Zoek op

goeden

goeden bijv.naamw. [nv.dat] van goed   Voorbeeld: `Van goeden huize. `mensen die goed zijn   Voorbeeld: `Dit wordt voorgesteld als een strijd tussen de goeden en de kwaden, maar is dat beeld wel juist?. ` Bron: Wikiwoordenboek - goeden. SpellingJuist gespeld: 'goeden'...
Gevonden op https://www.woorden.org/woord/goeden

goeden

• [nv.dat] van goed. •mensen die goed zijn. (+audio)
Gevonden op https://nl.wiktionary.org/wiki/goeden
Geen exacte overeenkomst gevonden.