Zoek op

Boontje

Let op: Spelling (deels) uit 1864: (B.
~N), o. (-s), kleine boon; [spreekwoord] - komt om zijn loontje, de straf (voor een vergrijp) blijft niet uit; nu is de straf daar.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0005.htm

Boontje

Spreekwoorden: (1914) Boontje komt om zijn loontje,
d.w.z. iemand krijgt zijn verdiende loon, als hij iets misdreven heeft: het kwaad loont zijn meester (Spieghel, 276). De zegswijze is ontleend aan het sprookje van erwtje, boontje, strootje en kooltje vuur, die samen uit wandelen gingen. Ze kwamen voor een wijd water en ...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0316.htm
Geen exacte overeenkomst gevonden.