Zoek op

Nurk

Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), knorrig mensch; grompot.
~ACHTIG, [bijvoegelijk naamwoord] (-er, -st), vol kuren of grillen.
~EN, ow. [gelijkvloeiend] (ik nurkte, heb genurkt), knorren.
~IG, [bijvoegelijk naamwoord] (-er, -st), knorrig.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0017.htm

NURK

1) Brombeer 2) Brompot 3) Gemelijk mens 4) Grompot 5) Hatelijk persoon 6) Humeurig mens 7) Iezegrim 8) Izegrim 9) Knorrepot 10) Knorrig mens 11) Neetoor 12) Nijdas 13) Nors mens 14) Norse persoon 15) Teut 16) Zeurkous
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/NURK/1
Geen exacte overeenkomst gevonden.