Etym: Lat. tijd. - In de narratologie de grammaticale tijd die karakteristiek zou zijn voor verhaalkunst. Traditioneel is dat het (episch) preteritum. Dit impliceert geen verledentijdsaanduiding – al kan binnen het verhaal d.m.v. verschillende grammaticale tempora, ook door het preteritum, van de ene tijdslaag op de andere worden overgesch... Gevonden op https://dbnl.org/tekst/dela012alge01_01/dela012alge01_01_04217.php
De tijd van het werkwoord, in het Grieks zijn de tempora bijvoorbeeld in te delen in de vier hoofdtijden (presens, futurum, perfectum en futurum exactum) en de drie historische tijden (imperfectum, aoristus en plusquamperfectum) Gevonden op https://encyclo.nl/lokaal/10168
Tempus (meervoud: tempora) is een ander (Latijns) woord voor werkwoordstijd. In het Nederlands onderscheidt men doorgaans de volgende 8 tijden. OTT: Ik loop (onvoltooid tegenwoordige tijd) OVT: Ik liep (onvoltooid verleden tijd) VTT: Ik heb gelopen (voltooid tegenwoordige tijd) VVT: Ik had gelopen (voltooid verleden tijd) OTTT: Ik zal lopen (onvol.... Gevonden op https://encyclo.nl/lokaal/10836