de aanhechting zelfst.naamw. (v.) Uitspraak: [ 'anhɛxtɪŋ ] Afbreekpatroon: aan·hech·ting Verbuigingen: aanhechtingen (meerv.) plaats waar iets aanhecht (1) Voorbeeld: 'last hebben van een overbelaste aanhechting van een pees' Synoniemen: insertie naad verbinding Gevonden op https://woorden.org/woord/aanhechting
zelfde betekenis als: aanhechtigheid. - Voorbeeld: ‘Met het wassende verstand werd Genoveva in haar zoontje de eerste vonken van kinderlijke aanhechting en liefde gewaar’ (Genoveva II 47). - Voorbeeld: ‘Door het leven ondereen in bende, dag aan dag, ontstond er samenhorigheid die groeide tot aanhechting, met een geest van wederzijds... Gevonden op https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0004.php