Zoek op

Spijzen

Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik spijsde, heb gespijsd), eten, spijs gebruiken; spijzigen, van spijs voorzien.
*...ZING, v. het spijzen.
*...ZIGEN, [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik spijzigde, heb gespijzigd), spijs geven (aan), voeden, te eten geven; [figuurlijk] de armen -...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0022.htm

spijzen

[Belgisch Nederlands] van het nodige (geld) voorzien
Gevonden op http://www.gentvertaalt.be/taaldatabank/links/taalvandaal-cached.html
Geen exacte overeenkomst gevonden.