Zoek op

scheel

scheel bijv.naamw.Uitspraak:   [sxel] scheel zien/zijn/kijken  (met je ene oog een andere kant op kijken dan met je andere)scheel zien van de honger  (erg hongerig zijn) © Kernerman Dictionaries. SpellingCorrect gespeld: 'scheel' komt voor in de Woord...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/scheel

SCHEEL

1) Darmvlies 2) Gebogen 3) Loens 4) Loensend 5) Met zekere oogafwijking 6) Niet haaks 7) Oneerlijk 8) Ongelijk gericht 9) Oogafwijking 10) Ooggebrek 11) Ooglid. 12) Scheef met de ogen kijkend 13) Scheefkijkend 14) Scheluw 15) Troebel van bier 16) Uit de haak 17) Uit het vlak gebogen
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/SCHEEL/1

scheel

•het gebrek hebbend dat de oogassen niet op eenzelfde punt gericht kunnen worden.
Gevonden op http://nl.wiktionary.org/wiki/scheel

scheel

[Vergeten woorden] (o.) 1) verschil, onderscheid
2) geschil, twist [~ schelen, schil ‘verschil’, schillen ‘scheiden’, schild, schaal]
Gevonden op http://taaldacht.nl/vergeten-woorden

Scheel

Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 deksel van een kist.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/ginn001hand02_01/ginn001hand02_01_0009.php

scheel

plankje, luikje op de bovenzijde van de trog. Zo genoemd in de regio Heerwaarden. Gewoonlijk bundeksel genoemd. Genoemd in: Dr. Th. H. van Doorn, Terminologie van Riviervissers in Nederland
Gevonden op http://www.debinnenvaart.nl/binnenvaarttaal/woord.php?woord=sche

scheel

deksel (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/scheel2

scheel

met ogen die niet in dezelfde richting kijken vb: Kees kijkt een beetje scheel als hij moe is
schele hoofdpijn hebben [vlak boven je ogen]
scheel zien van de honger [veel honger hebben]
iemand met schele ogen aankijken [jaloers op hem zijn]
Gevonden op http://www.muiswerk.nl/mowb/?word=scheel

scheel

[Vlaamse woorden] (v.) deksel
Gevonden op http://www.vlaamsetaal.be/artikel/24/algemene-vlaamse-woorden

Scheel

Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (...eler, -st), scheef, uit den haak; scheef-, dwarsziende; hij, zij is -, ziet scheel; [figuurlijk] - zien, onvriendelijk kijken; dat geeft schele oogen, verwekt nijd; [bij timmerlieden] ) dat hout is - (scheef) getrokken; schele wip, scheeloog, (scheldwoord). ?
~,...
Gevonden op https://www.encyclo.nl/lokaal/10659
Geen exacte overeenkomst gevonden.