treuren werkw. Uitspraak: [ ˈtrɵ:rə(n) ] Afbreekpatroon: treu·ren Vervoegingen: treurde (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft getreurd (volt.deelw.) verdrietig zijn Voorbeeld: 'treuren om of over iets' Synoniem: rouwen Synoniemen: droevig zijn jammeren kwijnen rouwen Gevonden op https://woorden.org/woord/treuren