties en lichaamsvreemde stoffen

Afweersysteem
Het vermogen van het menselijk organisme om het binnendringen van lichaamsvreemde elementen tegen te gaan

Amputatie
Operatieve verwijdering van een lichaamsdeel.

Anaemie
Bloedarmoede; tekort aan rode cellen in het bloed, die voor het zuurstoftransport zorgen.

Angiogenese
Nieuwe vorming van bloedvaten. De vorming van nieuwe bloedvaten wordt gestimuleerd door de afscheiding van zogenaamde groeifactoren die worden aangemaakt door omliggende cellen. Een belangrijk voorbeeld van een groeifactor is VEGF: Vascular Endothelial Growth Factor.

Angiogeneseremmers
Benaming voor nieuwe groep van anti-kanker geneesmiddelen, die gebruik maken van het feit dat een tumor nieuwe bloedvaten (angiogenese) nodig heeft om te kunnen groeien. Door deze vorming van bloedvaten te remmen wordt de tumor in zijn groei belemmerd.

Anthracyclines
Geneesmiddelen behorend tot de groep van chemotherapeutica. Van oorsprong antiobiotica die toegepast worden bij kanker vanwege hun remmende effect op de celgroei, bijvoorbeeld: doxorubicine en epirubicine.

Antibiotica
Geneesmiddelen die bacterieën kunnen doden

Antigeen
(Receptor) eiwit op het celoppervlak van een virus, bacterie of tumor waardoor deze door het lichaam als †œindringer† wordt herkend en waartegen antilichamen worden gemaakt om deze †œindringer† te vernietigen. (Antigeen-antilichaam reactie; de antilichaamtherapie is gebaseerd op dit mechanisme).

Antilichaam
Deel van het afweersysteem van het lichaam. Bindt zich aan antigenen van bijvoorbeeld virus of tumor om deze onschadelijk te maken.

Antilichaamtherapie
Behandeling waarbij in het laboratorium gemaakte antilichamen doelgericht tegen bepaalde receptoreiwitten (antigenen) op tumoren worden ingezet om deze onschadelijk te maken. Een belangrijk voordeel van antilichaamtherapie vergeleken met andere kankergeneesmiddelen is, dat deze antilichamen specifiek gericht zijn op de kankercel en slechts op weinig andere lichaamscellen werken. Dit leidt ertoe dat antilichaamtherapie minder bijwerkingen heeft dan bijvoorbeeld chemotherapie.

Antioestrogenen
Geneesmiddelen die het groei-stimulerende effect van de lichaams-eigen oestrogenen op de (tumor)cel tegengaan.

Aromataseremmers
Groep van geneesmiddelen die de productie van lichaams-eigen oestrogeen remmen

Beenmerg
Binnenste gedeelte van het bot, waar de aanmaak van nieuwe bloedcellen plaatsvindt

Beenmerggroeifactoren
Groeifactoren die de aanmaak van nieuwe bloedcellen in het beenmerg stimuleren

Behandelrichtlijnen
Richtlijnen die opgesteld zijn door de beroepsgroep van oncologen waarin wordt aangegeven wat de beste behandeling is bij bepaalde tumoren en-of patiëntengroepen. Oncologen dienen deze richtlijnen te volgen bij de keuze van hun behandeling.

Benigne
Goedaardig.

Bestraling
Toepassing van gerichte radioactieve straling om kwaadaardige cellen te vernietigen. Dit kan van buitenaf gebeuren waarbij de stralenbundel zo nauwkeurig mogelijk gericht wordt op het kwaadaardige weefsel of van binnenuit (inwendige bestraling). Hierbij worden hele kleine radioactieve staafjes in de tumor aangebracht. De schade voor de rest van het lichaam is in beide gevallen gering.

Bijwerkingenprofiel
Het totale beeld van mogelijke bijwerkingen van een bepaald geneesmiddel.

Bindweefsel
Weefsel dat zich tussen de organen, bloedvaten en spieren bevindt en voornamelijk dient als steun, bedekking en opvullling.

Biomarkers
Factoren die in weefsel of lichaamsvloeistoffen zoals bloed of urine worden aangetroffen. Bijvoorbeeld de bloedbezinking of de bloedsuikerspiegel. Biomarkers zijn meetbaar en kunnen ons vertellen wat er in ons lichaam gaande is, bijvoorbeeld een ontsteking of diabetes. Ook voor kanker komen er steeds meer biomarkers. Er bestaan biomarkers die helpen bij de opsporing van kanker maar ook biomarkers die kunnen voorspellen hoe agressief een tumor is. Hiernaar wordt bij borstkanker momenteel veel onderzoek verricht.

