Zie ook:
sneeuw

sneeuwen werkw. Uitspraak: [ ˈsnewə(n) ] Afbreekpatroon: sneeu·wen Vervoegingen: sneeuwde (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft gesneeuwd (volt.deelw.)
het uit de lucht komen van sneeuw Voorbeeld: 'Het sneeuwt al een uur.' Zie ook: sneeuw Synoniemen: sneeuw
Gevonden op
https://woorden.org/woord/sneeuwen

1) In grote menigte neerkomen 2) Weerkundige term 3) Vallen van neerslag 4) In vlokken neervallen 5) Winterse neerslag 6) Weersgesteldheid 7) Vlokken 8) Sneeuw
Gevonden op
https://mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/Sneeuwen/1

1.in grote menigte neerkomen (VD I 2) Voorbeeld: ‘
Na een tijdeken hoorden ze boven het regelmatig, dokkend gesleep van de zeef op de planken zoldering en de fijne stofjes meel sneeuwden door de gerren, wemelend rond het lampke en vielen op Zeens bedde en op de wijven overal rond’ 2.toestromen, bijeenkomen Voorbeeld: ‘
Jong en oud, al...Gevonden op
https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0021.php
het vallen van sneeuw uit de lucht vb: het heeft vannacht gesneeuwd
Gevonden op
https://mowb.muiswerken.nl/

'Sneeuwen' is een duet van de Nederlandse zanger Daniël Lohues en cabaretier Herman Finkers.
Gevonden op
https://nl.wikipedia.org/wiki/Sneeuwen

• [onpr] [meteorologie] het vallen van hemelwater onder de vorm van sneeuwvlokken.
Gevonden op
https://nl.wiktionary.org/wiki/sneeuwen
Uit `De lagere vaktalen: De tabakbewerkerstaal` 1914 't vlokkig afvallen van de asch bij 't rooken.
Gevonden op
https://encyclo.nl/lokaal/10742
Geen exacte overeenkomst gevonden.