gissen werkw. Uitspraak: [ ˈxɪsə(n) ] Afbreekpatroon: gis·sen Vervoegingen: giste (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft gegist (volt.deelw.) een vermoeden hebben (van) Voorbeelden: 'Ik kan alleen maar gissen wat zijn zijn motief is.' , 'gissen naar de daders van de aanslag' Synoniem: raden (naar) Zie ook: gis Synoniemen: gokken raden... Gevonden op https://woorden.org/woord/gissen
erachter proberen te komen door te zeggen wat je vermoedt vb: hij giste naar het juiste antwoord Synoniem: raden Gevonden op https://mowb.muiswerken.nl/
'Gissen' is met behulp van schattingen bepalen wat de snelheid van het schip is ten opzichte van het water. Hiertoe wordt bij de boeg van het schip een stuk hout in het water gegooid; aan de achterzijde staat een tweede persoon die het aantal seconden telt dat het hout nodig heeft om het achterschip te passeren. Gevonden op https://nl.wikipedia.org/wiki/Gissen