Biopsie
Het wegnemen van een klein stukje weefsel uit het lichaam (het biopt), met tot doel dit in het laboratorium te onderzoeken. Hierbij wordt ofwel door middel van een dikke naald, ofwel operatief een stukje weefsel (histologie) uit de tumor genomen. Dikke naaldbiopsie vindt meestal onder lokale verdoving plaats omdat de naald dikker is dan bij een punctie en er een klein gaatje in de huid moet worden gemaakt.

Bisfosfonaten
Groep geneesmiddelen die de botafbraak remmen en daardoor osteoporose kunnen voorkomen. Bij uitgezaaïde borstkanker naar het bot kunnen ze complicaties voorkomen zoals fracturen, botpijn en hypercalciëmie. Tevens kan het bij patiënten die al botpijn hebben een pijnstillend effect geven.

Bloedarmoede
Tekort aan rode cellen in het bloed, die voor het zuurstoftransport zorgen naar alle organen en weefsels in het lichaam.

Bloedbeeld
Resultaten van het tellen van de cellen in een afgenomen bloedmonster (aantal witte en rode bloedcellen en aantal bloedplaatjes) 

Bloedplasma
De vloeistof waaruit het bloed bestaat waarin de bloedcellen  als het ware rondzwemmen. Dit vocht kan in bepaalde gevallen de wand van het bloedvat passeren.

Bloedtransfusie
Aanvulling van verloren gegane bloedcellen en bloedplasma door middel van donorbloed of donorbloedcellen (leucocyten, thrombocyten, erythrocyten).

Bloedvormende cellen
De stamcellen in het beenmerg die basis vormen voor de  aanmaak van rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes

Borstbeen
Langwerpig bot tussen beide borsten waaraan de bovenste ribben zijn verbonden en die tezamen de borstkas vormen.

Borstkanker
Kwaadaardig gezwel in de borst

Borstreconstructie
Vervanging van weggenomen borstweefsel door ander weefsel of door een prothese

Borstsparende operatie
Operatie waarbij slechts een klein deel van de borst wordt verwijderd

Borstspier
De spieren rondom de borst, die de borst haar stevigheid geven

Borstzelfonderzoek
Het systematisch aftasten van de borst dat door de vrouw zelf maandelijks gedaan kan worden om te voelen of er veranderingen zijn zoals verdikkingen, verhardingen, knobbeltjes, voelbare klieren of afscheiding uit de tepel. Lees voor uitgebreide informatie en instructie het deel Onderzoeken †“zelfonderzoek van deze website

Carcinoma in situ
Bij borstkanker is dit een tumor die nog niet buiten de grens van één melkklier of melkgang is gegroeid. Men spreekt ook wel van een voorstadium van kanker.

Celdeling
Het proces waarbij een cel zich in twee dochtercellen deelt. Bij gezonde weefsels treedt hierdoor voortdurende vernieuwing op. Oude cellen sterven na verloop van tijd af. Bij kwaadaardige weefsels is sprake van zeer snelle deling waardoor niet alleen vernieuwing maar ook ongeremde groei plaatsvindt.

Cellen
Kleinste levende delen waaruit het lichaam is opgebouwd. Er zijn zeer veel soorten cellen die allemaal verschillende functies vervullen en met elkaar het lichaam in stand houden.

Cellulair
De cel betreffende.

Celtype
Het soort cel; de eigenschappen van de cel.

Celwand
Het omhulsel van een cel.

Chemotherapie
Een chemisch bereide stof met een remmende of dodelijke werking op sneldelende cellen zoals tumorcellen.

Chromosoom
Staafvormige structuur in de celkern. De mens heeft 46 chromosomen. Hierop bevinden zich de genen met het erfelijke materiaal.

CISH
Chromogene in situ hybridisatie, een methode om overexpressie van bijvoorbeeld HER2 te meten.

Combinatietherapie
Behandeling met meerdere geneesmiddelen tegelijk; bedoeld om elkaars effectiviteit te versterken.

Complicaties
Problemen (ten gevolge van een operatie of behandeling).

Curatieve behandeling
Behandeling met genezing als doel.

