[Let op: Spelling en uitleg uit 1890]rode, breedgerande hoed met afhangende zijden tressen of kwasten, dien de Kardinalen dragen; de rode kleur van dien hoed zinspeelt op de verspreiding van licht en warmte door de Kerk, evenals door de zon, of beduidt, dat de Kerkvorsten hun bloed voor hunne leer vei... Gevonden op https://dbnl.org/tekst/beer004woor01_01/beer004woor01_01_0015.php
Grote purperen - ondraagbare maar symbolische - hoed met kleine, lage bol en brede platte rand. Om de bol een iets feller rood gekleurd koord met aan elk uiteinde vijf kwastjes, die over de rand afhangen. Dit was een onderscheidingsteken van het kardinalaat. Gevonden op https://encyclo.nl/lokaal/10695