
de slalom zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ 'slalɔm ] Afbreekpatroon: sla·lom Verbuigingen: slaloms (meerv.)
het zigzaggen Voorbeelden: 'slalompoort (skisport)' , 'met je fiets slaloms tussen paaltjes maken'
Gevonden op
https://woorden.org/woord/slalom

1) Skiwedstrijd met hindernissen 2) Wijze van afdalen bij het skiën 3) Zigzagbeweging 4) Hindernisafdaling 5) Sport 6) Afdaling 7) Skiwedstrijd met poortjes 8) Afdaling bij skiën 9) Afdaling met hindernissen 10) Onderdeel van het Alpineskiën 11) Skiwedstrijd 12) Manier van afdalen bij het skiën
Gevonden op
https://mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/Slalom/1

afdaling met hindernissen (bij skiën)
Jaar van herkomst: 1947 (KWT )
Gevonden op
https://dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/colofon.php

zigzaggende afdaling in de skisport (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op
https://etymologiebank.nl/trefwoord/slalom

Onderdeel van een funboard-wedstrijdserie, waarbij telkens twee deelnemers tegen elkaar starten.
Gevonden op
https://encyclo.nl/lokaal/10827
Geen exacte overeenkomst gevonden.