Cysten
Goedaardige gezwellen, veelal gevuld met vocht.

Cytostatica
Geneesmiddelen met een remmend effect op de celdeling.

Depressie
Extreme somberheid; geen zin meer in het leven hebben en-of de zin ervan niet meer zien.

Dexamethason
Medicijn behorend tot de groep van corticosteroiden. Deze groep van middelen wordt veelal gebruikt vanwege hun ontstekingsremmende werking in het lichaam. Wordt als premedicatie toegepast bij behandeling met taxanen.

Diagnose
Vaststellen van een bepaalde afwijking of ziekte.

DNA
Deoxyribonucleïnezuur, de bouwstenen van de genen in de kern van elke cel, bevatten het erfelijke materiaal.

Echografie
Diagnostische techniek waarbij gebruik wordt gemaakt van geluidsgolven; daarmee is het mogelijk ziekten en aandoeningen op te sporen die structurele veranderingen (zoals bijvoorbeeld een tumor) in een deel van het lichaam teweegbrengen.

Erythrocyten
Rode bloedcellen, deze zijn verantwoordelijk voor het zuurstoftransport naar de weefsels.

Erythropoëtine
Stof die het beenmerg aanzet tot de vorming van erythrocyten (rode bloedcellen).

FISH
Fluorescentie in situ hybridisatie, een methode om overexpressie van bijvoorbeeld HER2 te meten, waarbij gebruik wordt gemaakt van een fluorescentie microscoop.

Foliumzuur
Onmisbaar voedingsbestanddeel, behoort tot de vitamine B groep.

Gedifferentiëerd
Mate waarin (tumor) cellen hun normale specialistische functie hebben behouden. Bij goed gedifferentiëerd (graad 1) is deze normale functie nog grotendeels intact, bij middelmatig gediffentieerd (graad 2) is deze ten dele verloren en bij slecht gedifferentiëerd (graad 3) is de normale functie vrijwel geheel verloren gegaan. Cellen die beter gedifferentiëerd zijn, zijn minder kwaadaardig en groeien in het algemeen minder snel. Zie ook bij gradatie.

Genen
Biologische eenheid van erfelijk materiaal, speelt een belangrijke rol bij de celdeling en aanmaak van cellen. Bevindt zich op een bepaalde plaats op een chromosoom. Is opgebouwd uit lange gedraaide DNA ketens.

Genetisch
Erfelijk.

Genetisch onderzoek
Onderzoek naar mogelijke erfelijke afwijkingen (die een rol spelen bij het ontstaan van bepaalde ziekten zoals borstkanker).

Gradatie
(Van een tumor) indeling van tumorcellen op basis van hun mate van afwijking van gezonde cellen. Graad 1 betekent weinig afwijkend van gezonde cellen, graad 3 sterk afwijkend en graad 2 zit daar tussenin. Zie ook bij gedifferentiëerd.

Groeifactoren
Geneesmiddelen of lichaamseigen stoffen die zorgen voor de groei van bepaalde specifieke cellen, bijvoorbeeld VEGF.

HER2 overexpressie
Een verhoogde aanwezigheid van HER2-receptoren op de kankercel. Ook wel HER2 positief genoemd.

HER2 receptor
Eiwit (antigeen) dat zich bevindt op de celwand van bepaalde borstkankercellen en deze cellen het signaal geeft om te delen. Deze receptor is het doelwit van HER2-antilichaamtherapie. Het HER2-antilichaam bindt zich aan de receptor waardoor deze geen signaal meer krijgt om te delen en onschadelijk wordt gemaakt.

Histologie
Weefselleer; kennis-herkenning van het uiterlijk van verschillende soorten weefsels.

Hormonen
Boodschapperstoffen in het lichaam die in gespecialiseerde cellen of weefsels worden gemaakt en via het bloed of de lymfe hun plaats van werking elders in het lichaam bereiken. Bijvoorbeeld de oestrogenen en progestagenen die in de eierstokken worden gemaakt en hun effect uitoefenen op bijvoorbeeld de borst, baarmoeder of het bot.

Hormoon substitutie
Vervanging van lichaamseigen oestrogeen en progesteronproductie na de overgang. Wordt soms ook toegepast wanneer men ten gevolge van chemotherapie vroegtijdig in de overgang komt.

Hormoongevoelig
(Tumoren) groeiend onder invloed van hormonen zoals oestrogenen of progestagenen.

