de Amerikaan zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ ameri'kan ] Afbreekpatroon: Ame·ri·kaan Verbuigingen: Amerikanen (meerv.) de Amerikaan - se zelfst.naamw. Uitspraak: [ ameri'kan - sə ] Afbreekpatroon: Ame·ri·kaan Verbuigingen: Amerikaansen (meerv.) iemand die in de Verenigde Staten van Amerika woont of daaruit afkomstig is Gevonden op https://woorden.org/woord/Amerikaan
1) Bewoner van Amerika 2) Bewoner werelddeel 3) Yankee 4) Inwoner van Noord-Amerika 5) Aardbewoner 6) Inwoner van de Verenigde Staten 7) Yank 8) Bewoner van zeker werelddeel 9) Bewoner van een werelddeel 10) Inwoner van Amerika 11) Wereldburger Gevonden op https://mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/Amerikaan/1
1> term, die soms gebruikt wordt voor motorvrachtschepen van het type Franse motor . 2> amerikaantje : een veel te grote last of twee lasten tegelijk aan de kraan. Term uit de Rotterdamse haven. 3> Amerikaantjes : splitlederen werkhandschoenen met stoffen rug en pols bescherming. Gerelateerde term: draadwant , haalwant , enz. Gevonden op https://www.binnenvaarttaal.nl/zoek.php?woord=amerikaan