klein (kwijlend) kind (VD: babbaard) - Voorbeeld: ‘Dààr, vaderken, uw eerste jongen! - Dat was een ontgoocheling! hij had iets verwacht als een mollig, snoezig babaardje met krullekes’ Gevonden op https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0005.php