geschieden werkw. Uitspraak: [ xə'sxidə(n) ] Afbreekpatroon: ge·schie·den Vervoegingen: geschiedde (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: is geschied (volt.deelw.) 1) gebeuren formeel Voorbeelden: 'Het kwaad is al geschied: hij is door het ijs gezakt.' , 'De afrekening van de kosten moet tijdig geschieden.' 2) Gevonden op https://woorden.org/woord/geschieden
wat zich afspeelt vb: er is een wonder geschied! wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet [je moet een ander niet aandoen, wat je zelf niet wilt meemaken] Gevonden op https://mowb.muiswerken.nl/