Bespringen definities

Zoek op
Zie ook: bespring

bespringen

bespringen logo #1000 bespringen werkw. Uitspraak: [ bə'sprɪŋə(n) ] Afbreekpatroon: be·sprin·gen Vervoegingen: besprong (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft besprongen (volt.deelw.) 1) springen op (iemand of iets) Voorbeeld: 'een prooi bespringen' 2) (iemand) vastgrijpen om seks te hebben Voorbeelden: 'De stier bespringt een koe...
Gevonden op https://woorden.org/woord/bespringen

Bespringen

Bespringen logo #10101) Onverhoeds aanvallen 2) Aanvallen 3) Rammelen 4) Treden 5) Laten dekken 6) Dekken
Gevonden op https://mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/Bespringen/1

Bespringen

Bespringen logo #11618 1.zich met een sprong werpen op, onverhoeds aanvallen Voorbeeld: ‘Dreigend soms heffen de baren in de hoogte en giert het zeerot, alsof het monster weer wilde bespringen en inslikken 't geen het in een aanvlaag van stormwoede, eens heeft uitgespogen
Gevonden op https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0005.php

bespringen

bespringen logo #11698[Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] aanvallen, attaqueren
Gevonden op https://www.encyclo.nl/Media/11698-Dumont-André.doc
Geen exacte overeenkomst gevonden.