spijt zelfst.naamw. Uitspraak: [ spɛit ] gevoel dat je (iets) niet had moeten doen Voorbeelden: 'Ik heb er spijt van dat ik tegen je gelogen heb.' , 'Tot mijn spijt kan ik vanavond niet komen.' spijt hebben als haren op je hoofd (heel veel spijt hebben) ten spijt, in spijt van (in weerwil van) Synoniemen: berouw droefheid Spreekwoorden en... Gevonden op https://woorden.org/woord/spijt
•"~ hebben over" de wens koesteren een gemaakte keuze nog te kunnen veranderen. •"ten ~" ondanks • [archaïsch] ondanks. Gevonden op https://nl.wiktionary.org/wiki/spijt