
de oudkomer zelfst.naamw. (m./v.) Uitspraak: [ 'ɑutkomər ] Verbuigingen: oudkomers (meerv.)
vreemdeling die al een relatief lange periode in een land woont dat niet zijn vaderland is Voorbeeld: 'Oudkomers die Nederlands willen leren, kunnen gratis een taalcursus volgen.' Antoniem: nieuwkomer
Gevonden op
https://woorden.org/woord/oudkomer

Een oudkomer is een vreemdeling tussen 16 en 65 jaar oud die: Net zoals een nieuwkomer , is ook een oudkomer verplicht om in te burgeren, tenzij hij/zij jonger is dan 18 en ouder is dan 60. De inburgering is pas voltooid wanneer hij/zij slaagt voor het inburgeringsexamen . Let op: in Vlaanderen heeft oudkomer een andere betekenis.
Gevonden op
https://onderwijstermen.taalunie.org/term/oudkomer/

Persoon tussen 16 en 65 jaar die geen Nederlands paspoort heeft maar voor 1 januari 2007 in Nederland woonde, minder dan 8 jaar in Nederland woonde toen hij of zij leerplichtig was en geen diploma’s heeft die kunnen laten zien dat hij of zij de Nederlandse taal en Nederland goed kent.
Gevonden op
https://encyclo.nl/lokaal/10628

[neologisme of ex-neologisme] Definitie: analoog aan "nieuwkomer", i.v.m. immigranten e.d.
Gevonden op
https://encyclo.nl/lokaal/10851
Geen exacte overeenkomst gevonden.