de buitenspiegel zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ 'bœytə(n)spixəl ] Afbreekpatroon: bui·ten·spie·gel Verbuigingen: buitenspiegels (meerv.) achteruitkijkspiegel aan de buitenkant van een auto Voorbeelden: 'een buitenspiegel aan de linker- en de rechterkant van de auto' , 'van binnen verstelbare buitenspiegels' Antoniem: binnenspiegel Gevonden op https://woorden.org/woord/buitenspiegel
spiegel aan de buitenkant van de auto vb: Jessie reed zó dicht langs de muur dat de buitenspiegel beschadigd werd Gevonden op https://mowb.muiswerken.nl/