immer bijwoord Uitspraak: [ 'ɪmər ] Afbreekpatroon: im·mer elke keer weer Voorbeeld: 'De sympathieke sporter staat nog immer bovenaan in het klassement.' Antoniem: nimmer Synoniemen: : altijd, altoos, steeds, immer en altoos (altijd) Synoniemen: altijd altoos constant continu doorlopend eeuwig immermeer onophoudelijk permanent steeds vo... Gevonden op https://woorden.org/woord/immer
1) Onafgebroken en eeuwig 2) Altijd 3) Steeds 4) Tijdsbepaling 5) Semper 6) Continu en zonder onderbreking 7) Continu 8) Constant 9) Onophoudelijk 10) Ononderbroken en aanhoudend 11) Almaar 12) Altijd zonder verandering 13) Tijd 14) Altijd, zonder uitzondering 15) Zonder einde, altijd aanwezig 16) Aanhoudend Gevonden op https://mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/Immer/1
altijd Voorbeeld: Want het is bij mij immer hetzelfde liedje; te laat beginnen met leren waardoor ik het niet goed genoeg ken. Gevonden op https://www.encyclo.nl/lokaal/11544