Hormoonreceptoren
Aangrijpingspunten op de celwand, waaraan hormonen zoals oestogeen of andere groeifactoren zich kunnen binden. Wanneer zo†™n binding tot stand is gekomen, geeft de receptor een signaal door aan de cel, om zich te gaan delen en dus te groeien. Hormoonreceptoren kunnen ook voorkomen op de celwand van borstkankercellen. In dat geval zorgen de eigen hormonen van de vrouw er dus voor dat de tumorcellen aangezet worden tot groei.

Hormoonspiegels
Hoeveelheid (concentratie) van hormonen in het bloed.

Hormoontherapie
Bbehandeling met stoffen die de groei-stimulerende werking van de lichaamseigen hormonen op hormoongevoelige tumoren tegengaan. Voorbeelden zijn: anti-oestrogenen en aromataseremmers.

IHC
Immuno Histo Chemie, een methode om overexpressie van bijvoorbeeld HER2 te meten.

Immunotherapie
Zie antilichaamtherapie. Behandeling die gebruikt maakt van dezelfde principes als het eigen immuunsysteem.

Immuunsysteem
Systeem in het lichaam dat zorgt voor de afweer tegen lichaamsvreemde stoffen zoals bacteriën, virussen en tumoren. Dit afweersysteem maakt daarvoor zogenaamde afweercellen en-of afweerstoffen (antilichamen), die in staat zijn †œvreemde cellen† te vernietigen en op deze manier het lichaam te beschermen tegen ziekte. Deze antilichamen herkennen op het celoppervlak van virussen of kankercellen de aanwezigheid van lichaamsvreemde eiwitten (zogenaamde antigenen of receptoren) en binden zich daaraan om deze cellen vervolgens te vernietigen.

Infiltrerend
Zie invasief.

Infuus
Toediening van een opgelost geneesmiddel en-of een vloeistof via een slangetje en een daaraan verbonden naald direct in de bloedbaan.

Invasief
Groeiend buiten de plek van ontstaan. Dit betekent bij borstkanker dat de groeiende tumor door de wand van een melkklier of melkgang gebroken is.

Klier
Klein orgaan dat speciale stoffen afscheidt (secretie) die een rol spelen in het lichaam. Er zijn klieren met inwendige afscheiding zoals bijvoorbeeld lymfe of hormonen en klieren met uitwendige afscheiding zoals bv melkklieren of zweetklieren.

Kwadrant
Kwart gedeelte van de borst; linksboven, rechtsboven, linksonder of rechtsonder.

Kwadrantectomie
Borstoperatiewaarbij ongeveer een kwart van de borst weggenomen wordt.

Leucocyten
De witte bloedcellen (afweercellen) die het lichaam beschermen tegen infecties en-of lichaamsvreemde stoffen.

Leucopenie
Tekort aan witte bloedcellen.

Libido
Geslachtsdrift; zin om te vrijen.

Lumpectomie
Borstsparende operatie waarbij de tumor met daaromheen een rand van ongeveer één cm gezond borstweefsel wordt weggenomen.

Lymfe
Vloeistof in de lymfevaten, bevat de afvalproducten uit de weefsels.

Lymfedrainage
Afvoer van lymfevocht.

Lymfeklier
Boonvormig orgaantje dat de lymfevloeistof produceert.

Lymfeklieronderzoek
Pathologischonderzoek van een of meerdere lymfeklieren met tot doel te onderzoeken of hierin uitzaaiingen aanwezig zijn.

Lymfeklieruitzaaiingen
Aanwezigheid van borstkankercellen in de lymfeklieren.

Lymfeoedeem
Ophoping van lymfevocht door belemmering van de afvoer als gevolg van weefselbeschadiging tijdens okselklierverwijdering. Het lymfevocht hoopt zich op in de arm, waardoor de arm dik wordt (oedeem).

Lymfesysteem
Systeem van lymfeklieren en lymfevaten dat zorgt voor de afvoer van afvalstoffen uit de weefsels.

Maligne
Kwaadaardig.

Maligniteitsgraad
Mate van kwaadaardigheid-mate van afwijking van gezonde cellen.

Mammografie
Een röntgenfoto van de borsten die met een speciaal daartoe ontwikkeld röntgenapparaat wordt gemaakt. Veelal vindt dit onderzoek plaats in het kader van het landelijke preventieprogramma bij vrouwen van 50 jaar en ouder.