
vleierig, dromerig, zwak, week - Voorbeeld: ‘
Met onnadenkende, wispelturige en fladderachtige kinders om te gaan is toch beter dan met bewuste koppen en zogezegd verstandige lieden die vast op hun stuk staan’ (Dorpslucht II 34)
Gevonden op
https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0009.php
Geen exacte overeenkomst gevonden.