het woonhuis zelfst.naamw. Uitspraak: [ ˈwonhœys ] Afbreekpatroon: woon·huis Verbuigingen: woonhuizen (meerv.) gebouw of deel van een gebouw dat iwordt gebruikt als woonhuis Voorbeeld: 'Onder het woonhuis van de tandarts bevindt zich haar praktijkruimte.' Antoniem: bedrijfspand Synoniemen: huis residentie thuis verblijf woning Gevonden op https://woorden.org/woord/woonhuis
huis dat in zijn geheel bestemd is om bewoond te worden, in de regel als één enkele woning deel van een gebouwen of een gebouwencomplex dat dient voor bewoning door de eigenaar of de gebruiker van het geheel huis dat een bepaald iemand tot woning dient of ooit tot woning diende Vrijwel altijd met een bezittelijk voornaamwoord, een genitiefbepalin... Gevonden op https://anw.ivdnt.org/article/woonhuis
De VNG adviseert om dit begrip niet op te nemen en te definiëren in de begripsbepalingen van het omgevingsplan. Zie voor nadere uitleg de toelichting bij de detailinformatie van dit begrip. Gevonden op https://begrippenomgevingswet.nl/resultaat/woonhuis
Een woonhuis of woning is een huis om in te wonen. Je hebt verschillende soorten woonhuizen ofwel woningtypen: [basiswoordenlijst groep 4] Gevonden op https://wikikids.nl/Woonhuis