de monteur zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ mɔnˈtɵ:r ] Afbreekpatroon: mon·teur Verbuigingen: monteurs (meerv.) beroep van iemand die dingen in elkaar zet of repareert Voorbeeld: 'automonteur' Synoniemen: bestuurder machinist reparateur werktuigkundige Gevonden op https://woorden.org/woord/monteur
iemand die voor zijn beroep machines, voertuigen of installaties en de onderdelen daarvan maakt, repareert, installeert, monteert of onderhoudt hoger opgeleide monteur die zelfstandiger werkt, meer bevoegdheden heeft en vaak ook leiding geeft aan andere monteurs iemand die voor zijn beroep beeld- en geluidsmateriaal monteert (d.w.z. beeldfragmenten... Gevonden op https://anw.ivdnt.org/article/monteur
Personen die aan een constructie werken, zoals een stalen bouwwerk of brug, die bestaat uit het assembleren van gefabriceerde delen Gevonden op https://www.encyclo.nl/lokaal/11605